Berichten gepost in 30 oktober 2009

Jan Blokker:

Graaiers, schnabbelaars en netwerkers

Is Ed Nijpels een graaier?

Dat zou ik niet meteen willen zeggen, Ook nu hij de zestig begint te naderen en z’n gezicht wat voller is geworden, blijf ik hem zien als de kruising van een rotjongetje en een huilebalk: moeder, ze pesten me. Je komt dan ongeveer uit bij de wat achterbakse dorpsgenoot van Dik Trom, die Bruin heette: Bruin Boon. Vrouw Boon, Bruins moeder, was ook geen erg sympathiek karakter in de boekenreeks. Was er eigenlijk een vader Boon? Misschien wilde de schrijver een achtergesteld milieu en een minder gelukkige jeugd suggereren. Hoe dan ook: Bruin had ik in deze tijd wel degelijk bestuursvoorzitter van het pensioenfonds ABP zien worden. Dik Trom nooit.

Lees verder

Renske de Greef:

De peilloze diepten der zombiewereld

Een vriendin van mij maakte een zombiemusical, en werd daardoor uitgeroepen tot zombie-expert. Hoewel ik veel van zombies houd (ik figureerde ooit bijna in een zombiefilm, met als enige vereiste ‘dat je het niet vervelend moet vinden als er vleeswaren op je gezicht gelegd gaan worden’) had ik geen idee van de peilloze diepten der zombiewereld.

Zo vertelde ze me laatst dat ze jurylid bij een debat was geweest. Op een zombiefestival. ‘Een debat over wat?’, vroeg ik. ‘Hoe bejaarde zombies uit hun sociale isolement gehaald moeten worden?’ ‘Nee’, zei ze. ‘Over langzame en snelle zombies.’ Er bleek al een tijd een heftige tweestrijd onder zombieliefhebbers te heersen. De ene groep is van mening dat ondoden ook kunnen rennen, en dus als ranke hinden, hun loshangend vlees wapperend in de wind, achter je oma aan kunnen gaan. De andere groep is er heilig van overtuigd dat zombies moeten strompelen. Zombies zijn namelijk net opgestaan uit de dood, en bewegen zich dus nog langzaam en onhandig.

Lees verder

Jan Blokker:

De onveranderlijk brave vakverenigingen

Als ik leden van de vakbond zie, moet ik altijd aan mijn vader denken.

Behalve dat hij samen met de oude Drees de stenografieclub Steeds Sneller oprichtte, dat hij in Davos heeft gekuurd tegen tbc, dat hij meer dan vijftig jaar lang op hetzelfde effectenkantoor werkte, en dat hij Beethoven de grootste componist aller tijden vond, was mijn vader ook nog een overtuigd liberaal. Niet op de manier van de vooroorlogse Liberale Staatspartij natuurlijk (hij zou alle kopstukken van de VVD tot en met Rutte hebben gewantrouwd), maar op de wijze van de Vrijzinnig Democraten. Net als Drees zou hij dit jaar 122 zijn geworden, dus hij leeft niet meer. Maar ik vermoed dat hij na lang nadenken, en met alle reserves die hij in zichzelf kon aanboren, nu in godsnaam toch maar op Pechtold zou stemmen.

Lees verder

Renske de Greef:

Met een enigszins afwachtend gezicht stond hij op de foto

Facebook lijkt in sommige aspecten op mijn eerste scoutingkamp. Ik was nieuw en liep zo verloren rond dat ik vergaande fantasieën had over een boom, mijn nek en mijn rommelig geknoopte fluitenkoord. Toen twee meisjes zich met mij bemoeiden, was ik zo opgelucht dat ik direct vriendschap met hen sloot. Dit bleek een fout. Deze meisjes waren niet leuk. De een praatte te hard en de ander kauwde alleen maar op haar mouw. Bovendien waren ze totale outcasts. Ik begreep dat – die mouw rook naar voeten – maar doordat ik nu met hen was, telde ik ook niet mee. Vriendschap is in die tijd een soort contract met bloed ge-tekend, dus ik schikte me in mijn lot en staarde weemoedig naar de andere kant van het kampvuur, waar meisjes praatten en liedjes zongen. Soms stak ik als troost even mijn mouw in mijn mond.

Lees verder

Rob Wijnberg:

Meldpunt Cynisme

De tijd dat bellen naar een telefoondienst alleen voor vieze oude mannetjes was, ligt ver achter ons. U weet wel: die goeie ouwe jaren ’90, toen een ‘06-nummer draaien’ nog betekende dat je automatisch werd doorverbonden met een hijgende huisvrouw wier libido was vastgelegd op een cassettebandje van Menno Buch. Nee, tegenwoordig is er voor elk wat wils: je kunt je telefonisch laten aurareaden, parahealen en zelfs holistisch over je chakra laten masseren. Het schijnt dat De Nederlandsche Bank onlangs ook een aparte callcenter heeft ingericht voor gedupeerden van de DSB-affaire, maar dat loopt nog niet echt storm.

Lees verder

Renske de Greef:

Je kiest een setje en dan reborn je hem

Voordat ik naar de poppen- en berenbeurs vertrek, vertelt iemand me over het fenomeen uncanny valley: een onderzoek over hoe mensen robots zien. Wij willen graag dat een robot menselijke trekjes heeft, bijvoorbeeld twee ogen of benen. Maar als de robot te veel op een echt mens gaat lijken vinden we het niet meer prettig. Dan stoot het juist af.

De poppen- en berenbeurs is wat mij betreft uncanny valley 2.0. Meteen bij de eerste stand zie ik een levensgrote, goed gelijkende babypop in een roze pakje met capuchon, waar een briefje bij staat: twee gezichten! Als ik aan de geduldige mevrouw vraag wat dat precies betekent, trekt ze de capuchon af, pakt kordaat het babyhoofdje vast en draait hem 180 graden. Zodra blijkt dat het achterhoofd bestaat uit een nieuw, boos gezichtje denk ik: ik weet niet zeker of ik goed ga slapen vannacht.

Lees verder

Renske de Greef:

Tot mijn teleurstelling brandt er gewoon licht

Ik sta met een groepje mensen op een donker en nat Domplein. Lantaarns verlichten de slagregen. Ik ben doorweekt. Paraplu’s behoren tot een wereld van gedegen voorbereiding. Ik kom vaak in cafés tot de ontdekking dat ik twaalf batterijen en een babymeerkat in mijn tas heb, terwijl ik mijn telefoon, portemonnee en waardigheid thuis heb laten liggen. Gelukkig houdt de regen af en toe miraculeus op, omdat er soms uit medelijden een paraplu van anderen in de groep boven mijn hoofd zweeft.

We beginnen aan een nachtwandeling langs de donkerste plekken van Utrecht ter ere van de Nacht van de Nacht, waarin lichtvervuiling centraal staat. Het thema spreekt me aan en bovendien klinkt een nachtwandeling spannend, alsof de weg wordt geleid door iemand die ondertussen griezelverhalen vertelt bij een flakkerend olielampje. In dit geval dan griezelverhalen over schijnwerpers en verlichte etalages, maar toch.

Lees verder

Jan Blokker:

Roel, tweemaal Ab en de epidemie

‘De Mexicaanse griep is een milde griep”, zei de infectiedeskundige van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid, ‘maar soms zijn de verschijnselen ernstig.’

Roel Coutinho.

Hoe de verhoudingen precies liggen tussen mild en ernstig, of tussen Roel en de twee Abs (Osterhaus en Klink), wat de rol is van de Gezondheidsraad en de Inspectie, of er straks meer 85-plussers zullen overlijden dan kinderen tot 12, en hoeveel het er in absolute getallen moeten worden vóór we van een nationale ramp mogen spreken – dat zou ik allemaal niet weten, en als ik het wél wist zou ik het morgen al weer moeten rectificeren.

Lees verder

Renske de Greef:

Tot mijn teleurstelling brandt er gewoon licht

Ik sta met een groepje mensen op een donker en nat Domplein. Lantaarns verlichten de slagregen. Ik ben doorweekt. Paraplu’s behoren tot een wereld van gedegen voorbereiding. Ik kom vaak in cafés tot de ontdekking dat ik twaalf batterijen en een babymeerkat in mijn tas heb, terwijl ik mijn telefoon, portemonnee en waardigheid thuis heb laten liggen. Gelukkig houdt de regen af en toe miraculeus op, omdat er soms uit medelijden een paraplu van anderen in de groep boven mijn hoofd zweeft.

We beginnen aan een nachtwandeling langs de donkerste plekken van Utrecht ter ere van de Nacht van de Nacht, waarin lichtvervuiling centraal staat. Het thema spreekt me aan en bovendien klinkt een nachtwandeling spannend, alsof de weg wordt geleid door iemand die ondertussen griezelverhalen vertelt bij een flakkerend olielampje. In dit geval dan griezelverhalen over schijnwerpers en verlichte etalages, maar toch.

We vertrekken met de groep naar een cafékelder. Tot mijn teleurstelling brandt er gewoon licht, en legt de gids iets uit over een Romeinse muur. Geen kwaad woord over de Romeinen, maar zolang het niet over in de fik gestoken gekruisigden bij wijze van straatverlichting gaat, zie ik geen verband met het thema van de avond. Als de gids daarna twijfelend vraagt: ‘Is dit een beetje wat jullie verwachtten?’ vermoed ik dat er enige onduidelijkheid bestaat over deze wandeling.

De wandeling voert langs historische hoogtepunten, die niets met donkerte te maken hebben. Op een gegeven moment wijst de gids op een aantal kraagstenen: ‘Ze zijn prachtig gebeeldhouwd. Ja, dat kan je nu niet zo goed zien.’ ‘Jammer dat het zo donker is?’ zeg ik verbijsterd. ‘Wat betreft die kraagstenen,’ zegt iemand. ‘Ik ben van de gemeente, en we gaan daar een heel mooi spotje op zetten.’

Als later iemand anders me uitlegt dat zijn paraplu van een bedrijf is dat lichtzuilen maakt, krijg ik al helemaal het gevoel dat het stiekem de Nacht van JEEE NOG MEER NEON! is.

Op het laatst gaan voor één keer symbolisch de lichten van de Dom uit. Ik kijk naar de indrukwekkende zwarte toren, en vraag me af waarom hij niet zo kan blijven. Ik heb het licht gezien. Ik wil het uit.

Jan Blokker:

De overeenkomst tussen Van Basten en de paus

H erinnert u zich Salomon Kalou nog?

Aardige voetballer uit Ivoorkust, die uitkwam voor Feyenoord, en de aandacht trok van bondscoach Marco van Basten die zich voorbereidde op het WK van 2006. Zou Salomon niet een ideale versterking zijn geweest voor het elftal van Oranje dat volgens mij toen nog voornamelijk bestond uit jongelui van Telstar, Volendam en Go Ahead, omdat Marco van experimenteren hield? Maar ja, Ivoriaan, dat mocht niet.

Tot Marco de list bedacht om de speler (‘overal opstelbaar’, las ik toentertijd dagelijks in de sportrubrieken) de Nederlandse nationaliteit aan te bieden. Daarmee begonnen leuke nieuwsweken.

Lees verder