Archief van berichten uit december

Het zal wel niet officieel onderzocht zijn, maar waarschijnlijk is Oud en Nieuw de feestdag waar mensen de meeste moeite mee hebben. Kerst is ook zwaar, maar Oud en Nieuw? Door de woorden ‘oud’ en ‘nieuw’ moet je vanzelf aan het verleden en de toekomst denken, waardoor je niet meer ‘in het moment’ kunt zijn.

In de meeste andere landen focussen ze vooral op het nieuwe jaar (‘nouvel an’, ‘new year’s eve’). Ik hoorde iemand in een winkel tegen een toerist zeggen: „Yes, these are oilballs and these are appleflaps, we eat those with Old and New!” De toerist begreep hier natuurlijk niets van, en verliet in overspannen toestand het pand.

Met Oud en Nieuw zijn wij extra kwetsbaar, omdat we bijvoorbeeld zitten te denken: „Vorig jaar was ik nog jong en onschuldig.” Of: „Zou ik volgend jaar nou eindelijk mét een date naar ditzelfde klotefeest kunnen?” Twaalf uur ’s nachts is het moeilijkst. Je hebt met z’n allen afgeteld, je roept ‘Gelukkig Nieuwjaar!’, je gaat elkaar kussen. Maar wat zeg je tijdens dat kussen?

Er zijn mensen, en dat zijn vrijwel altijd vrouwen, die er echt een betekenisvol moment van willen maken. Dat is gevaarlijk. Die zeggen dan tegen de single vriendin: „Volgend jaar heb je een nieuwe vriend! Dat voel ik gewoon!” Of tegen de recente weduwnaar: „Ria is er ‘ergens’ nog bij, denk je ook niet?”

Het is beter om het om twaalf uur ’s nachts heel oppervlakkig te houden. Gewoon een kus en nogmaals ‘gelukkig nieuwjaar’ zeggen. En that’s it.

Ook control freaks moeten een beetje uitkijken met Oud en Nieuw. Van die mensen die tijdens het aftellen nog gaan zeggen: „Maar loopt die klok wel echt gelijk? Wacht ik zet de tv aan.” En tijdens het moment zelf al roepen: „De champagne moet open! Wie kan de champagne openmaken? Ik heb hier de glazen!” Control freaks moeten zichzelf even een tandje lager zetten.

En dan wordt het vanzelf 2010.

Paulien Cornelisse

Wie nog dubbel glas in zijn ramen wil zetten, mag daar wel mee opschieten. Vanaf morgen geldt daar namelijk het hoge btw-tarief: 19 procent, in plaats van de 6 procent die het tot klokslag middernacht nog is.

Wil je daarentegen een ritje per tuktuk of fietstaxi maken, dan kun je dat beter even uitstellen tot na de knallende kurken. Dan gaat de btw daarop namelijk juist van 19 procent naar 6 procent.

Zit hier een logica achter? Vanzelfsprekend. Kijk, onze overheid is een hele lieve overheid, en zo’n lieve overheid wil natuurlijk niet dat jullie, schattige burgertjes, iets overkomt. Daarom moeten jullie veel belasting betalen als jullie sigaretten, drank en benzine kopen en juist weinig als jullie boeken of geneesmiddelen kopen, en theaters of sportscholen bezoeken.

Akkoord.

Maar dat dubbele glas dan? Tsja, dat viel onder ‘isolatiewerkzaamheden’, en eh… ‘dit is niet meer het geval’, zo meldt de site van de Belastingdienst droogjes, ‘waardoor het btw-tarief van 6 procent naar 19 procent gaat’.

Leuk is dat niet. Wel logisch. Even logisch als dat je voor e-books wél het hoge tarief neertelt en voor tastbare, uit dode bomen vervaardigde exemplaren het lage.

Of wacht, ging dat niet veranderen? Niet helemaal. Boeken op ‘fysieke dragers’ (cd-roms, usb) gaan inderdaad naar 6 procent, maar downloadbare e-books, die zo’n fysiek lichaam moeten ontberen, tja, die blijven mooi op 19 procent. Niet leuk, wel logisch.

Eerder was er nog sprake van dat vanaf morgen ook de kermissen, pretparken en dierentuinen van het lage naar het hoge tarief zouden gaan. Ik schrok me kapot toen ik dat hoorde.

Omdat de overheid inziet dat de boeken die ik schrijf een duurzame en nobele bijdrage aan de mensheid vormen, beschermt zij deze terecht tegen de vulgaire markt met een laag btw-tarief.

Dat dacht ik tenminste. Nu blijk ik van meet af aan al gelijk te zijn gesteld aan kermisexploitanten, leeuwentemmers en soortgelijke pooiers. Die blijven na morgen gewoon op 6 procent, terwijl mijn boeken in downloadformaat 19 procent krijgen.

Leuk is dat niet. Wel zo logisch.

Christiaan Weijts

Naast alle ellende, wanhoop, drama’s en rampspoed, die we natuurlijk uitgebreid konden herbeleven tijdens met bloed besmeurde jaaroverzichten, heb ik oprecht het gevoel dat het een bijzonder jaar was, in positieve zin. Na een lastige start van dit millennium begint zich zowaar een toekomstbeeld te ontvouwen voor de komende decennia.

2009 was wat mij betreft vooral het jaar van het presidentschap van Obama, de Crisis, Kopenhagen, Facebook en Twitter. Deze zaken broeien al langer, maar het afgelopen jaar braken ze door.

lees verder

Bij elke jaarwisseling moet ik eventjes aan Boudewijn Büch denken. Die vierde het niet, of nauwelijks. „Oudejaarsavond? Dan blijf ik thuis, een beetje plaatjes draaien”, vertelde hij eens bij Barend & Van Dorp.

Stiekem ben ik wel jaloers op die houding. Ik heb me namelijk nooit goed raad geweten met dat ‘uiteinde’ (als in het ‘prettig uiteinde’ dat kassameisjes ons toewensen). Maar wie maandag aan collega’s en vrienden vertelt dat hij gewoon thuis is gebleven, plaatst zichzelf toch wel een beetje buiten de samenleving. Zeker sinds de millenniumwisseling móét je iets spectaculairs doen met de jaarwisseling.

Maar wat? Trek je de stad in, dan kun je vrijwel uitsluitend terecht bij de vetste mega dance events, inclusief champagne-ontbijt, waarvoor je lang van tevoren reserveert. Drank is op zulke avonden vaak gratis. Dat wil zeggen: je betaalt honderd-zoveel euro entreegeld, en zult er dus alles aan doen om strontlazarus het nieuwe jaar in te gaan, om in elk geval je kaartje eruit te drinken.

Het handjevol kroegen dat zich aan die formule onttrekt, is zó stampvol dat je je platgedrukt een weg door de massa moet banen. Nee, verstandige mensen vertonen zich op oudejaarsavond niet op straat, evenmin als met Koninginnedag (of -nach(t)) of Vastenavond (‘carnaval’, voor leken).

Mensen die het uitgaansleven ontgroeid zijn en toch niet voor saaie pieten willen doorgaan, kiezen er veelal voor om naar een Europese hoofdstad af te reizen, vermomd als liefdeskoppel. Zo belandde ik een aantal jaren terug in Rome. Ik kende mijn vriendin nog niet zo lang en had dus alle reden om indruk te willen maken. Ik reserveerde een bed om de hoek van de Engelenburcht, en een tafel in de wijk Trastevere voor de traditionele Cenone di Capodanno (‘Grote Maaltijd van het Hoofd van het Jaar’)

Die avond leerden we twee dingen: dat de straten van Rome, met hun ruitvormige keitjes, uitermate ongeschikt zijn voor naaldhakken, en dat Italianen, ondanks hun reputatie van uitbundigheid, de jaarwisseling veel bedeesder vieren dan Nederlanders. Buiten was er noch vuurwerk noch hysterie. Zoals in veel landen, is de jaarwisseling in Italië een gebeurtenis die je met familie viert.

Goed, het zal niet in alle landen zo kalm zijn, maar de waanzinnige vuurwerkorgie die wij ervan maken is wel uitzonderlijk. Wie hier per ongeluk op doorreis passeert in de nacht van 31 december op 1 januari, heeft alle redenen om aan te nemen dat er een kleine burgeroorlog is uitgebroken. Veel doorgaande wegen zijn gebarricadeerd met brandstapels. Duizendklappers ratelen, vuurpijlen fluiten de hemel in. Overal ligt verbrijzeld glas. Complete automobielen gaan in vlammen op. Naar de ziekenhuizen komt een constante stroom gewonden op gang.

Maar ook brandweer- en ambulancepersoneel is doelwit van agressie. In veel steden en dorpen is daarom het ‘supersnelrecht’ van kracht, om de massa in het gareel te houden terwijl troepen ME’ers paraat staan.

Is het onze volksaard, om zo uitbundig te feesten? Ik vrees van wel. Oudejaarsnacht lijkt elk jaar weer meer bewijs te willen leveren voor mijn vermoeden dat we collectief lijden aan wat in de psychologie als de ‘histrionische’ of ‘theatrale persoonlijkheidsstoornis’ bekendstaat.

De symptomen hiervan openbaren zich bij uitstek tijdens de jaarwisseling. De patiënt overdrijft bijvoorbeeld emoties die hij niet werkelijk voelt („Drie, twee, één… jáááhááá gelúkkig nieuwjáááár!!!”) en beschouwt zijn relaties als intiemer dan ze in werkelijkheid zijn: elke vage buurtgenoot krijgt een uitbundige omhelzing op straat, waarna weer een jaar van koele begroetingen wacht.

Met zulke theatrale erupties van geveinsde sentimenten wil de patiënt het gemis van werkelijke gevoelens compenseren. Bovendien is de histrionische persoonlijkheid een aandachtsjunk, die geen middel onbeproefd zal laten om in het middelpunt te komen, of het nu een extreme fixatie op uiterlijk en seksualiteit is, of het etaleren van onderdrukte agressie die, na de verplichte overdadige alcoholconsumptie, vrij spel krijgt.

Dat alles steeds heviger moet zijn, past ook bij deze persoonlijkheidsstoornis. Vlak na Kerst gesitueerd, is het jaarwisselingfeest de overtreffende trap bij uitstek. Nog één keer mag je uit je dak. Daar moet je natuurlijk wel wat van maken. Omdat de innerlijke onvrede van de patiënt ondanks al die dappere pogingen onverminderd intact blijft, nemen zijn gedragingen steeds extremere vormen aan.

De vakliteratuur beschrijft hoe bij de histrionische persoonlijkheidsstoornis emotionele uitingen en opvattingen 1) razendsnel wisselen (opiniepeilingen weerspiegelen dit bijvoorbeeld voor patiënt Nederland) en 2) zeer oppervlakkig zijn, terwijl de patiënt ze juist op hoogdravende toon brengt.

Dat dit tevens een rake diagnose van onze status quo is, leert een willekeurig kroegen- of televisierondje als er weer eens Iets Is Gebeurd. Zie de massale rouwpartijen die na Pim Fortuyn en André Hazes steeds gangbaarder zijn. Zie ook een willekeurig rondje langs Hyveskrabbels: hééé lieverd!!! Schatje!!! Oóóóh!! Strax egt wel heftug uit m’n dak met O&N!!!! (Inderdaad, Majesteit: waar blijft – in zulke snelle korte boodschapjes – de naastenliefde?)

Als je histrionische persoonlijkheden op feestjes of bij tramhaltes ontmoet, dan zijn het op het eerste gezicht normale types – vaak zelfs leuk, charmant of edelmoedig. Maar gaandeweg begin je aan te voelen dat er iets niet helemaal klopt. Dat er in hun hoofd elk moment een draadje kan doorbranden waardoor de vrolijke atmosfeer van haast ongepaste vertrouwelijkheid ineens zal omslaan.

Precies die energie, die wankele onberekenbaarheid waart rond in Nederland. Leuk, die oranje opblaaskronen. Charmant, dat collectief gesnotter. Edelmoedig, die stille tochten. Maar tegen het jaareinde ruikt het alsof er elk moment een draadje kan doorbranden.

Kijk je met die bril naar het oud-en-nieuwfeest, dan ontkom je er niet aan dat je een beetje medelijden met je landgenoten krijgt. Net als bij een tornado, waarvan het centrum een leeg vacuüm is, draait de jaarlijkse vuurwerk- en drankoorlog rond een akelige leegte.

Op de mestvaal van ons emotionele bankroet bloeien spetterende dance events, jankerige realityshows en stampende househallen. Dat belooft allemaal niet veel goeds voor het nieuwe decennium.

Misschien is het tijd om af te rekenen met het taboe op een kalme jaarwisseling. Zou het niet prachtig zijn, als je maandag op je werk kunt antwoorden: „Oudejaarsavond? Gewoon thuis wat plaatjes gedraaid, en een boek van Boudewijn Büch gelezen.”

Vliegt u in het komende jaar naar de Verenigde Staten? Dan wordt u niet alleen gefouilleerd, ook worden al uw tassen opengemaakt en doorzocht. Schiphol besloot de veiligheidsmaatregelen aan te scherpen na de mislukte aanslag van vorige week. Het was een paniekerige reactie, alsof ze betrapt waren op nalatigheid, alsof ze er al die tijd met de pet naar hadden gegooid. En nu het kalf verdronken is.

Ik vind Schiphol een prachtbedrijf. Ons kleine land herbergt het twaalfde vliegveld ter wereld. Het vervoert jaarlijks bijna 50 miljoen reizigers. Je kan ervan uitgaan dat zo’n groot vliegveld over zijn veiligheidsbeleid heeft nagedacht. Dat experts een zorgvuldige afweging hebben gemaakt tussen de risico’s, de logistieke mogelijkheden en de privacybelangen. En dat Schiphol daarmee een zo veilig mogelijk vliegveld nastreeft, zonder dat die veiligheid 100 procent gegarandeerd kan worden.

Waarom doet Schiphol dan alsof het zo verbaasd is dat dit heeft kunnen gebeuren? Waarom geen persconferentie met een rationele pr-meneer en een beetje nerderige veiligheidsexpert die benadrukt op welke overwegingen het veiligheidsbeleid gebaseerd is? In alle rust hadden ze erop kunnen wijzen dat dit soort incidenten kunnen plaatsvinden, maar dat de kans erop erg klein is. Ze hadden indianenverhalen over amateuristisch beveiligingspersoneel uit de wereld kunnen helpen en de sceptici de mond kunnen snoeren.

En als ze echt lef hadden, hadden ze erop kunnen wijzen dat de aanslag mislukt is. Het enige wat je kunt meten, is het resultaat. En het resultaat is dat er geen doden zijn gevallen, onder andere doordat er een essentieel element in de bom van de terrorist ontbrak: een metalen omhulsel om de springstof onder druk te houden. Het zou dus zomaar kunnen dat het vliegtuig onder andere is gered door een eenvoudig metaaldetectiepoortje op Schiphol.

En ten slotte hadden ze kunnen zeggen dat vliegen nog steeds de veiligste manier van reizen is. Dat Schiphol nog steeds alle vertrouwen heeft in zijn veiligheidsbeleid en dat dus ook niet op basis van één incident gaat aanpassen. Het zou me gerust hebben gesteld. Niks is enger dan een paniekerig Schiphol.

Rosanne Hertzberger

As we speak wordt een van mijn grote liefdes ingesmeerd door twee gespierde West-Friezen. Ik heb het hier niet over mijn vriendin of mijn moeder, die leen ik over het algemeen niet uit aan zulke Noord-Hollandse hengsten, maar over een zeker gemotoriseerd geval dat momenteel vertoeft in een garage in de buurt van Schagen.

Hoewel de term ‘gemotoriseerd geval’ de werkelijkheid waarschijnlijk het meest recht doet wordt ze door ons ook wel liefkozend Het Groene Gevaar genoemd. Ja, ik ben in het bezit van de ultieme retrodroom: een camperbus. En ja, ik voel jullie jaloerse blikken wel nederdalen op deze onschuldige gedrukte lettertjes. Maar geloof me, het is niet niets. Het Groene Gevaar is als een ongetemd raspaard. Topkwaliteit, maar je moet het er wel uit weten te halen.

lees verder

Op de feestjes waar ik kom gaan gesprekken steeds vaker vooral over carrière en toekomstplannen. Verhalen over chickies, drank, drugs & festivals maken zo langzamerhand plaats voor verhalen over sollicitatieprocedures (368 brieven verstuurd, 1 keer teruggebeld, 0 keer aangenomen), audities (…toen ik een stukje aubergine in macrobiotische tomatensaus moest naspelen ging het mis…), interessante projecten (…in Sydney een workshop creative networking voor bejaarden gegeven…) en ambitieuze businessplannen (…weet niet precies wat het is augmented reality, maar het is een gat in de markt!).

lees verder

Meest schokkende gebeurtenis in Nederland: Karst T. jaagt acht mensen de dood in. Meest schokkende gebeurtenis in Medialand: ‘Aanslag op Beatrix.’

Meest teleurstellende recordpoging: zeilmeisje Laura steekt op 14-jarige leeftijd in haar eentje de Atlantische Oceaan over. Met het vliegtuig.

Meest kolderieke kredietcrisismoment: ABN Amro neemt kunstcollectie van Dirk Scheringa in beslag wegens openstaande lening.

Meest onverwachte onderscheiding: Barack Obama wint de Nobelprijs Zonder Reden.

lees verder

In de jaren nul ben ik regelmatig aangesproken door boze burgers die het hadden voorzien op de pers die er een potje van zou maken. Zo zouden wij onrust stoken, het beeld vertekenen, angst aanjagen, desinformeren, partijdig zijn, oppervlakkig berichten en vooral uitblinken in negativisme.

De oorzaak voor die afkeer lag niet in het nieuws, maar bij ons, zo wist de narrige burger te vertellen. De terreur van 2001 was dan wel het vermoedelijke breinwerk van een behaarde man in een grot, maar de angst die daar het gevolg van was, was aangemoedigd door ons. De moord op Pim Fortuyn was weliswaar het werk van een eenzame gek, maar de kogel kwam van links – de media hadden de gemoederen opgehitst. Met Van Gogh was het niet anders. Ja, zelfs de hysterie over SARS, het uitdijen van de economische crisis, de angst voor de Mexicaanse griep, het was allemaal te danken aan ons. Wij, zo besloot de boze achterdocht meestal, verdienden nu eenmaal onze boterham met het maken van olifanten waar het muggen betrof.

Maar wat mij vooral opviel aan die boze burger van de jaren nul was hoe weinig vertrouwen hij had in de mensheid, en daarmee misschien wel in zichzelf. In zijn wereld stond de pers niet alleen gelijk aan stemmingmakerij, maar waren de consumenten van het gebodene uitgesproken dociel. Volgens de bozen lieten hun medeburgers zich werkelijk alles aanleunen. De slaafs consumerende lezer, kijker en luisteraar kon geen enkele verantwoordelijkheid worden toegedicht.

En dat is misschien wel de grootste leugen van de jaren nul; dat de burger het initiatief ontnomen is, dat hij geen verantwoordelijkheid meer kán nemen omdat hem alles uit handen is genomen, dat de grote bewegingen van de wereld zo onpersoonlijk zijn geworden dat hij alleen nog anderen de schuld kan geven.

Want wat de jaren nul juist zo kenmerken, is dat informatie van iedereen is geworden. Nooit eerder hebben we er zó over kunnen beschikken.

Wat een grotere kunst is, is om er goed mee om te gaan.

Ik ben geen christenfundamentalist, geen moslimextremist, geen boeddhist, geen hindoepurist. Zelfs geen atheïst. Ik ben een religieopportunist. Een levensbeschouwingzapper. In deze tijd van het jaar wentel ik me fijn in de boodschap van Christus. Als ik door het jaar heen in de stress zit ga ik lekker even zitten voor mijn Tibetaanse ademhalingsoefeningen. En op een verloren middag blader ik graag even door Kader Abdolahs vertaling van de Koran.

Momenteel woedt de woede der overtuigd atheïsten door het publieke debat. Alles is de schuld van religie. ‘Religie heeft ons al zoveel ellende gebracht’ heet het dan. Ja? Volgens mij geschiedt er ook heel wat kwaad in naam van ‘seculiere’ ideeën (een wereldoorlogje hier, een dictatoriaal regime daar).

lees verder