Archief van berichten uit januari

Eigenlijk had ik het vandaag over geld willen hebben, maar ik werd afgeleid door de komst van een rapport getiteld Polarisatie en radicalisering in Nederland, een verkenning naar de stand van zaken in 2009.

Als je de resultaten van een onderzoek zo durft te noemen, bedoel je te zeggen: we hebben diverse artikelen gelezen, we hebben een paar representatieve Nederlanders opgebeld, en na erop te hebben gespuugd, hebben we de wijsvinger van onze rechterhand in de lucht gehouden om vast te stellen waar de wind vandaan kwam.

lees verder

‘Stop messing around and do some work.’ Dat is de screensaver die op mijn laptop staat. Nou heb ik de laatste tijd zo hard gewerkt dat mijn computer het begaf.

(Mijn broer vraagt altijd hoe je dat doet, hard werken. Type je dan heel snel of zo? Messing around is ook werken, maar dat beseft de halve wereld niet.) Enfin, ik had één of ander www-gebeuren ingetikt om dingen op te zoeken en toen zei het beeldscherm tegen mij: „Dit is gênant.”

Ik vond het best een verdrietige dag dat mijn computer zichzelf gênant vond, dat hoefde wat mij betreft niet, maar dat kon ik hem niet duidelijk maken. En de computer kon mij ook niets meer duidelijk maken: hij reageerde nergens meer op.

lees verder

In veel Nederlandse huishoudens schijnt de vrouw regelmatig te zeggen: „Lieverd. Wil jij voor mij de vuilniszakken even buiten zetten?” En dan doet de man dat.

Het gaat me om dat ‘voor mij’. Want worden hier de vuilniszakken eigenlijk wel voor mevrouw buiten gezet? Volgens mij niet. Het vuilniszakken buitenzetten gebeurt net zo goed voor mijnheer zelf, en het ‘voor mij’ had dus achterwege gelaten kunnen worden.

‘Voor mij’ vertelt meestal iets over degene die de baas is. Als op kantoor iemand zegt: „Janneke, zou jij voor mij even de notulen willen kopiëren”, dan is het bijna zeker dat Janneke de ondergeschikte is. Als er een ‘voor mij’-verzoek tussen mensen met gelijke functie gedaan wordt, dan moet er namelijk altijd een verzachtende omstandigheid bijgenoemd worden. Bijvoorbeeld: „Ga je naar de koffiehoek? Zou je dan voor mij ook koffie willen meenemen? Héél erg bedankt.”

Als een vrouw aan haar man vraagt: „Wil jij voor mij de vuilniszakken buiten zetten”, dan zegt ze dus eigenlijk: „Wat betreft de verdeling van de huishoudelijke taken ben ik de baas.”

‘Voor jou’ is een stuk minder beladen met hiërarchie. Wel weer met iets anders, ook heel raars. Onlangs ontdekt, op een voorgeproduceerde stationsboterham in een driehoekverpakking: „Speciaal voor jou belegd met verse ingrediënten!” Deze tekst was in een zogenaamd handgeschreven lettertype geplaatst, alsof een of andere ambachtelijke boterhammengoeroe dat er inderdaad nog even speciaal voor mij opgeschreven had.

Dit moet persoonlijk overkomen, je moet er een warm wollig gevoel van krijgen, maar het is zo duidelijk juist heel onpersoonlijk, dat het omgekeerde gebeurt. Je ziet zo’n tekst, en denkt: „Jaja. Stelletje huichelaars. Dan zullen die ingrediënten ook wel niet vers zijn. Tsss.” Wat volgens mij veel beter zou werken is als je er met een gewone letter op zou drukken: „Boterham. Verse ingrediënten. Vandaag verpakt.” Of iets dergelijks.

Maar ja, er zullen wel weer marketingdeskundigen zijn die hebben uitgezocht dat we óndanks irritatie over dat nep-persoonlijke, toch liever de ‘handgeschreven’ verpakking willen waarin een boterham zit die speciaal voor ons schijnt te zijn.

Nou, voor mij hoeft het allemaal niet.

Paulien Cornelisse

Arend Jan Boekestijn mag dan het Binnenhof verlaten hebben, het ‘Boekestijntje’ klinkt er sindsdien nog wekelijks. Gisteren was het weer minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) die zich van die retorische figuur bediende. Tegenover Het Parool liet ze zich ontvallen dat ze nog altijd van mening is dat het Westen met de Talibaan moet praten.

Het Boekestijntje kun je definiëren als een ondoordachte uiting in de media, die deze vervolgens opblazen tot monsterlijke proporties. Bij het zien van de eindeloos herhaalde uitspraak, denk je: hoe kun je zó stom zijn!

Hoe kan Guusje ter Horst zó stom zijn? Ze weet toch dat Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) hierin het standpunt van de VN huldigt dat we niet onderhandelen met die bombaardmannen. Hoe kan ze zó dom zijn? Ze had in 2007 precies dezelfde aanvaring met Verhagen en moest toen haar woorden terugnemen. En ze wéét toch dat de oppositie bloed ruikt en in elke twist tussen PvdA- en CDA-regeringsleden de kiem van een kabinetscrisis ziet.

Kon je bij de naamgever van het Boekestijntje nog aannemen dat het ongelukjes waren door een wat narcistisch-naïeve houding tegenover camera’s (hoera, ik kom op tv!), een minister als Ter Horst moet toch op mediatraining geleerd hebben dat in elke verslaggever een hyena schuilt die bij één verkeerd woord je ingewanden aan flarden rukt.

Waarschijnlijk ging het zo: de hyena vroeg haar hoe ze dacht over de VN-gezant die vond dat Talibaanleiders van de VN-terroristenlijst konden worden geschrapt, en Guusje ter Horst gaf aan zich grosso modo wel in die filosofische lijn te kunnen vinden.

Dan nog: het was een geschreven interview, dat ze vooraf kon accorderen, samen met haar voorlichters – de pitbulls die de hyena’s op afstand moeten houden.

Hoelang denkt het kabinet ons nog wijs te kunnen maken met één mond te spreken, als het publiek allang hoort dat het unisono gebroken is in tweestemmigheid, afgewisseld met duetten (Verhagen tegen Ter Horst: ‘Ieder zijn eigen toko!’) Op de achtergrond huilen de hyena’s en blaffen de pitbulls.

Christiaan Weijts

In Rotterdam gebeurt het! Rotterdam, de stad van de Euromast, Ted Langenbach, Architectuur, Erasmus, Conny Janssen Danst, (wijlen) Pim Fortuyn, TENT (O, daar is het echt altijd zo fijn), Ahmed Aboutaleb, Boijmans van Beuningen, Zomercarnaval, Rien Vroegindeweij en Jan Oudenaarden (die zijn héél grappig!) Rotterdam is ook de stad waar de metrolijn wél gelukt is, de stad van Jules Deelder, oudejaarsavond, de Koopgoot, NRC Handelsblad, Geen Daden Maar Woorden festival, Watt, Tikibar, en ga zo maar door.

lees verder

De stroopwafel viel niet in goede aarde. Mijn joodse gastvrouw in Tunesië rook eraan, stopte hem toen voorzichtig in haar mond, kauwde even en keek me toen heel wantrouwend aan. „Is het wel koosjer?” vroeg ze met volle mond. Ik knikte. Volgens mijn joodse regels was het heus wel een beetje koosjer. „Zit er dan soms melk in?” Natuurlijk zat er melk in, roomboter zelfs. Resoluut spuugde ze het stukje uit. „C’est péché!” verklaarde ze.

Het woord ‘péché’ leerde ik snel bij de Tunesische joden. Het betekent zondig. Als ik niet zo’n waardeloze jood was geweest, had ik kunnen bedenken dat consumptie van melk na vlees zondig is. In de bijbel staat: ‘je zult een bokje niet koken in de melk van de moeder’ en een beetje orthodoxe jood leeft dat tot op moleculair niveau na. Dat betekent dus niet alleen dat cheeseburgers verboden zijn, maar ook dat er speciale melkbekers zijn die, daar kom ik die middag achter, NIET afgewassen mogen worden in de gewone keuken. ‘C’est péché!’, brengt moeder wanhopig uit als ze binnenkomt. En dat alleen maar om dat stomme bokje.

Op sjabbat kom ik er pas echt achter wat voor afvallige ik ben. Op vrijdagavond reik ik de dochter pen en papier aan met de vraag of zij haar e-mailadres wil opschrijven. Dat is dom. Natuurlijk wil ze dat niet, schrijven is verboden, want schrijven is werken en werken is péché. Dat maakt veel onmogelijk op sjabbat. De geiser aansteken voor een warme douche is namelijk ook werken. Een dvd’tje kijken is werken. De koelkast opendoen is werken, want de deur van de koelkast drukt een lampje aan, en licht aansteken is ook werken.

Terwijl ik samen met moeder op het stoepje voor het huis niet zit te werken voel ik mijn telefoon trillen in mijn broekzak. Het is mijn vader. Ook hij is een waardeloze jood. Elke vrijdagavond belt hij om me „sjabbat sjalom” te wensen. Ik neem niet op. Bellen op vrijdagavond is péché.

Ik word er puberaal van. ’s Nachts luister ik stiekem onder de dekens naar mijn iPod en eet de andere helft van de stroopwafel op. Dat is allemaal absolument, tout à fait péché. Ik hoop dat als ik wakker word sjabbat nog maar heel eventjes duurt.

Rosanne Hertzberger

Hoe staat Eurlings precies in de ANWB?

U begrijpt misschien niet wat ik bedoel, maar dan heeft u de laatste maanden niet goed naar Den Haag geluisterd.

Als een Kamerlid de laatste tijd van een minister wil weten wat hij of zij van het Nederlands basisonderwijs vindt, vraagt hij niet: wat vindt u van ons basisonderwijs?, maar: hoe staat u in ons basisonderwijs? – zoals Balkenende al in geen jaren meer iets heeft gezegd, maar z’n mond uitsluitend nog open doet om er iets mee ‘aan te geven’.

lees verder

1. Ken je Sophie Calle? Daar zijn twee antwoorden op mogelijk. 1. Ja. 2. Nee.

Als je haar niet kent: Sophie Calle is een Franse kunstenares. Als je haar wél kent, dan ken je haar niet persoonlijk waarschijnlijk, maar haar werk. Van de andere kant: als je haar werk kent dan ken je haar bijna persoonlijk. Misschien zelfs persoonlijker dan de mensen die je wél persoonlijk kent.

2. Ben je wel eens in Museum de Pont in Tilburg geweest? 1. Ja. 2. Nee. (Ik doe geen enquête of iets, dit zijn geen Camiel Eurlings – achtige praktijken, maar ik wil dat het voor iedereen duidelijk is waar ik het over heb.)

lees verder