Archief van berichten op 7 januari 2010

Er is iets aan de hand met het woord ‘zomaar’. Vroeger werd het alleen gebruikt om toeval of willekeur uit te drukken. „Waarom hebben jullie die afvalbak vernield?” „Kweenie. Zomaar.”

Nu heeft ‘zomaar’ weinig meer met zomaar te maken. Let er maar eens op. Hoe vaak hoor je tegenwoordig niet een gesprekje als dit: „Ga je nog naar de sportschool?” „Dat zou zomaar kunnen.” Daar zit geen toeval meer bij: deze persoon gaat zeker naar de sportschool, maar hij wil het op een relaxte, nonchalante manier uitdrukken.

Ook zonder dat er een vraag aan vooraf gaat, is ‘zomaar’ prima te gebruiken, indien gewenst uitgebreid met ‘ineens’: „Ik denk dat ik zomaar ineens een biertje ga nemen.” De gesprekspartner kan dan antwoorden: „Ja, doe eens gek.”

Het moderne ‘zomaar’ wordt vooral gebezigd door mensen die onproblematisch van aard zijn, of zo willen overkomen. Het omgekeerde van de zomaar-mens is de onmiddellijk-mens: „Ik wil dat die vuilniszakken onmiddellijk van de overloop verdwijnen!” De zomaar-mens zou dezelfde uitspraak zo formuleren: „Weet je wat zomaar heel erg leuk zou zijn? Als die vuilniszakken buiten gezet zouden worden.”

Interviewers bedienen zich ook graag en veel van ‘zomaar’. In dat geval heeft het te maken met het verschijnsel ‘voorgesprek’. Tijdens een voorgesprek wordt het hele interview alvast voorgekookt, waardoor het interview zelf alleen nog maar een toneelstukje is, waarin het voorgesprek wordt nagespeeld. Een tijdje geleden hoorde ik op de radio de interviewer tegen de geïnterviewde zeggen: „En nu denk ik zomaar dat er nog wel wat meer aan de hand is, met die polders.” „Nou inderdaad,” kan de geïnterviewde dan beginnen. En de luisteraar weet: deze vraag kwam niet uit de lucht vallen, hier was sprake van voorkennis. Dat de interviewer laat merken dat hij al weet wat het antwoord is, is slim; hij erkent dat het interview tot op zekere hoogte gescript is, maar die erkenning zelf lijkt spontaan en natuurlijk. En dan kom je zomaar ineens best professioneel over.

‘Nieuw dieptepunt voor linkse media,’ twitterde Geert Wilders na de infiltratie van een HP/De Tijd-stagiaire.

Pardon, links?

Zeker sinds oud-Panorama-reporter en voormalig Metro-baas Jan Dijkgraaf er de vergaderingen voorzit, probeert HP eerder een populistisch schreeuwblaadje te zijn, met morele dieptepunten als rancuneuze scheld-in-memoriams over Martin Bril en Michaël Zeeman.

HP/De Tijd had Wilders’ lijfblad kunnen zijn: bij zijn aantreden stelde Dijkgraaf af te willen van het ‘grachtengordeldenken.’ Prompt vertrokken alle bekwame redacteuren, recensenten en columnisten van naam met slaande deuren.

Nu moet Dijkgraaf als de donder zorgen dat de oplage stijgt, anders trekt de uitgever de stekker eruit, zo is hem verteld. Tegen die achtergrond is Operatie PVV-Stagiaire begrijpelijk.

Bij Nova vertelde de infiltrant-stagiaire over haar journalistieke afweging: heel veel mensen willen weten hoe het er bij de PVV aan toe gaat.

Ik denk dat er ook veel mensen hevig geïnteresseerd zijn in de badkamer van Wesley en Yolanthe, maar dat is geen vrijbrief om er een webcam op te hangen. Undercoverjournalistiek is alleen gerechtvaardigd als die misstanden blootlegt die van groot maatschappelijk belang zijn. Vooralsnog lijkt dat niet het geval. Dijkgraaf geeft in de Volkskrant zelf toe: „Het levert geen chocoladeletters op de voorpagina’s op. (…) Maar als je denkt dat een stel intelligente mensen Nederland gaat redden, word je niet gerustgesteld.”

Dat is alles? Om dat aan te tonen was geen infiltrant nodig. Iedereen kan zelf in de media zien wat voor halvegaren dat PVV-clubje bevolken. De enige eventuele aangetoonde misstand zou de slechte beveiliging kunnen zijn. Maar dat noemt Dijkgraaf nu juist zelf een ‘bijzaak’.

Als HP/ De Tijd de komende weken uit vertrouwelijke gesprekken citeert, zonder dat dit iets van maatschappelijk belang onthult, dan heeft de PVV alle reden om te procederen.

Dat levert ze allebei winst op, in media-aandacht en oplagecijfers. Je verdenkt ze haast van een populistisch complot.

Christiaan Weijts

H et is een prachtige route om te fietsen. Vanuit hartje Amsterdam volg je de Amstel tot je er bent. Onderweg passeer je herenhuizen, oude boerderijtjes en stukjes weiland met schapen. Na het dorpje Ouderkerk zie je het aan je rechterhand liggen. De exclusieve toekomst van enkele gefortuneerden die er straks voor een paar miljoen mogen wonen. Volgens de promotiesite ‘de vergeten diamant in de Amstel’.

De diamant ligt er nu wat troosteloos bij. Modder, betonconstructies en grote bouwlampen. En, niet geheel irrelevant, de woning van een bejaard echtpaar en enkele huizen met gezinnen. Onder hen zijn mensen die daar soms al hun hele leven wonen en er, hoewel ze niet rijk zijn, graag willen blijven wonen.

lees verder