Archief van berichten op 24 augustus 2009

‘Er is genoeg ruimte voor alle creaties van God – naast de aardappelpuree’. Gehoord van een Amerikaanse liefhebber van de jacht. Jagen is namelijk een ernstige bezigheid in de Verenigde Staten, en dan ga je niet lopen zaniken.

Het schieten van wild door een man is hier net zoiets als zindelijk worden: je moet erdoorheen, daarna gaat het allemaal vanzelf. Nu ben ik nog geen mens tegengekomen die het leuk vindt om een hert te villen, maar „a man’s got to do, what a man’s got to do”. En dus vilt iedere vent ten minste één keer in z’n leven een hert. Het gewei boven elke deur houdt de initiatierite levend.

Dick Tesar wil weten of ik wel eens een hert heb gevild. Want Dick is er een van de oude stempel. Een ‘rendezvous-freak’ zoals hij zichzelf noemt. Dat is hier in Prairie du Chien, een Mississippi-stadje in Wisconsin, iemand die bij voorkeur rondloopt in kleren uit de tijd van achttiende-eeuwse pelshandelaren uit Frans-Canada – de jongens die hier voor de Amerikaanse expansie de dienst uitmaakten. Dick draagt kleren van zelf geschoten, zelf gevild en zelf gelooid hert. „Jech!”, walgt mevrouw Tesar vanuit haar Recliner-stoel. „Die stank! Kwam zo door de vloer omhoog zetten.”

Maar ook al kan ik mijn plas best ophouden, het antwoord is nee. Dick kan het bijna niet geloven. „Ik heb ook nog nooit een vis gevangen”, maak ik het alleen maar erger. Waarop Dick meteen de kelder in duikt om terug te keren met zes geweren. Hij wil mij alle ins en outs van een echte achttiende-eeuwse trapper laten zien. Hier doe je het buskruit, daar haal je de trekker over. Mevrouw Tesar, „zeg maar Tracy”, schuift gezellig de tortillachips door. Als ik nou wat langer zou blijven, bedenkt Dick hartelijk, konden we samen jagen, villen en looien! Maar ik kan niet langer blijven, want ik ben onderweg in de eenentwintigste eeuw. A man’s got to do, what a man’s got to do.

‘Je had leuke fragmenten’, las ik zaterdag op de opiniepagina van NRC Handelsblad. ‘Je was jezelf en dat zou meer dan genoeg moeten zijn. Alleen: de hele mooie avond sloeg dood als een slecht getapt glas bier. Dat kwam niet door jou, dat kwam voor 100 procent door de totaal humorloze, formele, oninteressante en onbekwame manier waarop Margriet van der Linden je door de avond loodste.’

Waar ging dit in godsnaam over?

Ik wou net voor nadere inlichtingen naar de krant bellen, toen mijn oog viel op een pasfotootje van Hanneke Groenteman, met nog een tekstje ernaast dat luidde: ‘Journalist en presentator Hanneke Groeteman richt zich tot Zomergast Carice van Houten, hannekegroenteman.nl, 17 augustus’

lees verder

In HP De Tijd van deze week staat een illustratie van vier beroemde doden: Theo van Gogh, Martin Bril, Michaël Zeeman en André Hazes. Ze zijn na hun dood te uitgebreid bewierookt, staat er aan het begin van het artikel.

Ik was benieuwd waarom ze te uitgebreid bewierookt waren. Hadden zij hun stukjes niet zelf geschreven, hun briljante liedjes niet zelf uit het rijmwoordenboek gedestilleerd?

Het stuk bleek gebaseerd op de ervaringen van één HP De Tijd-medewerker, Jan Zandbergen, met deze vier mannen. Met Theo van Gogh had hij een keer ruzie gehad in een auto. Michaël Zeeman had hij ooit ontmoet op het Boekenbal. Over André Hazes repte hij überhaupt met geen woord. Weinig nieuws dus, over die doden.

lees verder