Vandaag moet iedereen stemmen voor Europa, of voor iets in Europa, ik weet het niet, in ieder geval: Europa is heel belangrijk. Schijnt.
Ingewikkeld woord, Europa. Mensen van wie het Nederlands niet de eerste taal is, hebben er altijd verschrikkelijk veel moeite mee. Die maken er ‘Eropa’ van, of ‘E-oeropa’. Dat komt omdat de Nederlandse klinkers onmenselijk moeilijk zijn. Vooral de zogeheten tweeklanken (ook wel diftongen genoemd) zijn verschrikkelijk. Dat zijn klinkers die halverwege veranderen in een andere klinker, of in een soort halve j- of w-klank. Denk aan au/ou, de ei/ij, de ui en de eu. En dan verschillen die klinkers ook nog eens per woord. De ‘eu’ in Europa is bijvoorbeeld een andere dan in ‘reus’.
En gesteld dat je als ‘nieuwe Nederlander’ (of wat is de politiek-correcte term tegenwoordig) dat hele arsenaal aan piepkleine nuances onder de knie hebt gekregen, dan zul je zien dat je een Nederlander treft die het ineens over ‘Uropa’ heeft. En ‘de uro’. Kun je weer opnieuw beginnen.
Er zijn ook mensen die te lang op een gymnasium hebben gezeten, of erger nog, er les hebben gegeven, en die betrap je nog wel eens op een besmuikt ‘Uiropa’. Ze beseffen zelf natuurlijk ook wel dat dit niet kan, maar de klassieke opleiding kruipt waar ze niet gaan kan. Overigens wordt het ‘Uiropa’ nooit uitgebreid naar ‘de uiro’, tenzij in ironische zin. En dan wordt er meteen ook, dolkomisch, het meervoud ‘uiri’ van gemaakt.
Het zou handig zijn als we een gemakkelijke klinker zouden gebruiken voor Europa. Eentje die iedereen kan. Zodat we allemáál létterlijk en figúúrlijk, mee kúnnen én mógen praten (gadver, ik lijk wel een Europoliticus).
Dus dit is het plan: vanaf vandaag zeg ik Oeropa. Dat straalt traditie uit (‘oertijd’) maar ook gezelligheid (‘oergezellig’). Oeropa. Oeropa. Zie je, het went al.



