mwortel: Het dagboek van Anne Frank bleef bewaard en daarmee de hoop
Bij de kassa staat een man met een kind. „Ik wil graag één kaartje voor het kind”, zegt hij. Daarna wil hij doorlopen.
Het meisje van de kassa zegt: „Meneer, u moet ook nog betalen.” De man zucht en steunt. „Ik hoef helemaal niet te betalen”, zegt hij kwaad. Hij laat zijn perskaart zien. „Ik moet voor de zekerheid iemand bellen die hier over gaat”, zegt het meisje van de kassa. Ze heeft er rode wangen van gekregen. De man zegt: „Oké, dan loop ik vast door.” Hij noemt de naam van een ochtendkrant waar het momenteel niet zo goed mee gaat. Misschien is hij daarom zo boos. Dat hoop ik maar, want dit is niet echt de plek om je over jezelf op te gaan staan winden.
We staan in het Anne Frank Huis. En Miep Gies is dood. Een paar dagen al. Verderop staat haar portret met een condoleanceregister. Ik durf er niet in te kijken; wat er instaat is privé. Daarom loop ik door naar boven, naar het kantoor aan de Prinsengracht kant.
Hij belde mij op en zei: Miep, kom je even naar mijn kantoor?
Ga zitten, ik moet je iets belangrijks vragen.
We zijn van plan hier onder te duiken. In dit huis. Ben jij van plan ons te helpen?
Ja maar natuurlijk. Ik vond dat vanzelfsprekend.
Dat zei ze, Miep Gies, een beetje voorover gebogen aan een tafel in het kantoor waar alles besloten werd. Het filmpje komt uit 1992. Ze vertelde over 1942 en over de vader van Anne, Otto Frank, en nu, in 2010 is ze overleden.
Ik zal iets heel schandaligs bekennen. Ik kon me niet meer meteen herinneren wie Miep Gies was toen ik het nieuws hoorde.
Op de basisschool leerde ik over Anne Frank en de oorlog. Van mijn ouders moest ik het dagboek van Anne Frank lezen. En we zijn met de hele klas naar Het Achterhuis gegaan, in een bus. We moesten tekeningen maken en vragen beantwoorden. Ook over Miep Gies, dat weet ik zeker, want ergens zat die naam.
Ik schaam me extra als ik op de muur zie staan: om een toekomst op te bouwen moet je het verleden kennen. Bij de uitgang staat nog een foto met een condoleanceregister. Een vrouw wordt gefilmd door een cameraploeg terwijl ze wat schrijft. Daarna willen ze even met haar praten. Zacht zegt ze tegen haar man: „Ik weet niet wat ik moet zeggen.”
Bij zoiets valt ook niet echt veel te zeggen. Alleen: bedankt voor de hoop op helden!
Maartje Wortel



