Als het drie dagen vriest in Nederland, dan is er altijd iemand die de Elfstedentocht ter sprake brengt. Daar kun je bijna de klok op gelijk zetten. Het is een soort natuurkundige wet.
Ten tweede gaan mensen meteen helemaal los op Oudhollandse uitdrukkingen. Ze halen hun schaatsen ‘uit het vet’, ook al hadden ze er nooit vet op gesmeerd. En ze staan ‘op de ijzers’. En verder krijgen ze een verre blik in hun ogen en zeggen dingen als: „Het kraakte… Maar mooi man! Mooi!”
Ook zijn er veel mensen die gaan beweren dat het ‘waterkoud’ is. Officieel betekent dat geloof ik dat het koud is, maar dat er toch een hoge luchtvochtigheid is. Als het vriest, lijkt ‘ijskoud’ mij een meer kloppende benaming. Toch hoor je veel ‘waterkoud’. Het is een fijn woord. Misschien omdat je het zo lekker overdreven kunt zeggen: waaaaaterkoud. Alsof je er een beetje van geniet dat je vingers eraf vriezen.
Verder heeft kou in de Nederlandse taal toch vooral met negativiteit te maken. Waarschijnlijk komt dat doordat het hier eerder te koud dan te warm is. Grappig is bijvoorbeeld dat ‘de hel’ in Nederlandse schilderijen vroeger niet werd afgebeeld als een vuurzee, maar als een ijslandschap. De schilders van toen konden zich niet voorstellen dat hitte ook echt onaangenaam zou zijn, terwijl ze de kou maar al te goed kenden.
Dat zie je dus ook terug in de taal. Een koud of een kil persoon is niet iemand die je graag wilt leren kennen. Terwijl ‘een warm mens’ in principe aardig bedoeld is. (Terzijde, ‘een warm mens’ is in praktijk meestal een onuitstaanbaar persoon die je de hele tijd overlaadt met ‘hoe is het nou echt met je’ en ‘ik vind het heel mooi dat ik je hier tegenkom’.)
Het Amerikaanse woord cool is weliswaar opgenomen in de Nederlandse taal, maar ik denk niet dat we het zelf ooit hadden kunnen verzinnen. Daarvoor is het hier te koud.
paulien cornelisse



