Aaf Brandt Corstius: En de hongerwinter was erger
Met zijn gedichten heb ik niet zoveel, en met zijn stonede performances met veel gesliert van haar en gezwaai van armen ook niet, maar als mens vind ik Simon Vinkenoog erg vermakelijk. Nu ligt hij in het ziekenhuis bij mij om de hoek, waar zijn rechteronderbeen geamputeerd is. Hij had helse pijn aan dat been, en dit was de enige oplossing.
De meeste mensen zouden klagen als hun rechteronderbeen geamputeerd was, maar Simon Vinkenoog (80) niet. Hij zag er heel monter uit op de foto op de voorpagina van Het Parool van gisteren, en verklaarde dat hij het ziekenhuis een ‘experience’ vond. Hij lag op zijn ziekenhuisbed met een stoppelbaard en in een T-shirt, waarop iets met Freedom stond, lekker een dichtbundel van Hans Verhagen te lezen.
Als mijn rechteronderbeen er net afgehaald was, zou ik me te miserabel voelen om wat voor dichtbundel dan ook te lezen, maar Simon dus niet. Ik keek op zijn weblog. Daarop had hij al wat foto’s gezet van de andere patiënten op zijn ziekenhuiszaaltje. Ook allemaal van die stralende types, terwijl ze allerlei gebroken armen, benen en heupfracturen hadden. Het zal de invloed van Simon wel geweest zijn.
Want het was een en al euforie in het ziekenhuisverslag van Simon. Hij was al op eigen kracht naar de wc gehopt. De narcose vond hij een trip. Het ziekenhuis was inspirerend. Zijn bloeddruk was top. Hij had lekker gescrabbeld met zijn vrouw, Edith. Hij verheugde zich op het revalidatiecentrum. Een kunstvoet was geen ramp. En de hongerwinter was erger.
‘Ik ben zo’n nieuwe bejaarde’, zei hij tegen Het Parool. ‘Niet klein te krijgen.’
Maar ik zelf, helaas niet gezegend met de vrolijke geest van een nieuwe bejaarde, maakte me zorgen. Eén keer per jaar zie ik Simon Vinkenoog op het Boekenbal dansen met zijn vrouw, meestal in het zaaltje waar oude-mensenjazz gedraaid wordt. Dansen is niet helemaal het woord; de twee draaien om elkaar heen in een ingewikkeld, aritmisch baltsritueel, wat pijnlijk om aan te zien zou zijn als ze niet van die enthousiaste nieuwe bejaarden waren.
Hoe moest het nu met dat dansen, vroeg ik me af. Gelukkig was daar ook goed nieuws over. Edith voorspelde dat Simon binnen drie maanden weer zou dansen. Dat is nog ruim op tijd voor het Boekenbal.
Was iedereen maar een nieuwe bejaarde.



