Archief van berichten op 11 juni 2009

Vroeger, toen de mensen nog spreekwoorden gebruikten en daar dan diepzinnig bij keken, bijvoorbeeld: „Pas als het kalf verdronken is dempt men de put,” werd er ook nog wel eens gezegd: „‘Te’ is nooit goed, behalve in tevreden.” Dat was toen ook echt zo, want een taart kon lekker zoet zijn, maar als hij ‘te zoet’ was, dan was hij eigenlijk vies.

Inmiddels is ‘te’ natuurlijk allang niet meer vooral negatief. „We aten tapas in zo’n Spaans café’tje, echt te lekker!” Waarbij de nadruk op ‘te’ valt. „Pinkpop was gewoon te leuk. En mijn tent was echt te ranzig want er had iemand op gekotst. Lachen man.”

Voor elk bijvoegelijk naamwoord kan eigenlijk ‘te’ gezet worden, zodat het woord aan kracht wint.

Neem ‘bizar’. Vroeger was bizar een extreem woord dat vooral van toepassing was op dingen waarvan je het bestaan bijna niet geloofde. Een seriemoordenaar die zijn slachtoffers in stukjes hakte en dan verwerkte in een vleespastei die hij aan de naburige traiteur verkocht. Dat was bizar.

Nu is het ook al bizar als het de hele dag heel erg warm is. Of als een tentamen verzet wordt. Om bizar toch weer een beetje kracht te geven, plak je er dus ‘te’ voor.

Nog steeds heb je dan niet de oorspronkelijke betekenis van bizar. Maar het is bijvoorbeeld goed te gebruiken in een zin als deze: „Hij heeft als hobby papiermachéën. Te. Bizar.”

Precies dezelfde soort mensen die ‘te bizar’ zeggen, kunnen ook zeggen: „Hoe bizar is dát.” De ‘Hoe…dat’-constructie (zoals hij bij dezen heet) heeft de laatste vijf jaar een ongekende opmars gemaakt, wederom met alle mogelijke bijvoeglijke naamwoorden: „Hoe vet is dát.” Let op, er wordt nauwelijks een vraagteken uitgesproken. Het is dan ook niet de bedoeling dat er iemand antwoordt, want iedereen weet precies hoe vet het is: „Te vet.”

Mogen scholen leerkrachten ontslaan vanwege hun homoseksualiteit? Artikel 1 zegt nee (discriminatieverbod), artikel 23 ja (vrijheid van onderwijs). De Raad van State adviseert om 23 zwaarder te laten wegen. Immers: een leraar heeft een voorbeeldfunctie bij het uitdragen van de grondslagen van de school.

Die redenering is enigszins te volgen. Voor kinderen is het verwarrend als voor de klas een man uitlegt dat de Bijbel homoseksualiteit afwijst, terwijl die leraar zelf met een man samenwoont.

Het werkelijke probleem is dan ook helemaal niet het advies van de Raad van State. Het werkelijke probleem is dat er scholen zijn die aan kinderen leren dat homoseksualiteit tegennatuurlijk, zondig en duivels is. Het discrimineren wordt er bij deze kinderen met de schoolmelk ingegoten. Een complete bevolkingsgroep wordt aangemoedigd om artikel 1 van de grondwet te negeren.

Stel dat mijn religie vindt dat flaporen een zondige afwijking zijn. Artikel 23 geeft mij de ruimte een school te beginnen op die ‘grondslag’. Vanaf nu mag ik daar leraren weigeren op grond van hun flaporen en leerlingen laten opgroeien tot flapoorofoben. Moet de samenleving mijn school ‘respecteren’? Sommige scholen doceren de ongelijkheid van man en vrouw. Dat schrijven hun religieuze grondslagen nu eenmaal voor, en daar moeten we ‘respect’ voor hebben.

Het werkelijke probleem is glashelder, maar kennelijk zo taboe dat niemand het wil uitspreken: religie is altijd in strijd met de grondwet. De meeste religies prediken de superioriteit van de eigen aanhang boven de anderen, en allemaal stellen ze Gods wetten boven de aardse regels.

Dat we daar niet voortdurend last van hebben, is omdat de religieuze en staatsrechtelijke wetten doorgaans redelijk overlappen. Maar juist aan de randen, zoals bij de homoleraren, komt de principiële onverzoenbaarheid van grondwet en religie aan het licht.

De scheiding tussen kerk en wetgever is op staatsbestuurlijk niveau al lang geregeld, maar het onderwijs loopt hopeloos achter. Het doceert een morele regelgeving die strijdig is met onze grondwet. Hoelang blijven we daar nog respect voor hebben?

Christiaan Weijts

Ik ben zo’n idioot die in de eeuwige liefde gelooft, al zie ik er weinig goede voorbeelden van in mijn eigen omgeving. Daarom keek ik gisteren naar Profiel, over de dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke, die met 94 en 88 jaar nog steeds bij elkaar zijn. En hij aait nog steeds over haar arm als zij iets vertelt.

Leo en Tineke wonen in een bejaardenhuis in Fort Worth, Texas. Ze doen de dingen die bejaarden doen: ’s morgens medicijnen en pap eten, tv-kijken, de krant lezen, naar een gymklasje om de armen omhoog en omlaag te bewegen, op grote witte gympen lopen en achter de computer zitten (om ingewikkelde algoritmes te schrijven, dat dan weer wel).

lees verder