Archief van berichten op 28 oktober 2009

Sinds een paar weken is er op de Britse televisie een klimaatfilmpje te zien. Voor het slapen gaan leest papa een verhaaltje voor aan zijn dochtertje. „Ooit was er een land met verschrikkelijke overstromingen en stormen. Terwijl er in andere delen juist een allesvernietigende droogte heerste.” In het boek zien we een lief grijs konijntje dat tranen met tuiten huilt bij het zien van het verdroogde land.

„Wetenschappers zeiden dat het kwam door te veel CO2, dat de lucht in ging als de volwassenen energie gebruikten.” Er wordt ingezoomd op een plaatje van een huis waarboven een enorm zwart monster hangt met grijparmen en een griezelige mond. Het meisje zet grote ogen op maar papa vertelt door: „Sommige plekken verdwenen helemaal onder water. En de kinderen moesten leven met de verschrikkelijke gevolgen.” Een hondje zwemt rond in zijn verdronken dorp. Na een tijdje verdwijnt hij helemaal onder water.

Bij het zien van het filmpje moest ik denken aan mijn eigen nachtmerries over de ozonlaag. Bij gebrek aan een griezelig voorleesboek wist ik niet precies wat de ozonlaag was, maar er zat een gat in, en binnenkort zouden we niet meer naar het strand kunnen, en zou het gevaarlijk zijn om buiten te spelen. En uiteindelijk zouden we dan allemaal verbranden.

Voor de volwassen mensen zijn er nu ook verhaaltjes. Bijvoorbeeld dat je een slecht mens bent als je geen spaarlampen koopt, of een elektrische auto. En dat de bossen verdwijnen en de ijsberen, en dat dat allemaal onze schuld is. We geloven dat er geen maatregel te duur is om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Natuurlijk kunnen we het geld ook wel aan iets anders uitgeven. Maar wie heeft er nou wat aan gezondheidszorg of onderwijs als we toch niet meer op onze planeet kunnen leven?

Aan het einde van het verhaaltje slaat het dochtertje haar ogen op naar papa. „And Daddy? Does the story have a happy end?” Even is het stil. En dan schalt ineens de overheidsstem door de kamer. „Dat hangt alleen van pappie zelf af,” zegt de stem. Want als pappie goed naar het verhaaltje heeft geluisterd, komt er misschien, heel misschien, nog een happy end.

Rosanne Hertzberger

Als ik leden van de vakbond zie, moet ik altijd aan mijn vader denken.

Behalve dat hij samen met de oude Drees de stenografieclub Steeds Sneller oprichtte, dat hij in Davos heeft gekuurd tegen tbc, dat hij meer dan vijftig jaar lang op hetzelfde effectenkantoor werkte, en dat hij Beethoven de grootste componist aller tijden vond, was mijn vader ook nog een overtuigd liberaal. Niet op de manier van de vooroorlogse Liberale Staatspartij natuurlijk (hij zou alle kopstukken van de VVD tot en met Rutte hebben gewantrouwd), maar op de wijze van de Vrijzinnig Democraten. Net als Drees zou hij dit jaar 122 zijn geworden, dus hij leeft niet meer. Maar ik vermoed dat hij na lang nadenken, en met alle reserves die hij in zichzelf kon aanboren, nu in godsnaam toch maar op Pechtold zou stemmen.

lees verder

Facebook lijkt in sommige aspecten op mijn eerste scoutingkamp. Ik was nieuw en liep zo verloren rond dat ik vergaande fantasieën had over een boom, mijn nek en mijn rommelig geknoopte fluitenkoord. Toen twee meisjes zich met mij bemoeiden, was ik zo opgelucht dat ik direct vriendschap met hen sloot. Dit bleek een fout. Deze meisjes waren niet leuk. De een praatte te hard en de ander kauwde alleen maar op haar mouw. Bovendien waren ze totale outcasts. Ik begreep dat – die mouw rook naar voeten – maar doordat ik nu met hen was, telde ik ook niet mee. Vriendschap is in die tijd een soort contract met bloed ge-tekend, dus ik schikte me in mijn lot en staarde weemoedig naar de andere kant van het kampvuur, waar meisjes praatten en liedjes zongen. Soms stak ik als troost even mijn mouw in mijn mond.

lees verder