Archief van berichten op 28 januari 2010

In veel Nederlandse huishoudens schijnt de vrouw regelmatig te zeggen: „Lieverd. Wil jij voor mij de vuilniszakken even buiten zetten?” En dan doet de man dat.

Het gaat me om dat ‘voor mij’. Want worden hier de vuilniszakken eigenlijk wel voor mevrouw buiten gezet? Volgens mij niet. Het vuilniszakken buitenzetten gebeurt net zo goed voor mijnheer zelf, en het ‘voor mij’ had dus achterwege gelaten kunnen worden.

‘Voor mij’ vertelt meestal iets over degene die de baas is. Als op kantoor iemand zegt: „Janneke, zou jij voor mij even de notulen willen kopiëren”, dan is het bijna zeker dat Janneke de ondergeschikte is. Als er een ‘voor mij’-verzoek tussen mensen met gelijke functie gedaan wordt, dan moet er namelijk altijd een verzachtende omstandigheid bijgenoemd worden. Bijvoorbeeld: „Ga je naar de koffiehoek? Zou je dan voor mij ook koffie willen meenemen? Héél erg bedankt.”

Als een vrouw aan haar man vraagt: „Wil jij voor mij de vuilniszakken buiten zetten”, dan zegt ze dus eigenlijk: „Wat betreft de verdeling van de huishoudelijke taken ben ik de baas.”

‘Voor jou’ is een stuk minder beladen met hiërarchie. Wel weer met iets anders, ook heel raars. Onlangs ontdekt, op een voorgeproduceerde stationsboterham in een driehoekverpakking: „Speciaal voor jou belegd met verse ingrediënten!” Deze tekst was in een zogenaamd handgeschreven lettertype geplaatst, alsof een of andere ambachtelijke boterhammengoeroe dat er inderdaad nog even speciaal voor mij opgeschreven had.

Dit moet persoonlijk overkomen, je moet er een warm wollig gevoel van krijgen, maar het is zo duidelijk juist heel onpersoonlijk, dat het omgekeerde gebeurt. Je ziet zo’n tekst, en denkt: „Jaja. Stelletje huichelaars. Dan zullen die ingrediënten ook wel niet vers zijn. Tsss.” Wat volgens mij veel beter zou werken is als je er met een gewone letter op zou drukken: „Boterham. Verse ingrediënten. Vandaag verpakt.” Of iets dergelijks.

Maar ja, er zullen wel weer marketingdeskundigen zijn die hebben uitgezocht dat we óndanks irritatie over dat nep-persoonlijke, toch liever de ‘handgeschreven’ verpakking willen waarin een boterham zit die speciaal voor ons schijnt te zijn.

Nou, voor mij hoeft het allemaal niet.

Paulien Cornelisse

Arend Jan Boekestijn mag dan het Binnenhof verlaten hebben, het ‘Boekestijntje’ klinkt er sindsdien nog wekelijks. Gisteren was het weer minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) die zich van die retorische figuur bediende. Tegenover Het Parool liet ze zich ontvallen dat ze nog altijd van mening is dat het Westen met de Talibaan moet praten.

Het Boekestijntje kun je definiëren als een ondoordachte uiting in de media, die deze vervolgens opblazen tot monsterlijke proporties. Bij het zien van de eindeloos herhaalde uitspraak, denk je: hoe kun je zó stom zijn!

Hoe kan Guusje ter Horst zó stom zijn? Ze weet toch dat Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) hierin het standpunt van de VN huldigt dat we niet onderhandelen met die bombaardmannen. Hoe kan ze zó dom zijn? Ze had in 2007 precies dezelfde aanvaring met Verhagen en moest toen haar woorden terugnemen. En ze wéét toch dat de oppositie bloed ruikt en in elke twist tussen PvdA- en CDA-regeringsleden de kiem van een kabinetscrisis ziet.

Kon je bij de naamgever van het Boekestijntje nog aannemen dat het ongelukjes waren door een wat narcistisch-naïeve houding tegenover camera’s (hoera, ik kom op tv!), een minister als Ter Horst moet toch op mediatraining geleerd hebben dat in elke verslaggever een hyena schuilt die bij één verkeerd woord je ingewanden aan flarden rukt.

Waarschijnlijk ging het zo: de hyena vroeg haar hoe ze dacht over de VN-gezant die vond dat Talibaanleiders van de VN-terroristenlijst konden worden geschrapt, en Guusje ter Horst gaf aan zich grosso modo wel in die filosofische lijn te kunnen vinden.

Dan nog: het was een geschreven interview, dat ze vooraf kon accorderen, samen met haar voorlichters – de pitbulls die de hyena’s op afstand moeten houden.

Hoelang denkt het kabinet ons nog wijs te kunnen maken met één mond te spreken, als het publiek allang hoort dat het unisono gebroken is in tweestemmigheid, afgewisseld met duetten (Verhagen tegen Ter Horst: ‘Ieder zijn eigen toko!’) Op de achtergrond huilen de hyena’s en blaffen de pitbulls.

Christiaan Weijts

In Rotterdam gebeurt het! Rotterdam, de stad van de Euromast, Ted Langenbach, Architectuur, Erasmus, Conny Janssen Danst, (wijlen) Pim Fortuyn, TENT (O, daar is het echt altijd zo fijn), Ahmed Aboutaleb, Boijmans van Beuningen, Zomercarnaval, Rien Vroegindeweij en Jan Oudenaarden (die zijn héél grappig!) Rotterdam is ook de stad waar de metrolijn wél gelukt is, de stad van Jules Deelder, oudejaarsavond, de Koopgoot, NRC Handelsblad, Geen Daden Maar Woorden festival, Watt, Tikibar, en ga zo maar door.

lees verder