Archief van berichten op 14 januari 2010

Als het drie dagen vriest in Nederland, dan is er altijd iemand die de Elfstedentocht ter sprake brengt. Daar kun je bijna de klok op gelijk zetten. Het is een soort natuurkundige wet.

Ten tweede gaan mensen meteen helemaal los op Oudhollandse uitdrukkingen. Ze halen hun schaatsen ‘uit het vet’, ook al hadden ze er nooit vet op gesmeerd. En ze staan ‘op de ijzers’. En verder krijgen ze een verre blik in hun ogen en zeggen dingen als: „Het kraakte… Maar mooi man! Mooi!”

Ook zijn er veel mensen die gaan beweren dat het ‘waterkoud’ is. Officieel betekent dat geloof ik dat het koud is, maar dat er toch een hoge luchtvochtigheid is. Als het vriest, lijkt ‘ijskoud’ mij een meer kloppende benaming. Toch hoor je veel ‘waterkoud’. Het is een fijn woord. Misschien omdat je het zo lekker overdreven kunt zeggen: waaaaaterkoud. Alsof je er een beetje van geniet dat je vingers eraf vriezen.

Verder heeft kou in de Nederlandse taal toch vooral met negativiteit te maken. Waarschijnlijk komt dat doordat het hier eerder te koud dan te warm is. Grappig is bijvoorbeeld dat ‘de hel’ in Nederlandse schilderijen vroeger niet werd afgebeeld als een vuurzee, maar als een ijslandschap. De schilders van toen konden zich niet voorstellen dat hitte ook echt onaangenaam zou zijn, terwijl ze de kou maar al te goed kenden.

Dat zie je dus ook terug in de taal. Een koud of een kil persoon is niet iemand die je graag wilt leren kennen. Terwijl ‘een warm mens’ in principe aardig bedoeld is. (Terzijde, ‘een warm mens’ is in praktijk meestal een onuitstaanbaar persoon die je de hele tijd overlaadt met ‘hoe is het nou echt met je’ en ‘ik vind het heel mooi dat ik je hier tegenkom’.)

Het Amerikaanse woord cool is weliswaar opgenomen in de Nederlandse taal, maar ik denk niet dat we het zelf ooit hadden kunnen verzinnen. Daarvoor is het hier te koud.

paulien cornelisse

Hoera! Er is weer een boek uitverkoren om gratis uitgedeeld te worden in openbare bibliotheken. De opvolger van Mulisch’ Twee vrouwen en Haasses Oeroeg is bekend. ‘Nederland Leest’ heet de campagne, die ik een warm hart toedraag. Er spreekt immers de nobele hoop uit om een zo breed mogelijk publiek aan het lezen te krijgen. En al die lezers gaan dan ook nog eens met elkaar in discussie over het maatschappelijk relevante onderwerp van het boek.

Welk boek moet je kiezen? Laten we in elk geval de twee doelstellingen trouw blijven. Voor dat ‘brede publiek’ heb je een boek nodig dat bij een jong publiek in de smaak valt, liefst een mannelijk jong publiek. Want uit onderzoeken blijkt dat nu alleen nog maar hoogopgeleide vrouwen van boven de vijftig literatuur lezen. Ons boek moet dus van een jonge schrijver zijn.

Dan het tweede criterium: er moet maatschappelijk debat over mogelijk zijn. Daarmee kan het boek over bijna alles gaan, behalve over thema’s als ouderdom, ziekte en eenzaamheid. Want daar kun je niet over discussiëren, daar kun je alleen gelaten om knikken, en mompelen: ach ja, het is me toch wat. Het moet dus over eigentijdse kwesties gaan die leven onder jongeren.

De strategen achter ‘Nederland Leest’ kiezen dan ook voor (tromgeroffel): De grote zaal van Jacoba van Velde.

Wíe zeg je? Wíe?

Nee, mij zegt die naam ook niets. Ik heb jarenlang moderne letterkunde gestudeerd zonder ook maar één zin van Jacoba van Velde (1903-1985) onder ogen te hebben gekregen. Ze heeft niet eens een Wikipedia-lemma. Terwijl ze toch een heus oeuvre naliet. Twee romans, tien verhalen, samen goed voor 234 pagina’s.

Welk breed publiek zal hier warm voor lopen? Alleen die hoogopgeleide dames en juffrouwen die toch al lezen.

En die gaan discussiëren over: een oude vrouw die in een verpleeghuis worstelt met ouderdom en eenzaamheid.

Nee, De grote zaal zal geen volle zalen trekken.

Het zal vast een meesterwerk zijn, maar voor het doel van deze campagne wel in ieder opzicht het verkeerde meesterwerk.

Christiaan Weijts

De laatste keer dat ik in Artis was, is niet zo lang geleden. In de zomer nog. Het was uitzonderlijk warm, mensen werden ontslagen wegens overmatig zweetgedrag, er stonden dagelijks files richting de kust. Werkelijk bloedheet was het, te warm om naar de dieren te kijken eigenlijk.

Ik ging ook niet voor de dieren. Er was een concert; om de zomer door te komen. En toen was het ineens (geheel onverwacht) winter. Nu. En een winter is het. Een winter is het.

Ik ken niet alle mensen in Nederland ofzo, dus daar kan ik eigenlijk ook niet echt over oordelen, maar iedereen heeft wel wat gezegd over het weer. Ook Balkenende en Rob Trip en mensen op straat ,aan de telefoon, op Facebook en monarchisten via de ingezonden brief.

lees verder