Archief van berichten op 19 oktober 2009

Ik heb het afgelopen jaar iedere week mijn column geschreven, ook in de vakanties. En omdat ik daar erg tevreden over ben en voortdurend reacties krijg van lezers die mij vertellen hoe goed ik ben, verwacht ook dit jaar weer een flinke bonus.

Dat begrijpen ze gelukkig goed op de redactie van nrc.next, omdat ze weten dat wanneer ze mij geen bonus zouden geven, ik zo ben verdwenen. Nu krijgen ze die zelf ook, dus we hoeven elkaar niets te verwijten. En laten we eerlijk zijn, zonder mij zou het niet half zo goed gaan met het bedrijf, want dan las iedereen natuurlijk de Sp!ts – waarschijnlijk omdat ik er in schreef.

Tot zover het sprookje. De werkelijkheid is gekker. De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs heeft dit jaar alvast 23.000.000.000 dollar aan bonussen gereserveerd omdat het zo goed gaat met de instelling. Er schuiven daar 30.000 mensen met stapels papier en als je dat doet met het geld van een ander, kun je er dus ook sneller bij.

Nu bleek er al een poosje een financiële crisis gaande waarbij naar verluidt dezelfde bank een handje had geholpen door met van die nullen te strooien. Dus om nou 23.000.000.000 dollar zakgeld uit te delen, dat vonden veel mensen overdreven.

Daar was Lloyd C. Blankfein, de baas van de bank, het gelukkig ook mee eens. Hij noemde de ergernissen over de beloningen „begrijpelijk en gepast”. Vervolgens ging hij ze natuurlijk wel uitbetalen want zijn personeel was immers op eigen kracht uit het financiële dal geklauterd, en wie presteert mag verwend worden.

Je kunt ze niet eerst voor rot schelden omdat ze er een potje van hebben gemaakt om ze vervolgens voor rot te schelden als ze het hebben opgelost. Die 23.000.000.000 dollar, dat kon niet anders, zei Blankfein, anders zouden zijn jongens ergens anders papieren gaan schuiven.

Dus zo werkt dat: eerst een crisis creëren, dan doen alsof je hem oplost, om je daar dan zelf rijkelijk voor te belonen – omdat het niet anders kan.

Wel een goeie mop.

Doordat ik veel achter de computer zit, heeft mijn e-mail gebruik epische proporties aangenomen. Ik ben een manische mail-checker geworden, die om de vijf minuten klappertandend kijkt of er al een zacht flonkerende (1) achter ‘inbox’ staat. Jammer genoeg krijg ik uit mezelf niet genoeg mailtjes om me emotioneel geborgen te voelen (ik heb het geprobeerd, maar met ‘Kills dangerous bacteria dead’ en ‘Be naughty and endurable!’ lukte het maar matig), dus stuur ik zelf mailtjes. De onderwerpen variëren van ‘een onverklaarbare angst voor harige vruchten’ en ‘wie weet wat voor dier Willie Wortel is?’ tot een foto van mij in pyjama waar ik de kat op mijn hoofd laat balanceren. Zodoende kan het voorkomen dat ik een dag bezig ben met heen-en-weer mailen over het vraagstuk of je door grafiekjes zou kunnen bepalen welke kassarij het snelste zal gaan. Zo’n dag noemen we: een mooie dag voor de beeldschermwerkers.

Als je zoveel mailtjes verstuurt worden ze slordig. Ze worden onaf, je gaat lelijke afkortingen gebruiken, vergeet hoofdletters, probeert eens iets in morse. Maar er is iets wat ik altijd heb vermeden. Emoticons gemaakt van leestekens. Deze soort: :-). Ik vond ze passen bij de taal van veertienjarige meisjes, die met elkaar Hyven in zinnen als: VAleriO iz EcHt LekkaH!!!111. Nu vind ik Valerio ook redelijk lekkaH, maar ik voelde toch een afstand tussen deze manier van schrijven en de mijne. Mijn omgeving trok zich intussen niets aan van mijn verzet, en begon de smileys te integreren in het dagelijkse leven. Zo kreeg ik van mijn moeder ‘Lieve meis, kom je morgen vroeg eten? Je weet hoe graag papa naar de Eggheads kijkt ;)’ en zelfs op een gegeven moment van mijn toenmalige werkgever ‘Het kantoor is niet opgeruimd. Dit is niet volgens de afspraak :-(’. Deze mail was oprecht boos. Dat betekende dus dat we hier te maken hadden met een serieuze teleurgestelde smiley.

En toen kwam de dag dat ik een zin had geschreven, er nog eens naar keek, en dacht: maar dit kan je verkeerd opvatten. Alsof ik het meen. Er moet iets bij. Om het luchtig te maken, om de grap te benadrukken. Mijn vingers weigerden even, en zochten toen onwillig de puntkomma en het haakjesluiten. Het was de enige manier. Ik vond het nog steeds afschuwelijk staan, maar het werkte wel. Dus ik besloot: omarm het. Dit is taalverrijking. Het ironie-teken dat ook echt als zodanig herkend wordt. Al ontwijk ik ze toch liever ;-).

Het gaat dus als volgt.U bent bestolen. Niet zo maar een beetje, maar grondig. Creditkaarten opgeplunderd. Banksaldo vuurrood. IJskast leeg. Portemonnee zinloos geworden. Vrouw wanhopig weggelopen. In de keuken precies nog één houtje om op te bijten. En de telefoon wordt straks waarschijnlijk afgesloten. Nu gaat hij toevallig nog even over.

‘Hallo?”

‘Ja, u spreekt met Hendrickx. Jelle Hendrickx. U bent bestolen, hoor ik’.

‘Ja, ontzettend’

‘Ik bel u namens de dief.’

lees verder