Archief van berichten op 5 november 2009

Sinds de Mexicaanse griep waart, heb ik er weer extra veel last van. Ik hoor bijvoorbeeld op de radio: „De mensen in de risicogroepen krijgen een oproep tot vaccinatie.” Dan is mijn eerste gedachte: een oproep tot fascinatie? Hoe kun je nou opgeroepen worden ergens gefascineerd door te raken?

Deze vergissing is het gevolg van een flauwe grap die ik al zeker een decennium lang maak, en die daarom niet meer voelt als grap. Als iets fascinerend is, of het zou moeten zijn, dan zeg ik ‘vaccinerend’ („Wat een vaccinerende notulen heb je gemaakt, echt mijn complimenten hoor”). Met als gevolg dat ik nu ‘vaccinerend’ niet meer in de oorspronkelijke betekenis kan horen. Blijkbaar denk ik onbewust dat iedereen de ‘vaccinerend’-grap maakt, en dat iedereen het dus eigenlijk over ‘fascinerend’ heeft.

Ik heb het met meer uitspraken. Omdat ze voor mij niet meer als grappen voelen, breng ik ze ook helemaal niet goed. Elke keer als ik heel casual ‘wie schertst mijn verbazing’ zeg in plaats van ‘wie schetst mijn verbazing’, zie ik toehoorders kijken met een blik van: moet ik het nou verbeteren of niet? Epilépsie, zeg ik ook, in plaats van epilepsíé. Dat is niet eens grappig, alleen maar fout.

Los van het feit dat dit soort vastgeroeste grappen zorgen voor verwarring bij de toehoorder en bij de spreker zelf, ligt ook nog het gevaar op de loer dat je op een gegeven moment écht niet meer weet hoe het nu eigenlijk moet. Jaren geleden begon ik van hoogleraren in ruste te zeggen dat ze ‘met emiraat’ zijn, in plaats van ‘met emeritaat’. Inmiddels moet ik elke keer dat ik ‘emeritaat’ zou willen zeggen (dat is gelukkig niet heel erg vaak) heel diep nadenken over wat het nu ook alweer was. Ik heb mezelf ook al eens betrapt op ‘de Verenigde Arabische Emeritaten’.

De vraag is natuurlijk waarom het überhaupt ook maar enigszins grappig zou zijn om dingen expres verkeerd uit te spreken. Een vaccinerend vraagstuk waar ik het antwoord nog niet op weet.

paulien cornelisse

Nog een paar maandjes en dan zal het grote proces tegen Geert Wilders alle kolommen, schermen en talkshowtafels gaan vullen. Aanvankelijk vond het OM die vervolging helemaal niet nodig. Weet u nog wanneer dat kantelde? Nadat de onderzoekers van de Monitor Racisme & Extremisme 2008 (Universiteit Leiden en Anne Frankstichting) uitgebreid ingingen op Wilders’ strafbaarheid en pleitten voor vervolging.

Deels dezelfde onderzoekers hebben nu van het ministerie van Binnenlandse Zaken de opdracht gekregen om een ‘geactualiseerde’ versie van het onderzoek te maken. Dat de PVV hierin opnieuw als extreem-rechts uit de bus komt, zou alleen daarom al niemand hoeven te verbazen. Zeker minister Guusje Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) niet. Zij heeft het zich daarmee nu wel erg lastig gemaakt. Door juist deze onderzoekers, die Wilders al ondubbelzinnig schuldig hebben verklaard, voor zich te laten werken, krijgt ze de schijn partijpolitiek te bedrijven en de rechtsgang te willen beïnvloeden. Want wat gebeurt er met dit onderzoek, als op 20 januari het Wildersproces losbarst? Het zal op z’n minst als gezaghebbend getuige-deskundigeverslag worden ingebracht. Zeker aangezien het OM al uiterst gecharmeerd was van de eerdere versie.

Doordat dit onderzoek onder haar verantwoordelijkheid is uitgevoerd, balanceert Ter Horst op de rand van de scheiding der machten. Ze zit misschien nog net niet op de stoel van de openbare aanklager, ze heeft wel een hand op de leuning gelegd en kan zo bij de knop om de hoogte te verstellen.

Dat het haar partij goed uitkomt als de rechter Wilders de mond snoert, maakt de positie van Ter Horst nog twijfelachtiger. Al haar pogingen tot dusver om zich er uit te lullen zijn te gênant voor woorden. Niet zijzelf, maar haar ministerie koos deze onderzoekers (alsof de minister niet zelf eindverantwoordelijk is!). Ze doet slechts onderzoek naar polarisering in Nederland (alsof onderzoekers – en zeker déze -, de PVV buiten beschouwing zouden laten!).

Alleen als Guusje ter Horst besluit het onderzoek compleet te laten schieten, is er nog hoop voor haar geloofwaardigheid.

Christiaan Weijts

Iedere ochtend zeg ik tegen mijn lief: „Nu is ze dood. Ik voel het gewoon. Koningin Fabiola is niet meer.” Ik sla de krant open en inderdaad, ze is weer doodverklaard. Voor even. Om zekerheid te hebben zal ik zelf haar koninklijke pols moeten gaan voelen en vaststellen dat haar blauw bloed stilstaat. In de Belgische pers wordt Fabiola namelijk met de regelmaat van een Fidel Castro doodverklaard. De nationale televisie-omroep VRT startte deze trend en de kranten volgden één na één. Onlangs was het de beurt aan de krant De Morgen om te berichten: ‘De last van weer een longontsteking werd de oude koningin uiteindelijk fataal.’ Fabi lacht zich kapot en steekt er nog eentje op. Haar schrijven ze niet zomaar dood.

lees verder