Archief van berichten op 4 juni 2009

Vandaag moet iedereen stemmen voor Europa, of voor iets in Europa, ik weet het niet, in ieder geval: Europa is heel belangrijk. Schijnt.

Ingewikkeld woord, Europa. Mensen van wie het Nederlands niet de eerste taal is, hebben er altijd verschrikkelijk veel moeite mee. Die maken er ‘Eropa’ van, of ‘E-oeropa’. Dat komt omdat de Nederlandse klinkers onmenselijk moeilijk zijn. Vooral de zogeheten tweeklanken (ook wel diftongen genoemd) zijn verschrikkelijk. Dat zijn klinkers die halverwege veranderen in een andere klinker, of in een soort halve j- of w-klank. Denk aan au/ou, de ei/ij, de ui en de eu. En dan verschillen die klinkers ook nog eens per woord. De ‘eu’ in Europa is bijvoorbeeld een andere dan in ‘reus’.

En gesteld dat je als ‘nieuwe Nederlander’ (of wat is de politiek-correcte term tegenwoordig) dat hele arsenaal aan piepkleine nuances onder de knie hebt gekregen, dan zul je zien dat je een Nederlander treft die het ineens over ‘Uropa’ heeft. En ‘de uro’. Kun je weer opnieuw beginnen.

Er zijn ook mensen die te lang op een gymnasium hebben gezeten, of erger nog, er les hebben gegeven, en die betrap je nog wel eens op een besmuikt ‘Uiropa’. Ze beseffen zelf natuurlijk ook wel dat dit niet kan, maar de klassieke opleiding kruipt waar ze niet gaan kan. Overigens wordt het ‘Uiropa’ nooit uitgebreid naar ‘de uiro’, tenzij in ironische zin. En dan wordt er meteen ook, dolkomisch, het meervoud ‘uiri’ van gemaakt.

Het zou handig zijn als we een gemakkelijke klinker zouden gebruiken voor Europa. Eentje die iedereen kan. Zodat we allemáál létterlijk en figúúrlijk, mee kúnnen én mógen praten (gadver, ik lijk wel een Europoliticus).

Dus dit is het plan: vanaf vandaag zeg ik Oeropa. Dat straalt traditie uit (‘oertijd’) maar ook gezelligheid (‘oergezellig’). Oeropa. Oeropa. Zie je, het went al.

De kans dat u het einde van deze column niet haalt, is levensgroot. Hij gaat namelijk over Europa, en uit kijkcijferonderzoek blijkt dat alleen al het noemen van dat woord of het tonen van de sterretjesvlag volstaat om iedereen massaal naar een ander kanaal te jagen.

Ziezo, die zijn dus opgerot. Want ik wilde voor één keertje eens alleen met jullie samenzijn, mijn intelligente lezers, om eens wat verder in de toekomst te kijken.

Ik verheug me erop dat het met Nederland als politieke macht op de niet-eens-zo-gek-langetermijn gedaan zal zijn, zodat we eindelijk met redelijkere mensen van doen krijgen dan die op incidentjes gefixeerde types van het Binnenhof, dat dan verschrompelt tot een lokaal gemeentehuis.

Ook een eigen leger en president zijn onvermijdelijk. (Dat Balkenende serieus ermee rekening houdt voor die functie in aanmerking te komen, is overigens nogal meelijwekkend).

De verkiezingen vandaag zijn dus, anders dan de landelijke, belangrijk. Ze gaan er vooral om wie we namens Nederland afvaardigen. Dit betekent dat er twee criteria van kracht zijn: diegene moet a) ideologisch niet volkomen stompzinnig zijn, en b) over een minimaal representatieve persoonlijkheid beschikken.

Op het eerste criterium vallen de lijsttrekkers van SP, PVV en CU uiteraard af. Op het tweede vallen ze allemáál af, behalve Sophie in ’t Veld (D66), een bijzonder charmante en intelligente vrouw.

Vergelijkend warenonderzoek loodst mij echter onomwonden naar Hans van Baalen. Dat komt onder meer door iets als kernenergie. VVD is voor, D66 tegen. Terwijl: als we vroeger wat minder naar de milieubewegingen hadden geluisterd, was Europa nu niet zo afhankelijk van gas uit Rusland en olie uit het Midden-Oosten, wat ook scheelt in bodybags. Wel ontkent de VVD nu nog de komst van een federaal Europa, maar dat is buiten beschouwing te laten; je kunt evengoed de komst van volle maan ontkennen.

Het probleem is dus alleen criterium b. Ik vind Van Baalen een opgeblazen ei, en ik stem niet graag op opgeblazen eieren. Kortom: mijn hart schreeuwt Sophie, maar mijn verstand zegt Hans.

Christiaan Weijts

Ik ben nog nooit na een popconcert naar de uitgang gegaan om de popster op te wachten. Dat doe je niet. Als normaal mens. Vond ik altijd.

Maar als die popster een concert geeft in het Concertgebouw, is het anders. Dan sta je niet met een stel groupies bij de tochtige garage van een immens voetbalstadion te wachten op een glimp van een geblindeerde bus, maar bij een houten deur waarboven ‘Artiesteningang’ staat, en waar meestal mensen zoals Lang Lang en Janine Jansen uitkomen met hun dierbaar instrument.

lees verder