Archief van berichten op 18 januari 2010

Volgens cynici is het mogelijk vertrek van Google uit China niet het gevolg van Chinese censuur, maar een slimme manier van het bedrijf om met veel bombarie uit de Chinese markt te stappen. Immers zijn marktaandeel is slinkende, en erger nog, Google heeft eerder volmondig ingestemd met censuur. Die kapitale fout wil het nu op heroïsche wijze rechtzetten.

Maar wat het opmerkelijke Google nieuws vooral vertelt – zelden in de afgelopen jaren heeft een groot bedrijf uit het Westen zó stelling genomen tegen het Chinese bewind – is hoe moeilijk het is en blijft om zaken te doen in China. En de vraag die het voortschrijdend inzicht van het Amerikaanse internetbedrijf met name oproept, is of de baten van zaken doen in China wel opwegen tegen de kosten.

De ervaringen van Google zijn niet anders dan die van de meeste buitenlandse bedrijven in China. Ondernemen Chinese Stijl betekent concessies doen. De meesten zijn daar gaarne toe bereid, omdat de verlokkingen van de markt groter zijn dan waar ter wereld ook. Zo zijn vrijwel alle buitenlandse automerken in de uitverkoop gegaan in China en hebben ze al hun technologische kennis cadeau gegeven aan hun Chinese partners. Dat hebben ze gedaan met de wetenschap dat die gratis kennis onherroepelijk zou worden gebruikt.

En ondanks het feit dat dat ook is gebeurd – Chinese merken nemen het langzaam van hun buitenlandse concurrenten over – geeft de buitenlandse auto-industrie volmondig toe dat het de investering meer dan waard is – zo lang als het duurt.

Google nu, heeft ontdekt dat de kip met de gouden eieren niet meer legt. De Chinese concurrenten, die allen van Google hebben geprofiteerd, zijn inmiddels zo groot geworden dat China Google niet meer nodig heeft.

En die mensen die geloven dat het China duur te staan zal komen omdat het vrije woord uiteindelijk altijd zal winnen van de censuur zullen van een koude kermis thuis komen.

China komt er mee weg en creëert zo een nieuwe internationale norm. Bedrijven als Google hebben daar enkel een handje bij geholpen.

Wat mij betreft begint vandaag het nieuwe jaar.

M’n laatste bijdrage verscheen hier op 28 december 2009, en nog diezelfde dag werd ik door een ervaren brandweerteam het huis uitgetakeld naar een gereedstaande ambulance, die me voorzichtig naar het ziekenhuis hobbelde.

‘Ik kan het hebben’, rekende ik mezelf op de brancard nog optimistisch voor. Dit zou me één snipperdag kosten, want m’n volgende columnbeurt was op vrijdag en dat was Nieuwjaarsdag (dus die zondag met Strauss) en daarna hoefde ik pas weer op maandag de vierde. Slechts één weekje reces! Langer diende een normaal mens ook niet ziek te blijven.

lees verder

Bij een of andere etalage van een cd-winkel stond ik naar binnen te kijken. Op de stoep stonden ook twee toeristen. Een man die op een jongen leek en een meisje dat gewoon echt een meisje was. Ik vroeg me af hoe lang ze elkaar al kenden en wat ze dan van elkaar waren. Een seconde later maakte me dat al niet meer uit, ik ken die mensen niet dus ze moeten het zelf maar weten wat ze doen en waar.

„You heard what happenend to Haiti?” hoorde ik de man zeggen. Hij sprak Haïti wel een beetje gek uit, als een soort haaitie, alsof hij het over een vrouw had. „Haiti?” vroeg het meisje. „I don’t know a Haiti.”

lees verder