Archief van berichten op 8 oktober 2009

O,de inspiratie die Boer zoekt vrouw genereert! Zou je een heel taalboek kunnen schrijven dat uitsluitend gebaseerd is op Boer zoekt vrouw? Waarschijnlijk wel – met een heel lang hoofdstuk over dialecten.

Afgelopen zondag vooral gefascineerd geraakt door een van de moeders, die zogenaamd ontspannen was over het feit dat er ineens drie wildvreemde vrouwen over haar erf zouden lopen.

Ze zei (in het Brabants): „Ik wacht het gewoon af!” En daarna, om te benadrukken dat ze echt heel relaxed was: „Ik laat het gewoon over me heenkomen!!!”

Fijn is dat. Mensen die denken dat woorden uitspreken genoeg is; dat daar geen bijbehorende gezichtsuitdrukking en lichaamshouding bij hoort. Iemand die, rood aanlopend, roept: „Ik bén niet boos! Ik ben alleen maar héél gelúkkig dat we eindelijk een keer met de hele familie samen zijn en dat wilde ik graag zo houden!”

Je ziet het ook weleens in een sauna. Iemand die de ogen stevig dichtknijpt en zegt: „Hèhè. Dít had ik nodig. Éven alles van me af laten glijden. Lekker even helemaal niks. Héérlijk. Mmm.”

Terwijl diegene in plaats van te zeggen hoe ontspannen het allemaal voelt, ook daadwerkelijk had kunnen gaan ontspannen.

Ik heb iemand uit de toneelwereld weleens horen beweren: „Het gaat niet om wat een personage zegt, het gaat om wat hij niet zegt.” En dat geldt voor het echte leven eigenlijk ook wel. Taal wordt bijzonder vaak ingezet om iets te verdoezelen dat gênant, vies, gemeen of laag-bij-de-gronds is.

Hoe zal het de moeder in Boer zoekt vrouw vergaan? Ik verwacht dat zij de rest van de serie, wat zeg ik, de rest van haar leven, rond zal lopen met een kloppende halsslagader. Tegen haar nieuwe schoondochter zal ze heel uitnodigend en warm uitroepen: „Je bent als de dochter die ik nooit gehad heb! Wacht ik zet nog een kop koffie!”

Op haar eigen begrafenis zal ze voor de laatste keer, vanuit de kist, roepen: „Zo had ik het gewild, inderdaad!”

Paulien Cornelisse

Mijn laatste hoofdrekensom maakte ik lang vóór de oorlog tegen terreur, misschien nog vóór de Tweede Golfoorlog. Op mijn eindexamen mocht ik gewoon m’n rekenmachine meenemen.

Dat gaat veranderen. Gisteren kondigden de twee onderwijsstaatssecretarissen aan dat er een verplichte rekentoets op het eindexamen komt. Waarschijnlijk komt daar straks een ouderwets dictee bij, want dit grapje wordt uit een speciaal potje (115 miljoen) betaald dat het reken- en taalniveau moet opschroeven.

Op zich niet onaardig bedacht natuurlijk. Als je de normen voor CO2 uitstoot strakker wilt krijgen, neem je die ook op in de apk-keuringseisen.

Toch ligt dit complexer. Waarom rekenen en schrijven onze kinderen zo belabberd? Dat is al heel lang bekend. Behalve door het algehele verval der zeden, het comazuipen en de grote teloorgang van onze westerse beschaving en die van ons land in het bijzonder, komt het doordat pabostudenten nauwelijks meer kunnen schrijven en rekenen. Daardoor brengen zij een generatie van nog achterlijker schoolkindertjes groot, die ons op hun beurt weer verder de drek in trekken en tot pispaaltje onder de kennislanden maken.

Om die neerwaartse spiraal te doorbreken, moet je je middelen slim inzetten. Aan de basis. Zoals je de nieuwe CO2-normen eerst bij de auto-industrie neerlegt en pas in tweede instantie in de apk-keuring, zo moet je zorgen dat eerst die pabostudenten hun basiskennis op orde krijgen.

Daarna zal die extra rekentest niet eens nodig blijken. Bij een kandidaat-banketbakker ga je ook niet zijn ingrediëntenkennis, kneedtechniek, timing en snijvaardigheid afzonderlijk toetsen. Je zet hem in de bakkerij en laat hem een taart bakken.

Taal en rekenen zitten per definitie vervlochten in praktisch alle andere vakken. Schrijf een opstel en je test in één ruk spelling, betoogopbouw, logisch denken, taalgevoel, grammatica. En rekenen is zelfs bij niet-bètavakken als geschiedenis te toetsen.

Wie een slimme generatie wil kweken moet de schaarse onderwijsmiljoenen slim inzetten. Niet met overbodige eindexamentoetsen, maar met een verplichte taal- en reken-apk voor basisschoolleraren.

Christiaan Weijts

V anavond is de documentaire De nieuwe elite op tv, over het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, het zwartste gymnasium van Nederland.

Ik behoor kennelijk tot de oude elite, want ik zat op het Vossius Gymnasium in Amsterdam, een zeer wit gymnasium. De allochtonen die daar rondliepen herinner ik me stuk voor stuk, omdat het er zo weinig waren, namelijk twee. Er was een vluchteling uit Iran, van wie we Iran Perzië moesten noemen. En er was een Surinamer.

Nog steeds als ik langs mijn oude school fiets, zie ik daar een kluwen verveelde, rokende, blanke kinderen met merkkleren staan.

lees verder