Archief van berichten op 26 november 2009

Gehoord op de radio: „Turkije laat wat mij betreft hier haar ware gezicht weer zien, een ondemocratisch, bang en laf land, wat nooit lid moet worden van de Europese Unie.” Dat was natuurlijk Geert Wilders.

Wat vooral bleef hangen was het woord ‘laf’. Ten eerste is dit een opmerkelijk woord om te gebruiken voor een land als geheel. Een land met laffe inwoners, alla (of hoe schrijf je dat eigenlijk? Allah?), maar het land zelf dat laf is? Het roept toch een beeld op van Geert Wilders die door Istanbul loopt en zegt: „Gadver. Wát een láffe brug zeg. En alweer zo’n laffe minaret. Bah.”

‘Laf’ geldt eigenlijk alleen voor mensen, soms voor daden, en verder voor een bak koffie of een waterig soepje in een jeugdherberg.

Daarnaast is het ongebruikelijk om ‘laf’ in combinatie met iets vrouwelijks (‘haar ware gezicht’) te horen. Raar is dat: „Wat een laffe man” is een volstrekt normale zin, maar „Wat een laffe vrouw” klinkt vreemd. Waarschijnlijk wordt hierin weerspiegeld dat alleen het geslacht dat sterk hoort te zijn, het in dapperheid af kan laten weten.

Bij lafheid hoort trouwens ook schaamte of schuldgevoel. Iemand die zich helemaal niet bewust is van zijn gebrek aan dapperheid, die fluitend wegloopt van zijn ondappere daad, die is niet laf. Bij laf hoort schichtig om je heen kijken.

Daarom zijn dieren ook vrijwel nooit laf.

Eén keer slechts heb ik een laffe poes gezien. Die was een vette duif aan het besluipen en was zichtbaar blij over hoe stoer dit over moest komen op eventuele toeschouwers. Maar hoe dichterbij hij kwam, hoe duidelijker het werd dat de duif eigenlijk even groot was als de poes. De sluipgang werd steeds langzamer, waarna de poes omkeerde en met de staart tussen de benen afdroop, onderwijl om zich heen kijkend. Waarschijnlijk met het schaamrood op de kaken, maar dat kon je niet zien omdat er een vachtje overheen zat.

paulien cornelisse

Toen de mobiele telefoon onmisbaar werd, waren er mensen die zich zorgen maakten over onze privacy. Al die data – wie belt wie en wanneer – wordt die niet opgeslagen? Welnee, antwoordde de industrie, en zeker niet doorgegeven aan de politie. Gaat u maar lekker slapen.

Even later was er paniek over internetverkeer. Wát?! Kan mijn provider zien welke sites ik bezoek? Ja, maar daar doen we niks mee. Welterusten.

Vijftien jaar later weten we wel beter. Justitie heeft vrij inzage in ons surf- en belgedrag, waarvan elke actie netjes wordt opgeslagen.

In de nabije toekomst krijgen alle auto’s een kastje dat registreert waar ze rijden, zodat de bestuurders daarvoor kunnen betalen. En de privacy? O, die is prima geregeld. Zelfs heffingssceptici heb ik horen zeggen dat ze er wel op vertrouwen dat de ritgegevens niet in handen van justitie komen.

Slaap lekker. Ons land plaatst dagelijks 2.254 telefoontaps, meer dan welk land ter wereld. Ons land legt een database aan van alle vingerafdrukken, via de paspoorten, waar justitie ongeremd in mag rondneuzen.

Een autokastje dat precies bijhoudt wie waar is op welk moment, dat is de natte droom van Justitieminister Hirsch Ballin (CDA). Ik denk zelfs dat Hirsch Ballin stiekem de ghostwriter is voor zijn fractiegenoot Eurlings (Verkeer).

Uit de recente Nederlandse geschiedenis leren we dat als iets technisch mogelijk is, dit vroeg of laat ingezet wordt. Geen database blijft uit handen van justitie.

Wat me telkens verbaast, is de sluipende manier waarop overheidsspionage ons dagelijks leven binnensijpelt. Nog vóór ik het in de krant heb kunnen lezen, moet ik op Schiphol al door een bodyscanner als ik naar Londen vlieg. Zo zal de data uit onze kilometerkastjes op een dag ineens gekoppeld zijn aan politieregisters.

Besef wel: we hebben het hier niet over een bonuskaart die bijhoudt hoeveel pakjes chocomel je koopt. Ons land krijgt een geavanceerd systeem van bonuskastjes die de verplaatsingen van bijna alle burgers tot op de meter nauwkeurig vastleggen.

Op zo’n land zou de Stasi jaloers zijn.

Christiaan Weijts

De dalai lama staat niet enkel bekend om zijn oranje modelijn en zijn activisme voor zijn land dat door de Chinezen ingepalmd is, maar hij is ook een van de vele reïncarnaties Boeddha, hij die ontwaakt is.

Als er een echte, wollige lama, een dalai lama of een andere hoge geestelijke uit het Tibetaanse boeddhisme sterft, dan moet naar zijn nieuwe verpakking, zijn reïncarnatie, worden gezocht. Had de overledene bijvoorbeeld grote oren en begon zijn naam met een R, dan is de jacht geopend op een baby met Dumbo-oren en een R-naam. Superstrikte regels zijn er wel niet, enkel richtingwijzers van de goden. Doorgaans zijn goden goedgezind en tonen ze waar de wedergeborene rondkruipt.

lees verder