Archief van berichten op 14 december 2009

Op zevenduizend kilometer van Kopenhagen, even buiten Bayanhot in Binnen-Mongolië, woont Nasen. Hij is herder, of liever gezegd wás herder, want zijn kamelen zijn al lang geleden naar de slachter gebracht en veel schapen heeft hij niet. In Bayanhot en omstreken, zijn thuisland, is de natuur weinig vergevingsgezind. De winters zijn er koud en lang, de zomers heet en kort. En het regent er zelden. Nergens ter wereld heet zoveel hectare vruchtbaar land jaarlijks tot woestijn te verworden als daar. De straffe westenwind die er waait, heeft de aarde gescalpeerd en blaast het gele zand dat eronder ligt tot aan de kusten van Japan en de VS.

Dat is niet altijd zo geweest. Nasen, die in de veertig is, herinnert zich de dagen dat het steppegras hoog en groen stond nog goed. „Je kon er een dode kameel mee bedekken.” En dat zegt wat. Tegenwoordig staan zelfs in de beste tijd van het jaar de grassprieten er armzalig bij. De Chinese overheid die er de baas is verspreidt graszaad in de woestijn, schiet kunstmatig regen uit droge wolken en verbiedt herders als Nasen hun kuddes te laten grazen. Tot grote onvrede van de bevolking, die weet hoe de problemen begonnen.

„Niet bij ons”, zegt Nasen. Iets over de opwarming van de aarde is hem wel bekend, want in de winter bevriest zijn voorraad vlees niet meer. Maar de belangrijkste oorzaak ligt dichter bij huis: het waren de Chinezen die er dertig, veertig jaar gelden in groten getale naar toe verhuisden en de kwetsbare steppe begonnen te bewerken. Slechts één oogst overleefde de grond, daarna blies zij weg. In de voorliggende generaties waarin de steppe werd bevolkt had zich nooit een dergelijke ramp voltrokken. Nasen weet waarom. Het ecosysteem bleef in balans omdat de steppe werd beheerd door mensen die ermee om wisten te gaan. Het bewijs ligt even over de grens in het vrije Mongolië, waar de steppe er nog groen en onaangetast bij ligt. Daar kun je nog een dode kameel met gras bedekken.

Hoi Aaf. Omdat jij zwanger werd mocht ik hier columns schrijven. Dus ik dacht: het minste wat ik terug kan doen is je vanaf deze plek feliciteren nu je afgelopen weekend een kind hebt gekregen. Gefeliciteerd!

Nu ik je toch aan de lijn heb kan ik misschien meteen het een en ander met je delen over mijn gevoelens als columnist. Als íemand me begrijpt ben jij het wel.

Toen ik gevraagd werd om columns te gaan schrijven voor nrc.next ging er van alles door me heen. Het ene moment dacht ik Yes, YES! Vette shit! Ik ga al die mensen eindelijk echt eens vertellen hoe het leven in elkaar zit. Met haviksogen zal ik de straten van Nederland afspeuren naar mensen en voorvallen die exemplarisch zijn voor ons aller zoektocht in deze verwarrende 21ste eeuw. Ze zullen lachen, ze zullen geëmotioneerd zijn, ze zullen me op handen dragen! De rest van mijn leven krijg ik gratis drankjes en dubbelzinnige aanbiedingen van (vrouwelijke) bewonderaars!

lees verder

Was het woensdag dat Aboutaleb zich in NOVA ofzo moest verantwoorden voor de uitkomst van het ‘Cot-rapport’? Ik geloof het wel. Mij viel vooral de regentenblik op in het wat smalletjes geworden gezicht. Ja, man, dan had je maar gewoon staatssecretaris bij Piet Hein moeten blijven.

Ik verwachtte dat hij meteen bij de eerste zin iets formeels zou prevelen over het enige slachtoffer van dat Hoek van Hollandse feestje van augustus jl.: die jongen van 19. Volgens mij is dat mos: als in jouw ressort iemand overlijdt aan (politie)geweld, hoef je misschien niet meteen op rouwbezoek bij de nabestaanden, maar je zegt er iets over als je dan eindelijk weer eens publiek tegenover mij en de rest van het Nederlandcse volk zit.

lees verder