Archief van berichten uit juli

Hoeveel kosten de allochtonen ons? Het Kamervragenbombardement waarmee de PVV vorige week de zomerrust wilde verstoren, lijkt op het zoveelste buitenissige plaagstootje van de populisten, maar past in feite precies in een visie op de samenleving waarin zij beslist niet alleen staan.

Steeds meer politici beschouwen de samenleving namelijk als een bedrijf, waarop een simpele kosten-batenanalyse gemaakt kan worden. Termen als ‘opbrengst’, ‘groei’ of ‘investering’, oorspronkelijk afkomstig uit de middenstandswereld, zijn ongemerkt in andere terreinen ingeslopen, van menselijke relaties (‘wat hebben wij elkaar nog te bieden?’, ‘investeer ook eens in mij!’) tot aan de politiek (‘wat kost de allochtoon?’).

Voor partijen die bestaan uit omhooggevallen makelaars, directeurtjes en sjacheraars is dat natuurlijk niet vreemd. Hun breinen hebben al vanaf de geboorte de structuur van een boekhoudtabel.

Kwalijker is dat het economische sjabloon op de wereld steeds dominanter is geworden.

Dat is niet altijd zo geweest. In het niet-eens-zo-gek-verre verleden bestonden er ethische waarden (‘rechtvaardigheid’), affectieve (‘genegenheid’), intellectuele (‘kennis’) en zelfs esthetische waarden (‘schoonheid’).

Helemaal verdwenen zijn die niet. Wel zijn ze ondergeschikt geraakt aan het middenstandsmodel en de middenstandersmentaliteit.

Zo ging het bij het JSF-debat alleen over de kosten en de werkgelegenheid, niet over de ethische kant. Zo investeert Nederland relatief het minste van heel Europa in wetenschappelijk onderzoek, waarvan de ‘opbrengsten’ immers niet altijd onmiddellijk meetbaar zijn. Zo draait het publieke debat vaak rond de vraag wat iemand mag verdienen. Als enige land ter wereld hebben wij daar een norm voor die vernoemd is naar (en gebaseerd is op het jaarsalaris van) de premier. Zo worden overheids- en bedrijfsgebouwen steeds lelijker, omdat functionaliteit boven esthetiek heerst.

Zo is Nederland ongemerkt veranderd in één groot bedrijf met bazen en managers die hun rekensommetjes maken aan hun Haagse bureaus en aan hun medewerkers/burgers een mailing sturen: in dit land is het up or out!

Christiaan Weijts

In de roman The Hitchhikers’ Guide To The Galaxy beschrijft Douglas Adams een supercomputer genaamd Deep Thought, die kan berekenen wat het Ultieme Antwoord op „het Leven, het Universum en Alles” is. Na 7,5 miljoen jaar pruttelen komt hij met de Verlossende Uitkomst: 42.

Ja? En? Dus?

Niemand weet raad met het Antwoord, want: niemand weet wat het betekent. Deep Thought verzekert zijn toehoorders dat 42 „het Juiste Antwoord” is, maar dat het probleem vermoedelijk gelegen is in het feit dat „niemand precies weet wat De Vraag was”. lees verder

‘Vroeger ergerden we ons aan de Finnen”, zegt Sue Ann. „Die waren zo op zichzelf. Gingen ze onder elkaar zitten drinken.” Maar ja, alles went. Want toen kwamen de Somaliërs, de Vietnamezen en de Hmong. „Zeg nooit Laotiaan tegen een Hmong, daarmee kun je ze flink beledigen”, zegt Sue Ann.

Ze heeft er kijk op, want ze heeft ze allemaal in haar klas gehad. Ze is kleuterlerares in een slaapstadje even buiten Minneapolis, en ze vertegenwoordigt in die rol de eerste stop van de migrantenjeugd op weg naar het volwaardige Amerikaanse staatsburgerschap.

’s Ochtends de nieuwkomers die nog maar een paar woorden Engels spreken en ’s middags de kinderen van ‘echte Amerikanen’, de mensen die al een generatie of langer in de Verenigde Staten wonen. En reken maar dat Sue Ann haar lessen begint met het Amerikaanse volkslied. Met één hand op het hart gedrukt.

„Ze zijn hier gekomen om Amerikaan te worden en zo doen we dat’’, zegt ze beslist.

In een tijd waarin het Nederlanderschap, dubbele nationaliteit en Neerlands trots hardnekkige onderwerpen van gesprek blijven, is het verhelderend om in een land te zijn waar het woord ‘buitenlander’ zo’n andere betekenis heeft. Want of het nu gaat om een behouden gemeenschap in het Midden-Westen van het land of om de hustle bustle van de grote stad, overal in de Verenigde Staten landen onveranderd en gestaag buitenlanders met de wens om te blijven. Maar bijna nergens klinkt de roep om de grenzen te sluiten.

„Dat zou een beetje vreemd zijn”, zegt Sue Ann.

En ze meent het. Want het mogen dan vreemde types zijn die hun weg naar haar Minnesota hebben gevonden, ze zijn gekomen om Amerikaan te worden. Daar is Sue Ann van overtuigd. „Net als wij een paar generaties terug.”

De prijs voor die tolerantie is dat van de nieuwkomers wordt verwacht dat zij zich ook als Amerikanen leren gedragen. En daar zorgt Sue Ann voor.

„Zo doen we dat hier”, zegt ze onvervaard.

Floris-Jan van Luyn

Het was groot zomerkomkommerwereldnieuws: één Franse krant had geschreven dat minder vrouwen topless zonnen, en alle kranten namen dat vervolgens over. Het nieuws haalde zelfs het Jeugdjournaal. Kinderen, zo bleek uit het item, zijn er fel op tegen dat vrouwen topless zonnen.

Zelf was ik als kind een topless-voorstander, want zo kon ik op het Noord-Hollandse strand urenlang met mijn broer en zus lachen om de vele en veelvormige borsten die ons omringden. Later in mijn leven ontwikkelde ik het raadspel ‘nep of niet nep?’

lees verder

Weet u nog dat onze premier in een open brief aan Harry Mulisch klaagde dat ‘intellectuelen, schrijvers en kunstenaars’ zich niet lieten horen in het publieke debat? Dat was in 2006. Wilders had in de peilingen één zeteltje.

Veel heeft het niet geholpen, want drie jaar later is Wilders de grootste. Allemaal de schuld van Harry Mulisch. Of nou ja, van ‘de intellectuelen’.

Zo denkt in elk geval ook minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) erover. Ze vertelde tegen Vrij Nederland ernaar te snakken dat ‘de intellectuele elite van Nederland in opstand komt’, tegen ‘de vergroving’ en ‘extreem rechts’.

What the fuck, zal menig elitaire intellectueel gedacht hebben. Op een enkeling na hebben alle krantencolumnisten in Nederland toch academische titels? En op Afshin Ellian na hebben ze toch allemaal al eens op Wilders gepoept? En what the fuck, minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) noemde zijn partij toch juist ‘te elitair’?

Duivels PvdA-dilemma: neig je teveel naar de intellectuelen, dan raak je de arbeiders kwijt. En andersom, want de intellectueel minacht de ‘proleet’. Die op zijn beurt weer de ‘buitenlander’ minacht. En andersom.

Wie in de verzameling van elkaar minachtende ketens die ‘samenleving’ heet een politieke stroming wil bouwen die aan allen gelijktijdig onderdak geeft, moet beschikken over Messiaanse, Obamaiaans verenigende gaven.

Totdat die zich bij Mariëtte Hamer en Guusje ter Horst openbaren, zal de PvdA moeten kiezen of verzuipen. Wilders kiest bijvoorbeeld voor een smalle, zij het talrijke achterban – tegen de intellectuelen, tegen de buitenlanders – en is daarmee de enige echte partij van de (autochtone) arbeiders.

Moet de elite daartegen in opstand komen? Nogmaals in de kranten schrijven wat een domme proleten het zijn? Dat zal ze alleen maar sterken in hun minachting voor ‘interlektuweluh’.

Ter Horsts oproep aan de elite is even gratuit als Plasterks roep om meer marktkooplui. Hun tweezang symboliseert precies hun partijprobleem. Je kunt niet elite en arbeider behagen; elitaire proleten bestaan niet. Juist door voor beiden de deuren wijd open te zetten, zijn ze door verschillende deuren gillend ontsnapt.

Christiaan Weijts

Vanaf maandag is het tijd voor het eeuwenoude, voorgekookte Zomergasten-nagesprek. „Ik vond de presentator beter/slechter dan vorig jaar.” „Ik vond de fragmenten fascinerend/heel saai/fascinerend, maar toch heel saai.” „Ik vond de gast te highbrow/te lowbrow/ik wist eigenlijk pas na twee uur wie het was.” „Ik vond de Piet Hein Eektafel er nog opvallend nieuw uitzien.” En, als klap op de vuurpijl: „Het was vroeger toch beter.”

Tot die tijd moeten we het doen met andere zomer-tv, en daarvoor heb ik een dwingende suggestie: Ik kom bij je eten. Dagelijks op RTL4. Als ik ooit in Zomergasten zou zitten, zou ik heel veel fragmenten uit Ik kom bij je eten laten zien.

lees verder

Misschien komt het doordat het zomer is, en bepaalde nieuwtjes sneller naar de oppervlakte drijven dan in de winter, maar ik vind dat er ineens zoveel nieuwswaardigs gebeurt in de wereld van de popmuziek. Een Dolly Dot dood, Anouk ontslaat haar band, Lady Gaga laat in Amsterdam haar billen zien, en dan was er nog de krantenkop: ‘Zieke Pink zegt show af’.

En dat allemaal op één dag.

En dan staat er vlakbij mijn huis bij nacht en ontij ook nog een meute U2-fans voor het Amsterdamse Amstel Hotel te wachten tot Bono, die daar logeert, zijn bleke gezichtje laat zien. Ze staan er al een tijd, en af en toe fiets ik langs, en dan hoor ik ze over het concert napraten. ‘Het geluid was niet goed, de rest wel.’ Dat soort kennerspraat.

lees verder

Twee conclusies van de opiniepeiling 21minuten.nl hebben onder sociologen grote verwondering gewekt, omdat ze ogenschijnlijk tegenstrijdig zijn: aan de ene kant is ruim 70 procent van de Nederlanders (zeer) gelukkig met zijn eigen leven, terwijl een even grote meerderheid (zeer) bezorgd is over de samenleving als geheel.

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, probeerde deze discrepantie tussen micro- en macrobeleving te verklaren met de zondeboktheorie: we wijten maatschappelijke problemen aan anderen, maar zien onszelf niet als onderdeel van diezelfde maatschappij. Of, samengevat: met ons gaat het goed, met de rest bergafwaarts – en dus, leert dan de logica, zijn we gelukkig én bezorgd.

lees verder