Archief van berichten op 11 januari 2010

Eigenlijk is de neiging groot erover op te houden. Het meeste is er wel over gezegd en het is demotiverend omdat er niets verandert: de bonussen. Deze maand ontvangen de meeste bankiers hun bonus en de opper-bonus-verstrekkers van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs zullen hun 30.000 werknemers gemiddeld 595.000 dollar cadeau geven, zo wordt verwacht.

Het zou ons zo langzamerhand een zorg kunnen zijn, maar dat is om verschillende redenen onverstandig. Niet alleen doen veel instellingen, ook die in Nederland, zaken met Goldman Sachs, de astronomische bonuspool van 23 miljard Goldman-dollars is een verkeerd soort inspiratie voor bankiers of andere blindverdieners elders ter wereld. Dat werkt namelijk zo: de blindverdiener levert voor zijn goed fatsoen een beetje in, krijgt desondanks nog steeds heel veel, maar wil zich niet echt schuldig voelen omdat je nog altijd de jongens van Goldman hebt. En als het aan Goldman ligt, zal dat ook nooit veranderen, want dat is onzakelijk. De Goldman-standaard is zo waardevast als goud, en nodigt anderen uit zijn voorbeeld te volgen.

En dat is precies wat het hele bonusverhaal zo slepend maakt. In de normale wereld van vraag en aanbod, zou Goldman allang verdwenen zijn omdat ogenschijnlijk onrecht doorgaans meteen wordt bestraft. Immers, als je je klanten overvraagt, blijven ze vanzelf weg.

Maar bij financiële instellingen werkt dat anders. Die hebben het nemen van risico’s in hun grondbeginselen staan. En wie bij zo’n instelling het beste heeft gepresteerd, heeft met zekerheid de meeste risico’s genomen – en ontvang de meeste lof, en kolen dus.

Risico’s bewegen iedere bank. En de risico’s zijn momenteel heel groot. Jongens als die van Goldman gedijen daarbij. Ze tarten het lot, het fatsoen en ieders geduld: ze doen hun werk. De winkelier, zo blijkt, krijgt astronomisch veel speelruimte van zijn klanten. En die laatsten laten het er bij zitten.

Inderdaad – het is pas afgelopen als de klant in opstand komt. Zo machteloos staat de burger niet.

Het is niet nieuw dat januari zo’n beetje voor het jaar is wat de maandag is voor de week. Het is een begin. Het is begonnen. Ik hou niet van het begin, ik ben meer van de eindes. Daar schijn ik zelfs een groot talent voor te hebben, voor het einde. Maar goed, zoals we allemaal weten kan er geen einde zijn nog voordat het begint. Het is begonnen, de ochtend, de maandag, de week, januari, het nieuwe jaar.

Ik vraag me altijd af tot wanneer ik: „Gelukkig nieuwjaar” mag zeggen.

Dat ik mij dat altijd afvraag is trouwens een beetje overdreven. Ik heb het me in totaal nu zo’n elf keer van mijn leven afgevraagd. (Ongeveer in het begin van een nieuw jaar welteverstaan.) Elf keer pas omdat ik tot mijn zestiende sowieso niemand een gelukkig nieuw jaar toewenste. Ik ben enorm gegroeid de laatste jaren, zo blijkt wel.

De hele maand januari denk ik eigenlijk niet aan de maand januari maar aan de rest van het jaar. Hoe het zal verlopen, wat er zal gaan gebeuren, aan veranderingen en stilstand. Wie ik tegenkom en wie niet, wanneer het zout op is, of de zomer nóg warmer wordt. Maar vooral denk ik: zal er iemand doodgaan?

Het was overdreven om te zeggen dat ik me altijd afvraag tot wanneer ik „Gelukkig nieuwjaar” mag zeggen, maar er is niets gelogen als ik zeg: ik denk altijd, 365 en soms 364 dagen per jaar: zal er iemand doodgaan? In januari zijn die gedachtes het ergst, alsof dan alles nog mis kan gaan. En dan moet je nog een heel jaar.

Er is iemand dood, gelukkig nieuwjaar.

Gelukkig lopen alle jaren in elkaar over, dus wat dat betreft heb je waarschijnlijk wel even. Plus: je krijgt ieder jaar opnieuw de kans om gelukkig te worden. Uiteindelijk prachtig geregeld toch? We zijn op weg, het einde is nog lang niet in zicht. Dat klinkt even geruststellend als verontrustend. Maar laat je er niet door ontmoedigen; je slaat je er wel doorheen, je hebt alle tijd.

Het mag nog, het schijnt nog te mogen (ik zag bij sommige mensen ook nog een kerstboom), elf januari, dus bij deze: een goed 2010.

Tweeduizendentien.

Mooi getal wel. Wanneer het me uitkomt geloof ik in getallen, dat ze wat zeggen. Als jullie mij dan weer geloven dan gaat dit een mooi jaar worden.

En blijf elkaar vooral geluk wensen. Tot het einde aan toe.