Archief van berichten op 3 december 2009

Sinterklaasgedichten vormen een heel aparte categorie gedichten. Waarom? Omdat je ze nooit zelf mag voorlezen. Als een officiële dichter een gedicht schrijft, dan stopt hij dat in een bundel en weet hij niet wat er verder mee gebeurt, of hij gaat dat gedicht zelf met de juiste intonatie en op het juiste tempo voordragen op een poëzieavond.

Het moeilijke van het sinterklaasgedicht is dat iemand anders jouw werk moet voorlezen, terwijl het misschien niet de beste poëzie is, qua rijm en metrum.

Stel dat een gedicht net niet lekker loopt, dan kan de sinterklaasdichter dat oplossen door accenten te plaatsen op lettergrepen die eigenlijk de nadruk niet hebben: „Rob heeft een hevig temperament, maar Sint vindt: ‘Hij is tenminste wel levénd.’”

Hier nu ligt een heel terrein open voor mensen die zich ergeren aan klemtoongebruik. Want door het juiste gedicht te schrijven, kun je de ander jouw versie van het woord laten zeggen. Párfum of parfúm, bíologisch of biológisch, normalíter of normáliter. In de noordelijke provincies zegt iedereen ‘mét elkaar’, terwijl alles onder Drenthe ‘met elkáár’ zegt.

Zelf denk ik te weten dat het nótulen is en niet notúlen, maar ik bevind me in zó’n klein groepje gelijkgestemden dat het best kan dat we ongelijk hebben, of inmiddels door taalverandering ongelijk hebben gekregen.

Wat niet wegneemt dat ik keihard in een gedicht mijn gelijk zou kunnen halen. (In praktijk probeer ik vaak iets te zeggen als nótúlen, dan zit ik ertussenin.)

Ik ken mensen die wisten dat het spel Kolonisten van Catan oorspronkelijk uit Duitsland komt, en daarom altijd ‘cataan’ zeiden. In hun sinterklaasgedicht hadden ze het op een ‘aan’-woord laten rijmen (‘geen reet aan?’ ‘hou dit spel bij mij vandaan?’). Dat werd niet begrepen; Catan werd gewoon als Catan voorgelezen het gedicht rijmde niet.

Want dat is natuurlijk ook een oplossing voor mensen die het gehad hebben met rijmschema’s en klemtonen – gewoon helemaal richting de free verse gaan. Beetje gedachten en gevoelens op papier knallen, en vervolgens in een hoekje heel interessant gaan zitten kijken.

paulien cornelisse

Nergens is je spaargeld nog veilig. In IJsland smelt het weg. In Luxemburg verdween het bankgeheim. Andorra, Liechtenstein of Isle of Man: in al die belastingparadijsjes is van de boom van Monetaire Transparantie geproefd, en spoedig verschijnt daar, met vlammend zwaard, Jan Kees de Jager, Staatsecretaris Zwart Geld, om de kleine belastingontduiker te verjagen. Nu nog zonder boete. Of nou ja: wel even vermogensbelasting betalen over al die jaren.

Inmiddels hebben zich vierduizend inkeerders gemeld, samen goed voor één miljard aan schaamrood. Dat lijkt veel, maar laten we eens naar het totaal aan illegale geldstromen kijken.

Nederland loopt 16 miljard aan belastinggeld mis, door multinationals die alleen op papier hier zijn gevestigd. Nova rekende uit dat er naar schatting 18,5 miljard aan crimineel geld wordt witgewassen in Nederland. Daarvan onderschept de overheid niet meer dan 20 miljoen. Het totale vermogen van zwartspaarders is naar schatting 50 miljard.

Totaal: 84,5 zwarte miljarden. Slechts één daarvan verbleekt nu. En dat komt niet van de grote criminelen die zich verschansen in anonieme trusts en schimmige holdings. Het komt van brave, wat bangige burgermannetjes en-vrouwtjes, die een erfenisje van de vermogensbelasting wilden weghouden, zodat er op hun oude dag nog iets van over is.

Illegaal? Vast. Maar zie het als een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Waarom elk jaar opnieuw belasting betalen over geld waar al inkomstenbelasting- of erger: successierechten af is, en waar, als je het uitgeeft, al btw op geheven wordt? Eén geldsom, drie heffingen.

De vermogensbelasting is in de vorige eeuw al afgeschaft in Duitsland, Italië, Oostenrijk, Denemarken, Oostenrijk en Ierland. In deze eeuw stopten Finland, Luxemburg, Spanje en Zweden ermee. In de andere EU-lidstaten heeft ze nooit bestaan of is ze minder dan 1 procent. Nederland is, met 1,2 procent, Europees kampioen in het kaalplukken van spaarders.

Als De Jager coulant wil zijn voor inkeerders, dan betalen ze – cadeautje! – geen vermogensbelasting. Net als wij straks allemaal.

Christiaan Weijts

De plicht van ieder vrij mens: er even tussenuit gaan of knijpen. Na jaren van beestachtig hard wroeten dwing ik mezelf een ander, menselijker leven uit te proberen, namelijk het toeristenleven. Ik gun mezelf de hipste stad van Duitsland, zijnde Trier.

Ik ga er naar de toeristische dienst, vraag een fiets en stadsplan en stippel voor mezelf een wonderlijke route uit langs de Moezel. Het miezert maar miezeren hoort erbij. Helaas, na een ritje van amper twee kilometer bliksemt een inzicht mij van mijn stalen paard: Wat doe ik hier? Zit ik hier nu op een zondagochtend, net zoals meer dan een miljoen andere Vlamingen, de wielertoerist uit te hangen? Is dit nu mijn nieuwe leven? Kan ik echt niets beters verzinnen?

lees verder