Archief van berichten op 28 december 2009

In de jaren nul ben ik regelmatig aangesproken door boze burgers die het hadden voorzien op de pers die er een potje van zou maken. Zo zouden wij onrust stoken, het beeld vertekenen, angst aanjagen, desinformeren, partijdig zijn, oppervlakkig berichten en vooral uitblinken in negativisme.

De oorzaak voor die afkeer lag niet in het nieuws, maar bij ons, zo wist de narrige burger te vertellen. De terreur van 2001 was dan wel het vermoedelijke breinwerk van een behaarde man in een grot, maar de angst die daar het gevolg van was, was aangemoedigd door ons. De moord op Pim Fortuyn was weliswaar het werk van een eenzame gek, maar de kogel kwam van links – de media hadden de gemoederen opgehitst. Met Van Gogh was het niet anders. Ja, zelfs de hysterie over SARS, het uitdijen van de economische crisis, de angst voor de Mexicaanse griep, het was allemaal te danken aan ons. Wij, zo besloot de boze achterdocht meestal, verdienden nu eenmaal onze boterham met het maken van olifanten waar het muggen betrof.

Maar wat mij vooral opviel aan die boze burger van de jaren nul was hoe weinig vertrouwen hij had in de mensheid, en daarmee misschien wel in zichzelf. In zijn wereld stond de pers niet alleen gelijk aan stemmingmakerij, maar waren de consumenten van het gebodene uitgesproken dociel. Volgens de bozen lieten hun medeburgers zich werkelijk alles aanleunen. De slaafs consumerende lezer, kijker en luisteraar kon geen enkele verantwoordelijkheid worden toegedicht.

En dat is misschien wel de grootste leugen van de jaren nul; dat de burger het initiatief ontnomen is, dat hij geen verantwoordelijkheid meer kán nemen omdat hem alles uit handen is genomen, dat de grote bewegingen van de wereld zo onpersoonlijk zijn geworden dat hij alleen nog anderen de schuld kan geven.

Want wat de jaren nul juist zo kenmerken, is dat informatie van iedereen is geworden. Nooit eerder hebben we er zó over kunnen beschikken.

Wat een grotere kunst is, is om er goed mee om te gaan.

Ik ben geen christenfundamentalist, geen moslimextremist, geen boeddhist, geen hindoepurist. Zelfs geen atheïst. Ik ben een religieopportunist. Een levensbeschouwingzapper. In deze tijd van het jaar wentel ik me fijn in de boodschap van Christus. Als ik door het jaar heen in de stress zit ga ik lekker even zitten voor mijn Tibetaanse ademhalingsoefeningen. En op een verloren middag blader ik graag even door Kader Abdolahs vertaling van de Koran.

Momenteel woedt de woede der overtuigd atheïsten door het publieke debat. Alles is de schuld van religie. ‘Religie heeft ons al zoveel ellende gebracht’ heet het dan. Ja? Volgens mij geschiedt er ook heel wat kwaad in naam van ‘seculiere’ ideeën (een wereldoorlogje hier, een dictatoriaal regime daar).

lees verder

Ook gedurende de voorbije Kerstdagen, toen we stil stonden bij het ogenblik waarop Jozef en Maria geen plaats meer vonden in de herberg, maar gelukkig toch nog een veilig onderkomen kregen toegewezen in een stal, kwam de gedachte boven aan onze oude, wezenlijke opdracht: heb uw naasten lief als uzelf.

Maar weten we nog wie onze naaste is? En weten we nog wie we zelf zijn?

Wij zijn allemaal, net als onze naasten, medemensen die elkaar in het leven tegenkomen. Maar komen we elkaar nog wel tegen? Hebben we nog oog voor elkaar? Zien we elkaar nog wel? Haast drijft ons voort. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mens onafhankelijker en afstandelijker gemaakt. De gebruikstweewieler heeft ons gekroond tot Enkeling. Steeds minder leggen wij het woon-werk-verkeer af in gezelschap van anderen, de diligence is afgeschaft.

lees verder