Saskia de Coster:
Springen, spelen en sporten met Nijntje
‘What’s the deal, baby?’ vraagt de mooie assertieve Chinees. Hij zit op zijn knieën bij de rups-op-waggelende-poten in de speeltuin en knuffelt 11. 11 is mijn hond maar dat is hier een detail. Mijn aandacht gaat nu uit naar de Chinees met prachtige kaalgeschoren kop. Chinezen zie je niet zo vaak zonder menukaart of koksmuts hier in Brussel, en zeker niet in parken. Chinezen werken eindeloos door.
De mooie assertieve Chinees is een Japanner, vertelt hij. Hij torst een bontjas die van drie mammoeten gemaakt moet zijn. Het wil zweten, zegt hij, eindeloos zweten, tot hij zo licht is als een sprietje. ‘Sprietjes worden vertrappeld’, merk ik intelligent op. Hij doet het voor de sport en legt zijn arm om mij heen. ‘Ah, dat soort sport’, zeg ik. Dit park herbergt een heel diverse fauna, een sportende Japanner kan er nog wel bij. De fauna beoefent hier vaak de horizontale bedsport tussen de flora, met of zonder boerka of geweer, met elkaar of met originele huisdieren als een lama. 11 en ik voelen ons hier een beetje domme wichten, even dom als het meisje dat in een Belgische verkeerscampagne doodleuk en bloedserieus verklaarde: snel rijen is even dom als snel vrijen.