Archief van berichten op 21 januari 2010

Wat mij opvalt. Is dat jonge meisjes. Van zeg maar zestien. Soms. Ineens. Middenin een zin. Een punt zetten.

En. Dan. Zeg maar. Best wel. Kordaat overkomen. Ineens.

Raar.

Laatst was ik in een restaurant in Wassenaar, waar mensen van zestien op eigen gelegenheid sushi aan het eten waren – op zich al bijzonder om te observeren.

Maar qua taal was het helemaal interessant, want het was één groot festijn van punten midden in de zin. „Nee. Mijn oma is wel chill. Maar. Ze is gewoon wel oud. Zeg maar. Echt iets van. Tachtig. Ofzo.”

„Jezus. Heb je nog nooit sushi gegeten ofzo. Echt. Niet normaal. Hoe jij die stokjes vasthoudt.”

Ik denk dat het een reactie is op de trend die óók onder zeventienjarige meisjes heerst, en dat is de vraagtekenhype. In de vraagtekenhype wordt elke zin met een vraagteken afgesloten? Ook als het geen vraag is? „Hoi, ik ben Anne? Ik wil later psychologie studeren?”

Of zou deze hype alweer een beetje voorbij zijn? Zeg maar, best wel jaren negentig? Eigenlijk?

Ooit hielden meisjes van zeventien juist heel erg van vraagtekens! Omdat alles onwijs gaaf was of juist zwaar klote! Bijvoorbeeld in de jaren tachtig! Met fluorescerend-roze beenwarmers! Gaaf! Of dat je ouders helemaal niet begrepen wat er gaaf was aan punk! Klote!

Het decennium dáárvoor stond wat betreft de meisjes dan weer in het teken van de vele puntjes… Lekker je dagboek mee volmijmeren… En ook in je spraak laten terugkomen… Omdat iedereen z’n eigen werkelijkheid had…

Natuurlijk, er waren in de jaren zeventig ook al veel uitroeptekenmeisjes! Maar het gaat hier om gemiddelden… En ik heb er trouwens ook geen onderzoek naar gedaan… het is meer een gevoel… Van binnen…

Eerst puntjes, toen uitroeptekens, daarna vraagtekens – nu hebben de meisjes eindelijk een punt gezet. In dat licht bezien is het nog niet zo’n slechte ontwikkeling.

paulien cornelisse

„Nederland is vastgelopen in de hang naar consensus”, zei premier Balkenende dinsdag op een bijeenkomst van Bouwend Nederland. Die diagnose is juist. Een reepje snelweg van zeven kilometer ketst af op natuurbeschermers. Visioenen van een duurzame Rotterdamse stadshaven slaan stuk op regelgeving. Wie iets wil bouwen moet een procedure van vele jaren volgen. Daarna volgt er standaard een flink aantal jaren vertraging.

„Te gek voor woorden”, volgens Balkenende. Zijn klaagzang is in elk opzicht ironisch.

De enige die iets aan het regelmoeras kan veranderen is immers Balkenendes eigen kabinet. Maar wat deed dit? Wat het altijd doet: een commissie installeren (‘Elverding’, in 2007), die een jaar later concludeerde dat ‘de besluitvorming rond infrastructurele projecten kan worden ingekort tot de helft van de tijd’.

Wat gebeurde er met die conclusies? Wat er altijd mee gebeurt: ze zijn in een ‘traject’ geslingerd dat een ‘vertaalslag’ naar ‘beleidslijnen’ maakt, met ‘adviesrapportages’, een doortimmerd ‘actieplan’, een ‘conceptevaluatie’…

We zijn nu twaalf kilo papier, eenendertig powerpointpresentaties, achtenvijftig liter automaatkoffie en drie jaar salaris voor 24 fte verder, en Jan Peter Balkenende roept dat het te gek voor woorden is dat we vastgelopen zijn in de hang naar consensus.

Krap een week eerder is zijn hachje nog gered met een consensustruc waar een Chinese bordjesjongleur jaloers op zou zijn.

Niet alleen de bouwwereld, ook het kabinet is vastgelopen in de hang naar consensus. Bij elke kwestie van enig belang – de AOW-leeftijd, de JSF, Afghanistan, Irak – blijft de besluitvorming ondergeschikt aan het bijeenhouden van de coalitie. Elke kwestie van belang komt in het crisistraject van torentjesoverleg, waarna er een gedrocht van een compromis uitrolt, én de toezegging dat de besluitvorming is uitgesteld. Tot na de ambtsperiode.

Nu bij Bouwend Nederland roepen dat de consensuscultuur „te gek voor woorden” is, is niet alleen goedkoop verkiezingstijdpopulisme, het is ook wijzen naar de splinter in het oog van de bouwwereld en blind zijn voor de eigen balk.

Christiaan Weijts

Soms, ook al is het geen vakantie, ben ik op zoek naar een vakantiegevoel. Zoekende mensen schieten over het algemeen niet erg veel op. Ik ken ook heel veel mensen die de liefde van hun leven aan het zoeken zijn en die vinden ze natuurlijk niet want de liefde van je leven bestaat niet.

Goedemorgen trouwens.

De liefde van je leven bestaat heus wel, die ga ik echt niet van je afpakken nu, op een doordeweekse dag bij het ontbijt (wel eten hè?), maar laten we een compromis sluiten; de liefde van een gedeelte van je leven dan. Ga daar maar eens naar op zoek, die vind je misschien wel, al is het voor een avond.

lees verder