Archief van berichten uit oktober

Een week na het pauselijk gestook buiten eigen kring wordt duidelijk hoe ver de rooms-katholieke kerk afstaat van hetgeen er werkelijk leeft onder moderne gelovigen. Zelfs in de weinig tolerante Verenigde Staten zijn katholieken procentueel meer voor het homohuwelijk dan het gehele Amerikaanse publiek.

Voor de 12 procent niet-religieuzen en 2 procent godloochenaars onder ons is het sowieso van een onbegrijpelijke middeleeuwse orde, die presentatie van een apostolische constitutie. Maar dat neemt niet weg dat het fascinerend is om de destructieve kracht van een intolerante kerk van nabij mee te maken.

Het ogenschijnlijk broederlijke gebaar van Joseph Ratzinger a.k.a. Benedictus XVI a.k.a. de paus jegens de Anglicaanse Kerk, maar liefst 475 jaar na het schisma – het begrip rancune is door de katholieke kerk uitgevonden – illustreert hoezeer de rooms-katholieke kerk gedijt bij een inhumaan concept als uitsluiting. Dat, zegt die 14 procent onder ons, is de basis van ieder geloof. Misschien.

Maar voor een kerk die zijn nieuwbakken wetten presenteert als een handreiking is dit wel heel teleurstellend. Voordeel is, voor diegenen die op de wip zaten en aan het twijfelen sloegen wordt het alleen maar makkelijker om de rooms-katholieke gemeenschap voorgoed te verlaten. Tenzij het binnenhalen van getrouwde priesters een aanmoediging is voor vrouwen en homoseksuelen die weten dat ze altijd buiten de orde zullen blijven vallen.

Het gaat allemaal voorbij aan het feit dat de trend zich steeds meer beweegt in de richting van verscheidenheid in plaats van eenheid onder een intolerante kerk. Zo heeft onderzoek onder katholieke uitgewezen dat zij zich steeds minder aantrekken van kerkelijke wetten die zich blijven openbaren als niet van deze tijd. 51 procent van de Amerikaanse katholieken bijvoorbeeld, vindt dat abortus moet worden gelegaliseerd. 55 procent van hen stemt in met stamcelonderzoek.

Het maakt de pauselijke afkondiging daarom ook zo onzinnig en dwingt steeds meer gelovigen die zich niet langer kunnen vinden in het onchristelijke principe van uitsluiting, afstand te doen van hun kerk. En dat is een ontwikkeling die zeker onze sympathie verdient.

Ik sta met een groepje mensen op een donker en nat Domplein. Lantaarns verlichten de slagregen. Ik ben doorweekt. Paraplu’s behoren tot een wereld van gedegen voorbereiding. Ik kom vaak in cafés tot de ontdekking dat ik twaalf batterijen en een babymeerkat in mijn tas heb, terwijl ik mijn telefoon, portemonnee en waardigheid thuis heb laten liggen. Gelukkig houdt de regen af en toe miraculeus op, omdat er soms uit medelijden een paraplu van anderen in de groep boven mijn hoofd zweeft.

We beginnen aan een nachtwandeling langs de donkerste plekken van Utrecht ter ere van de Nacht van de Nacht, waarin lichtvervuiling centraal staat. Het thema spreekt me aan en bovendien klinkt een nachtwandeling spannend, alsof de weg wordt geleid door iemand die ondertussen griezelverhalen vertelt bij een flakkerend olielampje. In dit geval dan griezelverhalen over schijnwerpers en verlichte etalages, maar toch.

lees verder

‘De Mexicaanse griep is een milde griep”, zei de infectiedeskundige van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid, ‘maar soms zijn de verschijnselen ernstig.’

Roel Coutinho.

Hoe de verhoudingen precies liggen tussen mild en ernstig, of tussen Roel en de twee Abs (Osterhaus en Klink), wat de rol is van de Gezondheidsraad en de Inspectie, of er straks meer 85-plussers zullen overlijden dan kinderen tot 12, en hoeveel het er in absolute getallen moeten worden vóór we van een nationale ramp mogen spreken – dat zou ik allemaal niet weten, en als ik het wél wist zou ik het morgen al weer moeten rectificeren.

lees verder

Ik sta met een groepje mensen op een donker en nat Domplein. Lantaarns verlichten de slagregen. Ik ben doorweekt. Paraplu’s behoren tot een wereld van gedegen voorbereiding. Ik kom vaak in cafés tot de ontdekking dat ik twaalf batterijen en een babymeerkat in mijn tas heb, terwijl ik mijn telefoon, portemonnee en waardigheid thuis heb laten liggen. Gelukkig houdt de regen af en toe miraculeus op, omdat er soms uit medelijden een paraplu van anderen in de groep boven mijn hoofd zweeft.

We beginnen aan een nachtwandeling langs de donkerste plekken van Utrecht ter ere van de Nacht van de Nacht, waarin lichtvervuiling centraal staat. Het thema spreekt me aan en bovendien klinkt een nachtwandeling spannend, alsof de weg wordt geleid door iemand die ondertussen griezelverhalen vertelt bij een flakkerend olielampje. In dit geval dan griezelverhalen over schijnwerpers en verlichte etalages, maar toch.

We vertrekken met de groep naar een cafékelder. Tot mijn teleurstelling brandt er gewoon licht, en legt de gids iets uit over een Romeinse muur. Geen kwaad woord over de Romeinen, maar zolang het niet over in de fik gestoken gekruisigden bij wijze van straatverlichting gaat, zie ik geen verband met het thema van de avond. Als de gids daarna twijfelend vraagt: ‘Is dit een beetje wat jullie verwachtten?’ vermoed ik dat er enige onduidelijkheid bestaat over deze wandeling.

De wandeling voert langs historische hoogtepunten, die niets met donkerte te maken hebben. Op een gegeven moment wijst de gids op een aantal kraagstenen: ‘Ze zijn prachtig gebeeldhouwd. Ja, dat kan je nu niet zo goed zien.’ ‘Jammer dat het zo donker is?’ zeg ik verbijsterd. ‘Wat betreft die kraagstenen,’ zegt iemand. ‘Ik ben van de gemeente, en we gaan daar een heel mooi spotje op zetten.’

Als later iemand anders me uitlegt dat zijn paraplu van een bedrijf is dat lichtzuilen maakt, krijg ik al helemaal het gevoel dat het stiekem de Nacht van JEEE NOG MEER NEON! is.

Op het laatst gaan voor één keer symbolisch de lichten van de Dom uit. Ik kijk naar de indrukwekkende zwarte toren, en vraag me af waarom hij niet zo kan blijven. Ik heb het licht gezien. Ik wil het uit.

H erinnert u zich Salomon Kalou nog?

Aardige voetballer uit Ivoorkust, die uitkwam voor Feyenoord, en de aandacht trok van bondscoach Marco van Basten die zich voorbereidde op het WK van 2006. Zou Salomon niet een ideale versterking zijn geweest voor het elftal van Oranje dat volgens mij toen nog voornamelijk bestond uit jongelui van Telstar, Volendam en Go Ahead, omdat Marco van experimenteren hield? Maar ja, Ivoriaan, dat mocht niet.

Tot Marco de list bedacht om de speler (‘overal opstelbaar’, las ik toentertijd dagelijks in de sportrubrieken) de Nederlandse nationaliteit aan te bieden. Daarmee begonnen leuke nieuwsweken.

lees verder

H et is voor het ‘noorden’ en ‘midden’ van het land alweer bijna de laatste dag van de herfstvakantie, en dat vroeg om een uitje. Het liefst een uitje met kleffe boterhammen in boterhamzakjes, kartonnen pakjes appelsap en een blikje harde snoepjes waar een soort suikersneeuw op ligt. Jammer genoeg was het uitje niet naar 1993, dus ging ik maar gewoon naar The Amsterdam Dungeon.

The Amsterdam Dungeon is een soort spookhuis op het Rokin. De borden bij de ingang beloven dat je mee zal worden genomen naar het griezelige gedeelte van de Nederlandse geschiedenis: de pest, de VOC en iets wat de Council of Blood heet. Bovendien is het met ‘angstaanjagende acteurs’, wat doet vermoeden dat men op zijn angstaanjagendheid gecast is, wat weer doet vermoeden dat ik het hier erg leuk zal gaan vinden. En de mogelijkheid dat een VOC-officier iets zegt als: „Ik vind scheurbuik echt totaal niet oké” is waarschijnlijk ook best aanwezig.

lees verder

Een man in verwarring kraamt veel raars uit. Zo ook Dirk Scheringa, tijdens zijn persconferentie afgelopen maandag. Hij beschikte naar eigen zeggen over ‘twee paar handen’, wat me veel lijkt. Hij sprak per ongeluk over ‘een soort holocaust’, terwijl hij waarschijnlijk bedoelde ‘een soort rollercoaster’ – dit omdat het later ineens wel weer over een achtbaan ging.

Daarnaast was alles krankzinnig, absurd, wrang en zuur.

Toch waren er ook nog pogingen om gewoon, rustig en rationeel over te komen. Dat deed Scheringa met het woord ‘apart’. „Wat heel apart is geweest, de afgelopen weken, is dat we in een soort horrorscenario terecht zijn gekomen.”

En: „Wat vervolgens dus heel apart was, was dat de bewindvoerder met die geïnteresseerde partij heeft gesproken, en een kwartier later werd gestopt met het boekonderzoek.”

Nu is ‘apart’ al jaren het woord voor iets heel negatiefs, dat niet zo genoemd mag worden. „Wow, heb je een nieuwe jurk? Jaaaa… Apart.”

Of: „Ze is een heel aparte vrouw; ze is helemaal gek van keramiek en ze eet uitsluitend producten op soyabasis.”

‘Apart’ is alleen inmiddels zo overbekend als verhullend woord, dat het vaker ironisch dan serieus wordt gebruikt. In de meeste kringen kun je echt niet meer aan komen zetten met ‘aparte jurk’. Dan weet je zeker dat je een lelijke jurk aan hebt.

Als je op een feestje wordt geconfronteerd met een grote pak zoute pinda’s en verder niets, kun je opmerken: „Wat een aparte catering.”

En als iemand op het werk een hysterische woedeaanval krijgt, een nietmachine door de ruimte smijt en daarna het pand in overspannen toestand verlaat, kan het heel geschikt zijn om vlak erna te zeggen: „Apart.”

Toch is het woord ‘apart’ niet in ieder gezelschap zo eenduidig negatief. Er zijn mensen, uit de softe hoek dan, die rustig kunnen zeggen: „Ik vond het wel heel apart hoe die zwijgretraîte bij me binnenkwam.”

Maar dat was duidelijk niet het soort ‘apart’ dat Dirk bedoelde.

paulien cornelisse

Toen de wereld van lp’s naar cd’s overstapte, was dat binnen een jaartje gepiept. Even met je ogen knipperen en VHS werd dvd. Fotorolletjes en polaroids hebben de aardbodem geruisloos verlaten.

Consumenten zijn flexibele organismen. Aan hen ligt het dan ook niet, dat we nog altijd niet van benzine- naar elektrische auto’s zijn overgestapt. Ook technisch is de wereld er klaar voor.

Waar het wel aan ligt: politieke onmacht en administratief getrut. Zo bleek gisteren dat de hybride auto toch niet zo schoon is als we dachten. In de stad, waar de hybride auto elektrisch rijdt, is hij wél schoon, maar op de snelweg, waar de benzinemotor aangaat, níet. De gemiddelde leaserijder rijdt voornamelijk op de snelweg; de gewone automobilist voornamelijk in de stad. De Belastingdienst baseert zich op die laatste, en geeft alle hybridebestuurders, dus ook die smerige leasebakrijders, een korting.

Heel oneerlijk natuurlijk, maar wat moet je dan? Een kastje in de auto zetten dat het aantal schone kilometers turft?

Zelfs in bescheiden hybride vorm, zit de elektrische auto verstrikt in kluwen van regelgeving, tegenstrijdigheden, gepriegel met cijfertjes, en aan het einde van de dag staan de wegen nog altijd stampvol met ingeblikte stankmachines.

Waar blijft het grote visionaire elektrische autoproject, dat van Nederland een mondiale voortrekker maakt en bovendien werkgelegenheid biedt aan tienduizenden? Waarom rijden niet alle ministers en koningshuisleden elektrisch? Waarom krijgen de elektrische auto-industrie en ondernemers die slimme oplaadsystemen ontwikkelen niet een duizelingwekkende kapitaalstimulans? Waarom zo aarzelend, zo halfslachtig, zo hybride?

Omdat de huidige situatie voor ontelbare partijen ontelbaar veel winst oplevert, en onze regering doodsbang is voor grote hervormingen. Als futiele statiegelddingetjes als de ov-chipkaart, het uitbaggeren van een rivier of de AOW-leeftijd al tot waanzinnige, hysterie leiden, hoe moet dat dan met het overschakelen op een andere brandstof?

Dus gebeurt er niets. En aan het einde van de dag staan de wegen nog altijd stampvol met ingeblikte stankmachines.

Christiaan Weijts

Vanaf het moment dat ik restaurant Fifteen binnenloop, voel ik me een fraudeur. Samen met de culinaire pers van Nederland wacht ik op een perslunch ter ere van Jamie Olivers nieuwste boek.

Ondertussen heb ik het gevoel dat men de oploskoffie-aanslag op mijn tanden kan zien, de Brinta in mijn adem zal ruiken en dat de lucht van kartonnenpakken-wijn uit mijn poriën opstijgt. Mijn culinair hoogtepunt valt in één woord te omschrijven (dok-teroetkermozzarellapizza), ik denk dat pannacotta Italiaans is voor ovenwant en ik reken magnetronpoffertjes tot een van de betere uitvindingen van de eenentwintigste eeuw. Ik eet geen vlees, en wat ik het allermeeste mis is de kroket. O, kroket. Met je verleidelijke goudbruine glans en je gekruide orgaanvleespuree. Ik mis je zo. Ik mis je zo.

lees verder