Aaf Brandt Corstius:
Bij de artiesteningang, samen met een meute Mikameisjes
Ik ben nog nooit na een popconcert naar de uitgang gegaan om de popster op te wachten. Dat doe je niet. Als normaal mens. Vond ik altijd.
Maar als die popster een concert geeft in het Concertgebouw, is het anders. Dan sta je niet met een stel groupies bij de tochtige garage van een immens voetbalstadion te wachten op een glimp van een geblindeerde bus, maar bij een houten deur waarboven ‘Artiesteningang’ staat, en waar meestal mensen zoals Lang Lang en Janine Jansen uitkomen met hun dierbaar instrument.
Ik vond het ineens wel kunnen.
Dus stelde ik me met mijn beste vriend op bij de artiesteningang, samen met een meute Mikameisjes. Het ging namelijk om Mika, die een unplugged concert had gegeven. Met onder andere een unplugged xylofoon, en een unplugged prullenbak als drumstel. Wij hadden acht rijen van Mika af gezeten, en acht rijen van Mika af zitten is in de ban raken van Mika. Van zijn krullenbol, van zijn dunne benen, en van zijn alomtegenwoordige charisma.
Maar ik voelde me wel anders dan de Mikameisjes. Ten eerste was ik anderhalf decennium ouder. Ten tweede had ik me niet verkleed alsof ik een poppetje uit de Mikawereld was (dophoed, T-shirt met glitterbeesten erop, roze jurk). Ten derde had ik geen zelfgeknutseld cadeau voor Mika meegenomen.
Dat hadden de meisjes wel. Mika is zanger, maar hij is ook iemand die zijn eigen cd-hoezen in elkaar fröbelt, en dat had een hoop knutsellust losgemaakt onder zijn fans.
Na drie kwartier kwam hij naar buiten. Daarvoor was er al een medewerker van het Concertgebouw gekomen, om te zeggen dat Mika ‘een heel andere perceptie van tijd had dan wij’. Hij is een popster, man!, wilde ik roepen. Natuurlijk heeft hij een andere perceptie van tijd! Hij is Lang Lang niet!
Mika begroette iedereen en bekeek alle knutselwerken. Tachtig fans hadden samen een boek gemaakt. Dat vertelde een ouder Mikameisje mij. „Wat schattig”, zei ik. „Schattig is niet het goede woord”, zei ze beledigd. „Ik bedoel: wat lief”, zei ik toen. „Lief…” Ze dacht erover na. „Ja, het is in ieder geval wel lief.”
Mika stapte uiteindelijk in een roestige bus, bedolven onder de werkjes. Ik fietste naar huis. Onderweg kwam ik Mika’s drumster en zijn gitarist tegen. Zij liepen naar het hotel, met hun rolkoffers.
Je hebt artiesten die gewoon gebleven zijn, maar Mika en zijn muzikanten maken het wel heel bont.