Archief van berichten op 19 november 2009

Wat ik al mijn hele leven ontzettend vaak hoor: de toevoeging ‘bij wijze van spreken’. „Handbal is alles voor ons. We willen de beste van het heelal worden, bij wijze van spreken.”

‘Bij wijze van spreken’ geeft aan dat je aan het overdrijven bent. Spreken is blijkbaar het geëigende medium om mee te overdrijven – het is in ieder geval niet gebruikelijk om op te schrijven: ‘bij wijze van schrijven’.

Er zijn mensen die zo dol zijn op ‘bij wijze van spreken’ dat ze het ook gebruiken als er helemaal niets te overdrijven valt. „We gingen bij wijze van spreken eerst naar Utrecht en van daaruit verder naar Den Bosch.” In zulk soort zinnen wordt ‘bij wijze van spreken’ als puur opvulsel gebruikt.

Alles wat veel gebruikt wordt, lijdt aan slijtage. Voor taal geldt dat ook. Hoe meer iets gebruikt wordt, hoe groter de kans dat het afgekort wordt.

Vroeger werd ‘bij wijze van spreken’ afgekort tot ‘bewijs van spreken’ – dat is de reden dat ik jarenlang heb gedacht dat die uitdrukking ook echt iets met bewijsvoering te maken had. Dat je op de een of andere manier bewees dat je net gesproken had; hoe het precies werkte wist ik niet, maar het klonk goed en officieel. Ik herinner me nog goed de teleurstelling toen ik ontdekte dat ‘bewijs’ ‘bij wijze’ was.

Tegenwoordig wordt ‘bij wijze van spreken’ anders afgekort. Tenminste, steeds vaker hoor ik mensen zinnen uiten als de volgende: „Istanbul is zo’n leuke stad! We hadden er wel willen blijven wonen. Bij wijze ván, dan.” De nadruk ligt geheel op het woord ‘van’. „Ik ga deze kerst echt alleen maar rauwe wortels eten. Bij wijze ván.”

‘Bij wijze van’ kan ook gebruikt worden om een uitspraak alsnog af te zwakken. „We vonden die film nou niet bepaald origineel ofzo…” Er wordt afkeurend gekeken, dus wordt snel toegevoegd: „…bij wijze ván, hè. Bij wijze van.”

paulien cornelisse

Zullen die inburgeringscursussen dan eindelijk gaan volstromen? Minister Eberhard van der Laan (Integratie, PvdA) heeft, een jaar na zijn benoeming, zijn Integratienota af. Van een afstandje lijkt die stevig. ‘Nieuwe Nederlanders’ moeten nadrukkelijker voor ons land kiezen en een ‘extra inspanning’ verrichten.

Dat werd tijd: al jarenlang weigeren allochtonen op taalcursus te komen, en door gemeenten aangestelde docenten zitten zonder werk. Een jaar geleden was er nog bonje tussen gemeente, taalcentra en ministerie over wie hier de rekening voor ging betalen.

Goed, dat waren de puinhopen van Paars, gevolgd door die van Hilbrand Nawijn, Rita Verdonk en Ella Vogelaar. Ja, ’t zijn altijd weer aparte typetjes die ze die portefeuille geven. Maar nu is er Eberhard met de IJzeren Hand.

Nog vóór dinsdag middernacht verdween mijn optimisme. Van der Laans slogans slaan namelijk niet neer in beleid. Die taallessen – toch de ‘extra inspanning’ bij uitstek – zijn nog steeds niet verplicht. Bij Pauw & Witteman beweerde de minister dat hij alleen ‘een moreel appèl’ kon doen op de Nieuwe Nederlanders. Ja, hij zou wel willen, maar van Europa ‘mag je mensen niet verplichten.’ Mogen we dus straks bij het Europese Hof gaan protesteren tegen het rekeningrijden?

Maar stel dat Van der Laan gelijk heeft, waarom verzint hij daar dan niets op? Een leuke bonus die de Nieuwe Nederlander misloopt als hij niet op taalcursus komt?

Ook met Van der Laan blijft het integratiebeleid een druilerig gedrocht dat bezwijkt aan exact datgene waar het al dertig jaar aan bezwijkt: vrijblijvendheid. De Integratienota ademt een sfeer van harde aanpak, doortastendheid, maar zet dat nergens om in concrete sancties. Nog steeds hangt het welslagen af van de welwillendheid van wie komt integreren.

‘Een morele verplichting tot extra inspanning’, heet dat in de Integratiebrief. Die zinsnede vat het goed samen. Op het oog lijkt dat stevige taal, maar bij tweede lezing besef je dat ‘morele’ juist elke ‘verplichting’ ontkracht. Dit is geen beleid, dit is zweverige ethiek.

Deed de Belastingdienst ook maar een ‘moreel appèl’ op ons.

Christiaan Weijts

Gisteren was ik op het koninklijk paleis in Brussel, om te kijken hoe Cees Nooteboom de Prijs der Nederlandse Letteren kreeg. Het voltallige bejaardentehuis Het Kerelke vertoefde helaas in Benidorm en kon geen acte de présence geven, dus werden het voltallige schrijversgilde en professionele werklozen uitgenodigd. Aangezien ik toevallig dol ben op koningen, prinsessen, erwten, decorum, theatrale toestanden en ridicule outfits, toog ik blij op mijn fiets richting paleis. Ik keek er zo naar uit. Tijdens speeches van minstens tweehonderd minuten kan ik altijd heerlijk fantaseren. Goed voor de creativiteit. Natuurlijk kan het plafond ieder moment naar beneden komen, zeker met een vijftigtal luchters van één ton gewicht eraan, en natuurlijk kunnen de hapjes vergiftigd zijn en kan koningin Fabiola nog altijd ineenstuiken, maar die vragen hielden me niet bezig. Gisteren was ik gewoon simpelweg blij.

lees verder