Archief van berichten op 21 oktober 2009

Diwali 2009. We vieren het Indiase lichtjesfeest in een container in Diemen-Zuid. Dalaja, onze Indiase collega die nooit wat zegt, heeft onze uitgenodigd voor koffie. Dus in plaats van onze vrijdagmiddagborrel, waar we ons wekelijks beklagen over alles wat niet lukt in het onderzoek, zitten we op de grond naast haar bed om een bijzettafeltje heen. De koffie staat op tafel, naast een paar bordjes met mierzoete Indiase gebakjes die niemand durft te pakken. Het blijft lang stil.

„Hoe lang ben jij nu al bezig?” Dalaja glimlacht. „Sinds april 2007.” Dat weten we eigenlijk allemaal wel. Dalaja is al tweeënhalf jaar bezig met haar promotieonderzoek maar er zijn nog geen resultaten. Het apparaat waarmee ze de inhoud van haar cellen moest meten ging stuk. Toen bleek het protocol niet te werken en toen ze met een ander protocol uiteindelijk een interessante observatie deed, bleek het de volgende maand niet meer te reproduceren. Een artefact, een toevalligheid, geen wetenschap.

Ze is geen uitzondering. De meeste gasten op het feestje zoeken al jaren het resultaat dat ze kunnen publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Mijn buurman is nu bijna klaar, die promoveert volgende week na zes jaar. Na vier jaar was zijn beurs op, toen ging hij in de WW. Hij heeft nog nooit zo hard gewerkt als in die jaren.

Was promoveren maar een zwaar beroep. Dan mochten we klagen over lange dagen, lage lonen en uitzichtloze situaties. Maar we zijn geen stratenmakers, en ook geen havenarbeiders. We zijn hoog opgeleid, de intellectuele elite van Nederland. En dit is toch wat we wilden?

Het feestje is snel ten einde. Ik moet nog even langs het laboratorium. Meten aan mijn nieuwste experimentele opstelling. Bacteriën groeien dag en nacht door. Ze gaan nooit slapen, nooit met vakantie. Terwijl Dalaja de kaarsjes in haar container uitblaast zit ik voor de reactor naar mijn mysterieuze stam te turen. Zometeen vindt hier de magie plaats. Zometeen, als de suiker op is, doet hij iets waarvan niemand begrijpt waarom hij dat doet. Ooit zal ik het weten. Ooit zal het het allemaal waard zijn.

Rosanne Hertzberger

Ik heb echte voetbalsupporters nooit helemaal begrepen. Dat komt wellicht door mijn opvoeding – toen mijn vriendje en ik bij mijn ouders de wedstrijd tegen Rusland keken zette mijn vader na de wedstrijd de tv uit en zei: „Gelukkig, is dat ook weer voorbij.” Mijn vriendje – wél een liefhebber – kreeg hierop een trillend spiertje bij zijn oog, en zijn behoefte om een reuzenwuppie door mijn vaders keel te duwen hing haast tastbaar in de kamer.

Mijn vriendje is maar gematigd fan, maar ik ken een paar jongens die het liefst met hun club zouden willen trouwen en er kleine clubjes mee zouden willen maken. Ik heb wel eens een wedstrijd meegekeken, maar had het idee dat onze spelbeleving toch enigszins verschilde (ik: „hoe bepalen ze nou met wie ze straks van shirt gaan ruilen?” zij: „JEZUS CHRISTUS PAK HEM DAN”, ik: „o jeetje! Heeft-ie pijn?”)

lees verder