In rijke landen is de neiging tot ontevredenheid het grootst. Dat staat nergens en ik kan het ook niet bewijzen. Maar reizend door Azië, het werelddeel waar volgens de Verenigde Naties de armoede het snelst is toegenomen het afgelopen jaar, is het opvallend hoe weinig er wordt geklaagd. Soms wordt daaruit de verkeerde conclusie getrokken dat mensen in arme landen gelukkiger zijn – de idealisering van de eenvoud. Maar kennelijk heeft leven bij de dag een andere uitstraling dan leven met een hypotheekschuld.
Dat alles is maar moeilijk voor te stellen in het Wilders-tijdperk. Dat is immers het resultaat van egoïsme en lompheid, de twee eigenschappen waar Nederland wereldwijd om bekend staat. Niet voor niets heb ik hier al vaker gepleit voor gratis enkeltjes India voor een ieder die in meer of mindere mate lijdt aan het Wilders-complex. India is een heilzame plek voor mensen met een huis en een baan die iedereen overal de schuld van geven zonder het maar een moment bij zichzelf te zoeken.
Want als er ergens een beschuldigende vinger mag worden geheven, dan is het wel in Azië. Daar lijden 640 miljoen mensen, eennegende van de wereldbevolking, honger. De financiële crisis of het blanke geldspel is niet van Aziatische makelij en toch is daar de klap het grootst. De voedselprijzen zijn er nog nooit zo hoog geweest – opgejaagd door de vraag naar alternatieve brandstoffen als ethanol (gewonnen uit mais). En de kansrijken hebben met hun verliezen ook nog eens hun grenzen gesloten. Allemaal niet behulpzaam.
Toch hoor je er in Azië vrijwel niemand over. Ontevredenheid heeft er geen plek. Althans zo lijkt het. Want misschien is het wel anders en schuilt er groot gevaar. Dat van onderdrukte ontevredenheid bijvoorbeeld. Ontevredenheid onder de oppervlakte die anders dan bij ons niet uit egoïsme, maar uit wanhoop is geboren. Zo’n gemoed is bij tijd en wijle behoorlijk explosief, zo hebben we geleerd. En dát creëert weer Wilders-stemmen.
Nog een reden om de armoede te bestrijden.



