Archief van berichten op 13 januari 2010

Nu ik dit schrijf, net na de persconferentie van Balkenende, vrees ik voor het kabinet. Waar de PvdA het rapport ‘verontrustend’ noemt, verwijst de premier alle conclusies van de commissie-Davids naar het rijk der fabelen, behalve de onschadelijke.

Het zal niet de eerste keer zijn dat een kabinet struikelt over een onderzoeksrapport naar een oorlog. Ook bij Srebrenica ging het over ‘gebrek aan regie’ van de minister-president en ‘gebrek aan informatie’ van het ministerie van Defensie. Toen besloot het kabinet-Kok ook op te stappen op basis van een oorlog die al jaren geleden had plaatsgevonden. En natuurlijk ging het daar wél over een militaire missie, maar toch, ik vrees met grote vreze.

Ik vrees dat Bos besluit om nog even wat politieke spierballen te laten zien als mosterd na de maaltijd. Dat hij nog even gaat doen alsof met de PvdA niet te sollen valt, terwijl onder het bewind van die partij de JSF er wél kwam en een parlementaire enquête niet.

Dat een partij dan ineens op haar strepen gaat staan is ook niet zonder precedent: D66 had al meerdere malen over zich heen laten lopen voordat het besloot het kabinet in 2006 uiteindelijk (om de Ayaan-kwestie) op te blazen. D66 stond er toen ook niet florissant voor in de peilingen.

Zou het door zijn hoofd spoken? Zou Bos serieus overwegen om ermee te kappen? Om ons land achter te laten met een gigantische staatsschuld, een onhoudbaar uitgavenpatroon en geen enkel uitzicht op spoedige verbetering daarvan? Reken maar uit hoe lang het duurt voordat er weer een slagvaardig kabinet zit: achtereenvolgens komen er verkiezingen, daarna formatieperiode, onderhandelingen, kabinetscrisis (veroorzaakt door 5 nieuwe PVV-ministers), verkiezingen, 100 dagen rondneuzen, en dan wellicht, als het meezit, een voorzichtige bezuiniging. Ik voorspel dat we anderhalf jaar stuurloos zullen ronddobberen.

Zouden ze het overwegen? Kiezen onze hoogste bestuurders voor hun eigen politieke hachje of voor het welzijn van dit land? Met opstappen zouden ze Nederland geen slechtere dienst kunnen bewijzen. Ik vrees met grote vreze.

Rosanne Hertzberger

Bij de kassa staat een man met een kind. „Ik wil graag één kaartje voor het kind”, zegt hij. Daarna wil hij doorlopen.

Het meisje van de kassa zegt: „Meneer, u moet ook nog betalen.” De man zucht en steunt. „Ik hoef helemaal niet te betalen”, zegt hij kwaad. Hij laat zijn perskaart zien. „Ik moet voor de zekerheid iemand bellen die hier over gaat”, zegt het meisje van de kassa. Ze heeft er rode wangen van gekregen. De man zegt: „Oké, dan loop ik vast door.” Hij noemt de naam van een ochtendkrant waar het momenteel niet zo goed mee gaat. Misschien is hij daarom zo boos. Dat hoop ik maar, want dit is niet echt de plek om je over jezelf op te gaan staan winden.

We staan in het Anne Frank Huis. En Miep Gies is dood. Een paar dagen al. Verderop staat haar portret met een condoleanceregister. Ik durf er niet in te kijken; wat er instaat is privé. Daarom loop ik door naar boven, naar het kantoor aan de Prinsengracht kant.

Hij belde mij op en zei: Miep, kom je even naar mijn kantoor?

Ga zitten, ik moet je iets belangrijks vragen.

We zijn van plan hier onder te duiken. In dit huis. Ben jij van plan ons te helpen?

Ja maar natuurlijk. Ik vond dat vanzelfsprekend.

Dat zei ze, Miep Gies, een beetje voorover gebogen aan een tafel in het kantoor waar alles besloten werd. Het filmpje komt uit 1992. Ze vertelde over 1942 en over de vader van Anne, Otto Frank, en nu, in 2010 is ze overleden.

Ik zal iets heel schandaligs bekennen. Ik kon me niet meer meteen herinneren wie Miep Gies was toen ik het nieuws hoorde.

Op de basisschool leerde ik over Anne Frank en de oorlog. Van mijn ouders moest ik het dagboek van Anne Frank lezen. En we zijn met de hele klas naar Het Achterhuis gegaan, in een bus. We moesten tekeningen maken en vragen beantwoorden. Ook over Miep Gies, dat weet ik zeker, want ergens zat die naam.

Ik schaam me extra als ik op de muur zie staan: om een toekomst op te bouwen moet je het verleden kennen. Bij de uitgang staat nog een foto met een condoleanceregister. Een vrouw wordt gefilmd door een cameraploeg terwijl ze wat schrijft. Daarna willen ze even met haar praten. Zacht zegt ze tegen haar man: „Ik weet niet wat ik moet zeggen.”

Bij zoiets valt ook niet echt veel te zeggen. Alleen: bedankt voor de hoop op helden!

Maartje Wortel