Archief van berichten op 12 oktober 2009

Terwijl de huidige Amerikaanse president zich wederom heeft mogen wentelen in de boter van zijn belofte – die hij, zo weet iedereen heel erg zeker, eerstdaags waar gaat maken – gaan mijn gedachten uit naar de man aan wie hij de pre-emptive strikes van toegedichte onsterfelijkheid te danken heeft: George W. Bush.

Wat voert Dubya dezer dagen toch in zijn schild? Want het is met de goede man inmiddels net als met zijn hobby-schurk, Osama bin Laden: sinds zijn moment van glorie, is het opmerkelijk stil geworden. À propos hobby-schurk, bij gebrek aan resultaat heeft de Amerikaanse justitie ter compensatie een Poolse-Franse viespeuk opgepakt. Ook een hele prestatie.

Maar ik was op zoek naar Bush. Wat zich liet traceren waren glimpjes: een toespraakje ter waarde van 150.000 dollar in Canada hier, een bezoekje aan de Dallas Cowboys daar. Maar echt (ex-)presidentieel wilde het niet worden. De belangrijkste vindplaatsen bleven toch de boze blogs en bumperstickers met teksten als ‘Do you miss me yet?’. Onuitgesproken antwoord: nee.

Volgens Jeb de jongere, die het altijd heeft opgenomen voor George de oudere, moet het eindelijk eens afgelopen zijn met dat gepest. ,,In het vliegtuig op weg naar Washington hoorde ik iemand zeggen dat de jeugdpuistjes van haar kind de schuld waren van George Bush. En dat Chicago de Spelen niet heeft gekregen, is ook al de schuld van mijn broer. ’’ Jeb vond dat flauw. ’s Lands politieke leiders moesten eindelijk eens zelf verantwoordelijkheid leren nemen.

George liet zich onderwijl traceren op een braakliggend stukje grond in Dallas waar zijn 300 miljoen dollar kostende presidentiële bibliotheek zou moeten verrijzen. Hij was, zoveel was duidelijk, druk in de weer met het onderbrengen van zijn unieke gedachtegoed in een poging tot grotere onsterfelijkheid (ook al wist niemand dat dat kon). De minder zachtzinnige pers ter plaatse maakte er meteen gehakt van. Een bibliotheek voor Bush was net zoiets als 300 miljoen dollar besteden aan een diaprojector voor Andrea Bocelli, schreef zij. Het schijnt dat het verder geweldig gaat met George.

Floris-Jan van Luyn

‘Standen moeten er wezen’, placht mijn grootvader te zeggen. Zelf heeft hij het nooit verder geschopt dan ‘hoofd eener school’, en dat liet hij – blijkbaar toch niet helemaal ontevreden – vóór de invoering van de spelling-Marchant op zijn briefpapier drukken. Maar hij bedoelde het ook absoluut niet sarcastisch, laat staan opstandig (hij was liberaal), hij had er gewoon vrede mee dat de maatschappij nou eenmaal was ingericht zoals ze was ingericht. Als hij het zelf had mogen overdoen was er ongeveer hetzelfde uitgekomen: dat de een zich zonder problemen een tropisch vakantiepaleis aan de Indische Oceaan kan veroorloven, de ander zich bij jan en alleman en het integriteitsbureau moet verantwoorden voor een poor man’s huisje aan de Zwarte Zee in Bulgarije, en een derde op z’n allermooist op z’n ouwe dag, bijna blind, van z’n spaargeld een dagcruise over het IJsselmeer mag meebeleven.

lees verder

In het nieuwe tv-genre ‘mensen nemen het op tegen grote piepschuimen objecten en vallen daarbij regelmatig in het water’ hadden we deze zomer al het onbegrijpelijk populaire programma Wipeout, en sinds zaterdag Hole in the Wall. ‘Gieren met Geer en brullen met Beau’ was het SBS 6-publiek beloofd, dus ik zat er enigszins huiverig klaar voor.

Hole in the Wall is een Japans format, waarbij mensen door een gat in een piepschuimen muur heen moeten springen. Tot zover niks geks aan de hand, maar de gaten hebben moeilijke vormen. Bijvoorbeeld, zoals ik in de oorspronkelijke Japanse versie zag, de vorm van het cijfer 218. Daar moesten drie mensen tegelijk doorheen springen.

lees verder