Archief van berichten op 15 juni 2009

Ik ben weleens een ongelooflijke klootzak geweest. En ook weleens een eikel. Waar ik toen achter kwam, was dat dat eigenlijk niet kon. Als vrouw. Ik kon nog net van mezelf zeggen dat ik een trut was, of erger nog, een kut. Maar verder was ik aangewezen op scheldwoorden buiten de sfeer van de geslachtsdelen: bitch, of alle varianten rondom ‘hoer’. En al die vrouwelijke woorden hebben niets van de zeggingskracht die de scheldwoorden voor mannen hebben. Alsof het alleen van een man erg is als hij zich als een oetlul gedraagt.

Dat vrouwen minder goed uit te schelden zijn – is dat gegeven voor de vrouw nou positief of negatief? (Als iemand hier een scriptie over wil schrijven bij ‘genderstudies’, of hoe noem je dat, graag).

Hoe dan ook, als je iemand eens flink genitaal wilt beledigen moet je bij de mannen zijn. Een overzicht.

Klootzak / zak

De klootzak als deel van het lichaam straalt niet veel power uit. De zak is slap en kwetsbaar. Toch duidt het woord ‘klootzak’ (of korter: ‘zak’) op iemand die wel degelijk weet dat hij iets fout doet. Het kan hem alleen niet schelen. Omdat een man liever ‘fout en stoer’ is dan ‘fout en niet-stoer’, is hij liever een klootzak dan een lul of een eikel.

„Ik ben een klootzak, ik geef het toe”, dat kan een man bijna verlekkerd zeggen. Of: „Ik begrijp het als je me een klootzak vindt.” Het enige juiste antwoord is dan: „Nee, je bent geen klootzak, je bent een slappe lul.”(Overigens, tijdens de research voor dit artikel kwam ik verschillende pure zielen tegen die het woord klootzak nog nooit in verband hadden gebracht met de zak tussen de benen van de man).

Slappe lul

Een ‘slappe lul’ genoemd worden, dat is heel erg voor een man. Het betekent dat hij geen ruggegraat heeft, nooit op zijn strepen staat en algemeen geen wilskracht of discipline heeft. Maar erger is dat er natuurlijk ook een sfeer van impotentie omheen hangt.

Eikel

Als iemand hem een eikel noemt, dan wordt een man heel verdrietig. Want dat betekent dat hij van alles fout doet, maar op een watjesachtige manier. Bijvoorbeeld dat hij witte sokken hoog opgetrokken draagt onder een korte broek. Met misschien wel sandalen. De eikel straalt geen kracht uit – net als bij klootzak precies omgekeerd van wat we op grond van de mannelijke anatomie zouden verwachten.

Om het woord ‘eikel’ toch nog als een soort geuzennaam te adopteren, kan een bepaald type man wel weer van zichzelf zeggen: „Maar ik ben ook zo’n blije eikel, ik denk dan echt dat iedereen gewoon leuk gaat meezingen als ik mijn gitaar tevoorschijn haal. Nou, niet dus.”

Toch is een man liever een lul dan een eikel.

Lul

Lul, dat klinkt ook lullig. Toch is de lul weer minder een watje dan de eikel. Een lul kan ook nog weleens moedwillig iets fout doen, maar meer uit een soort nonchalance.

„Hij kwam drie uur te laat aanzetten voor het eten, terwijl zij zich helemaal had uitgesloofd met tiramisu en alles.”

„Wat een lul.”

„Ja, maar zij praat het allemaal goed.”

„Ja, wat moet ze. Maar het blijft een lul.”

Oetlul

Oetlul is veel lulliger dan lul, en eigenlijk ook lulliger dan eikel. De oetlul is onhandig, op het bloopereske af. Een oetlul kan bijvoorbeeld zeggen:

„Ja, je bent een paar kilootjes aangekomen, maar daardoor zie je je rimpels wel weer veel minder. Jahaa, het glas is halfvol.”

Oetlul is trouwens een bijzonder woord omdat er verder geen woorden bestaan waar ‘oet’ in zit. Ik weet ook niet of ‘oet’ zelf iets betekent. Het klinkt in ieder geval heel lekker.

Lulletje rozenwater

Dat is iemand die niets durft en niets aankan. Het lulletje rozenwater maakt nooit een ongepaste opmerking, zoals de oetlul dat wel doet, want hij zegt voornamelijk helemaal niets.

Het roept het beeld op van iemand die zichzelf (of zijn geslacht?) besprenkelt met rozenwater, en dat is inderdaad niet echt de Marlboro-man. Dan toch maar liever een oetlul zijn. Of desnoods een lapzwans.

Lapzwans

De lapzwans betekent letterlijk zoiets als een slappe lul. Lap slaat op slap, en vergelijk zwans maar met het Duitse Schwanz. Toch is een lapzwans iets anders dan een slappe lul. Een slappe lul heeft geen wilskracht, maar de lapzwans is gewoon lui. En lui, dat is ergens wel weer cool.

Als we, samenvattend, de anatomie van het mannelijk lid doornemen, kunnen we concluderen dat bijna alles van de penis inspireert tot schelden, behalve de voorhuid.

De eikel straalt iets sulligs uit, terwijl het venijn in de zak zit (tenzij het om een slappe zak gaat). En de lul als geheel is onbedreigend. Dat is wat de taal ons kan leren over onszelf.

Met de zestigste verjaardag van de Volksrepubliek China in het vooruitzicht is het verbijsterend om te ontdekken hoeveel goede wil de communistische partij na al die jaren nog bezit.

Maar het heeft dan ook niets te maken met de prestaties van die partij – want die zijn ook volgens menigeen in China tamelijk waardeloos – maar met loyaliteit. Steun aan de enige partij van het land is net zoiets als de steun van Amerikanen aan de Republikeinse of Democratische partij. Die doen dat meestal uit traditie, zonder heel veel nadenken.

Nu is dat in het democratische Amerika natuurlijk nog ongelooflijker dan in het totalitaire China, maar in China bestaat sinds enige jaren wel iets wat lijkt op diversiteit – en wel bínnen de partij. Zo wordt een groot onderscheid gemaakt tussen lokale en centrale partijbureaucraten. Lokale partijleiders zijn slecht, centrale partijleiders zijn goed – per definitie. Alsof er een binnenlandse partij is die corrupt is, en een partij in Peking die betrouwbaar is en die door iedereen wordt gesteund.

Op filmbezoek in China blijkt zelfs de meest getergde dissident hoop te putten uit de ingebeelde goedheid van het centrale leiderschap van de partij. En of die hoop nu voortkomt uit lijfsbehoud of oprechte overtuiging, het doet de partijtop geen kwaad.

De tweedeling die inmiddels door heel China loopt, is zo groot dat zelfs kritische activisten weigeren de partijbonzen in Peking de schuld te geven van hun misère. Als er problemen zijn, dan ligt de oorzaak in de provincie, niet in de hoofdstad.

In het land zonder politieke hoop is de nood kennelijk zo hoog dat de hoogste macht mag rekenen op blind vertrouwen van de man in de straat. Ook al bestaat het centraal partijbestuur grotendeels uit vooruitgeschoven provincialen die jaren van politiek onvermogen en corruptie achter de rug hebben – eenmaal in Peking verandert hun aanzien.

Wat dat betekent voor het land weet niemand. Maar je zou wensen dat het centrale partijbestuur van China eindelijk iets met dat vertrouwen doet.

Floris-Jan van Luyn

Zoals ik al eerder heb geschreven, woont mijn broer in Moskou, mijn zus in Boston, en ik woon tussen ze in, in Amsterdam. Eén keer per jaar lukt het ons om bij elkaar te komen, rond de verjaardag van mijn zus. En dat is deze week.

Mijn broer kwam eerst aan in Nederland. Hij had genoeg van Moskou en was tijdelijk uitgeweken naar Indonesië. Hij had een pak gemberthee voor me meegenomen, en een klein stenen poesje waar je wierookstokjes in kon steken. Verder had hij weinig bagage. Zijn pinpas was kwijt, zijn simkaarten waren kwijt en zijn schoenen waren kwijt.

lees verder