Archief van berichten op 20 augustus 2009

Aan het eind van Zomergasten, afgelopen zondag, zei Margriet van der Linden tegen Carice van Houten: „Ik ga je ongelooflijk bedanken.”

Een vaker gebruikte, maar daarom niet minder rare zin. Ten eerste dat ongelooflijk. Een echt modewoord, je hoort het overal. Het lijkt alsof iedereen voortdurend rondloopt in een staat van shock.

„Wat on-ge-lo-fe-lijk mooi is dat concert, echt niet te geloven.”

Of: „Die man is zo ongelooflijk toegewijd! Hij staat elke ochtend om vier uur op, en zonder geklaag!”

Omdat ‘ongelooflijk’ zo veel gebruikt wordt, is er natuurlijk ook sprake van betekenisinflatie. Je kunt tegenwoordig makkelijk met een neutraal gezicht en zonder enig enthousiasme zeggen: „Dat boek is ongelooflijk interessant.”

‘Ongelooflijk’ is dus vaak niet ongelooflijk, maar meestal wordt het nog wel gebruikt op een manier die zou kúnnen kloppen. ‘Ongelooflijk mooi’ is iets, ‘ongelooflijk hoog’ ook. Maar ongelooflijk bedanken? Wat is ongelooflijk bedanken? Is dat aan iemands voeten gaan liggen kronkelen, hard huilen en ondertussen snikken: „Ik ben het niet waard! Dat je dit voor mij gedaan hebt! Sla me!”

Ik weet het ook niet, maar dat is het ’m nou juist met ongelooflijke dingen: die zijn moeilijk voorstelbaar.

Het tweede rare aan ‘ik ga je ongelooflijk bedanken’ is het element ‘ik ga je bedanken’. Je verwacht dat er daarna hartelijk wordt uitgeroepen: „Dus bedankt!”

Maar dat gebeurt niet.

Je hoort het wel vaker, dat mensen aankondigen wat ze gaan doen, maar dat het bij die aankondiging blijft. Die is blijkbaar al genoeg.

Als je bij het verlaten van een feestje geen zin hebt om iedereen individueel te groeten, kun je aankondigen: „Nou, ik doe even een zwaai…” Die zwaai zelf kun je dan heel klein houden, je kunt hem beperken tot een flapje van de hand. Of hem zelfs helemaal achterwege laten.

„Ik ga je ongelooflijk bedanken.” De droge aankondiging-zonder-vervolg strookte niet met het geëxalteerde ‘ongelooflijk’.

Daarom bleef deze zin nog dagen in mijn hoofd spoken.

Paulien Cornelisse

Het handige van een crisis is dat je haar van alles de schuld kan geven. Parkeerproblemen in de binnenstad? Vertraagde treinen? Atmosferische storingen? Tja, de crisis, hè…

Zo komt ook de explosieve stijging van het aantal eerstejaars studenten reflexmatig op conto van de crunch. Ik vraag me af hoe realistisch het is, dat zo’n achttienjarige schoolverlater denkt: nou, gezien de huidige arbeidsmarktconjunctuur doe ik er verstandig aan om het hogerop te zoeken.

Ook de nieuwe Wet Inkomen Jongeren (werk- of studieplicht voor 23 tot 27-jarigen) verklaart de toename niet. Bij uitkeringsinstantie UWV hebben ze er in elk geval niets van gemerkt.

Een veel aannemelijkere verklaring is het nieuwe inschrijfsysteem ‘Studielink’. Hiermee kan iedere schoolverlater zich met een paar muisklikken inschrijven, en dan nog wel voor twee, drie, vier studies tegelijkertijd. Welke hij straks gaat volgen ziet hij dan wel weer.

Zo is de Universiteit van Amsterdam virtueel maar liefst 45 procent gegroeid. Wat dat zegt? Vooral dat Amsterdam bij veel schoolverlaters tweede keus is.

Studielink, in het leven geroepen om het studenten gemakkelijker te maken, zorgt voor een tsunami van spookstudenten. Als je slecht van ze wil denken, dan kun je er een doortrapt complot achter zien van de gezamenlijke hoger onderwijsinstellingen. Nu hebben ze immers een reden om op crisistoon om een kapitaalinjectie te roepen.

Denk je minder slecht van ze, dan is het onhandigheid. Studielink is bedacht om het studenten gemakkelijk te maken en bureaucratie te verminderen. Maar dankzij Studielink opent het komend academisch jaar met een administratieve puinhoop. Roosters die toegesneden zijn op grote groepen moeten worden aangepast, aangetrokken docenten moeten opnieuw ingedeeld of naar huis gestuurd worden, aangeschafte materialen kunnen retour, overspannen docenten vliegen elkaar in de haren.

Ik voorzie, kortom, een hoop gefuck. Ergens dit jaar zal een evaluatiecommissie van de IBG een rapportage maken met als strekking: ‘Studielink geeft een hoop gefuck. Laten we teruggaan naar het oude inschrijfsysteem.’

Christiaan Weijts

I k kende alleen het Nederlandse weeralarm. Wat je bij dat alarm voor weer aantreft, blijkt niet echt uit het woord. Het is gewoon een paniekerige term voor wind, regen, en af en toe een donderslag. Het betekent: ‘Blijf binnen, en als je dan per se in de regen wilt ronddansen, zeur dan niet als er een tak op je hoofd valt.’

In Italië en Spanje is nu het hittealarm afgeroepen; dat is tenminste duidelijk. Alhoewel – voor mijn gevoel zat ik in Frankrijk in een aanhoudend hittealarm, waarbij ik meerdere bossen zag affikken en het prefectoraat van ons departement een barbecueverbod afriep. Maar niemand repte daar van een hittealarm. Toch is het in Italië en Spanje niet warmer dan het in Frankrijk was; om en nabij de veertig graden.

lees verder