Jan Blokker:
Een prins, een burgemeester en mijn grootvader
‘Standen moeten er wezen’, placht mijn grootvader te zeggen. Zelf heeft hij het nooit verder geschopt dan ‘hoofd eener school’, en dat liet hij – blijkbaar toch niet helemaal ontevreden – vóór de invoering van de spelling-Marchant op zijn briefpapier drukken. Maar hij bedoelde het ook absoluut niet sarcastisch, laat staan opstandig (hij was liberaal), hij had er gewoon vrede mee dat de maatschappij nou eenmaal was ingericht zoals ze was ingericht. Als hij het zelf had mogen overdoen was er ongeveer hetzelfde uitgekomen: dat de een zich zonder problemen een tropisch vakantiepaleis aan de Indische Oceaan kan veroorloven, de ander zich bij jan en alleman en het integriteitsbureau moet verantwoorden voor een poor man’s huisje aan de Zwarte Zee in Bulgarije, en een derde op z’n allermooist op z’n ouwe dag, bijna blind, van z’n spaargeld een dagcruise over het IJsselmeer mag meebeleven.