Jan Blokker:
Allemaal zonde van de tijd
Na het instructiefilmpje over de Noord-Zuidlijn en een paar journalistenvragen, stak een mevrouw haar vinger op die wilde weten waarom zij en haar medeslachtoffers van de Amsterdamse metrohobby op een persconferentie hadden moeten wachten om ongeveer te horen hoe nu verder.
„Er is voor gezorgd dat u vanochtend een brief in de bus hebt gekregen”, zei Veerman van de commissie-Veerman, met een begin van ergernis in zijn stem over zanikpotten.
„Wij hebben niets ontvangen”, zei de mevrouw.
Zo zag je maar weer. De gemeentelijke instanties die in 2003 voor 1,4 miljard een prachttunnel beloofden die in 2011 klaar zou zijn, en die nu onder curatele moeten proberen het ding voor 3,1 miljard alsnog in 2017 voltooid te krijgen, bleken niet in staat te zijn geweest om een postzegel van 44 cent dusdanig bijtijds op een brief te plakken, dat alle betrokkenen op de voorgeschreven dag waren geïnformeerd. Cohen en zijn duizenden ambtenaren moeten gedacht hebben: dat was toch bijwerk voor de commissie?
Daarna hoorde je weer jeremiades dat het zo veel geld ging kosten. Zelf lijd ik daar niet zo erg onder. Wat zijn een paar miljard, als Wouter Bos sinds vorig jaar oktober al minstens het honderdvoudige over de balk heeft geleend? En dan praat ik nog niet eens over Plasterk die toch weer 20 miljoen uittrekt ‘om het tekort aan leraren op te vangen op een vernieuwende manier’. Kun je voor zo’n bedrag tegenwoordig nog een middelmatige spelverdeler op de kop tikken?
Ik vroeg me af of de minister vooral geschiedenisleraren zoekt.
Erger dan al het geld is volgens mij ook de hoeveel tijd die in Nederland altijd wordt verspild. Hoe lang is het al weer geleden dat heel Nederland een canon van z’n geschiedenis eiste? Dat was natuurlijk net zo’n onzalig idee als het voorstel voor een Nederlands Historisch Museum. Een canon maak je niet, een canon bestaat, en van tijd tot tijd valt er van onderen iets af, en komt er van boven iets bij. Mendelssohn had er in 1829 toevallig aardigheid in om een oud oratorium nog eens te dirigeren, en ten koste van allerlei inmiddels vergeten componistenvolk, kwam de Matthäus Passion van Bach ineens met stip de muzikale canon binnen. Vanzelf.
Maar de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen moest en zou een historische canon knutselen. Frits van Oostrom (1953) had zelf op de Lagere School gelukkig nog fatsoenlijk onderwijs genoten, dus hij kwam uit op vijftig ‘vensters’, die bij benadering het uitzicht boden dat ieder verstandig mens vóór zich wil zien als het over z’n geschiedenis moet gaan. Zo had je in mijn tijd een Vaderlandsche Geschiedenis van een schoolmeester die J. Pik heette (even gegiechel in de klas), en daar stond het ook al in.
Toen Plasterk in juli 2007 het rapport van Van Oostrom kreeg, riep hij: „Straks zal niemand meer van de middelbare school komen die niet weet wie Willem van Oranje was.” Staatssecretaresse Van Bijsterveldt dacht dat de canon al in het schooljaar 2008-2009 verankerd zou zijn. En in dezelfde adem: „De geschiedeniscanon wordt verplichte stof op de basisschool en de middelbare school.”
Zoals de Amsterdamse Noord-Zuidlijn voor 1,3 miljard in 2011 zou zijn voltooid (maar er kwam iets tussen), zo zou de geschiedeniscanon al vorig jaar het gebrek aan historisch besef hebben goedgemaakt (maar er kwam iets tussen). „Ze worden niet verplicht gesteld”, maakte het ministerie van Onderwijs bekend, „ze gaan dienen als ‘inspiratiebron’”.
Als wat? En hoeveel geschiedenisles is de afgelopen vier jaren weer jammerlijk gemist?
Het is dat Francine Houben dat Museum waarschijnlijk nooit meer hoeft te bouwen, anders had ze de canontoren op haar blauwdruk moeten uitvlakken.