Archief van berichten op 3 februari 2010

De studiebeurs: links of rechts, groen of christelijk, niemand weet meer of ze voor of tegen moeten zijn. Want maakt die studiebeurs de universiteit nou juist toegankelijk voor de armen, of subsidieer je er gewoon de rijken mee?

Bos vindt dat laatste. In 2006 deed hij de historische uitspraak: „Het is perverse solidariteit dat de slager meebetaalt aan de opleiding van de notaris.”

Het is makkelijk schieten op die zin. Sinds wanneer is het meebetalen van de slager perverse solidariteit? Nederlandse slagers behoren niet bepaald tot de laagste inkomensklassen van Nederland. En trouwens, aan wie verdient die slager zijn geld eigenlijk? Laagverdieners gaan gewoon naar de Digros voor de kiloknallers.

Rond de studiebeurs hangt de sfeer van jaloezie, van ‘gratis geld voor de rijken’. GroenLinks-Kamerlid Dibi speelde daar graag op in. In november stelde hij voor dat iedereen die na zijn studie een bovenmodaal inkomen heeft, zijn leven lang 1 procent meer belasting moeten inleveren om die studie terug te betalen.

Meneer Dibi lijdt daarmee overduidelijk aan een ernstig gebrek van realiteitszin. Gelooft hij nu echt dat de armere Nederlander zich blauw betaalt aan belasting voor de studies van de rijkere Nederlander? Tijdens de laatste Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer rekende Staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) het voor ons uit: de 10 procent Nederlanders die het minst verdienen brengen 0 procent op van de totale inkomstenbelasting. De volgende 10 procent betaalt ook 0 procent mee. Hetzelfde geldt voor de derde groep. De vierde en de vijfde groep dragen allebei 1 procent bij aan de inkomstenbelasting. De toptien procent brengt 72 procent op. De rest wordt opgehoest door de andere bovenmodalers.

Ergo: De laagverdiener draagt niets bij. Zijn AOW, zijn WAO, zijn kinderbijslag, bijna alles wat hij krijgt wordt betaald door de rijken. De bovenmodaal verdienende Nederlander betaalt dus allang voor zijn eigen studie. En dat niet alleen, hij betaalt ook voor al het andere onderwijs van alle Nederlanders. En nu zou hij nog 1 procent extra moeten bijdragen? Over perverse solidariteit gesproken.

Rosanne Hertzberger

Hertalers verdienen in beginsel ons diepste wantrouwen. Omdat zij het Nederlands van P.C. Hooft, Justus van Effen, E.J. Potgieter en Lodewijk van Deyssel niet meer begrijpen, en aannemen dat u en ik het dan zeker niet meer begrijpen, zien ze het als hun sociaal-culturele taak om Hooft, Van Effen, Potgieter en Van Deyssel voor onze generatie weer toegankelijk te maken, door de moeilijke passages in het verouderd proza te schrappen, of – zoals Van Dale het uitdrukt, ‘te fraseren in eenvoudiger bewoordingen’.

lees verder

Hee, jij! Ja, ik heb het tegen jou. Heb je lekker geslapen? En mooi gedroomd? Waar droomde je dan over? Of ben je zo iemand die zijn dromen vergeet?

Ik bedacht me, vanmorgen toen ik wakker werd, dat ik je helemaal niet ken. Werd je wakker naast iemand? Of ben je alleen? Als je wakker werd naast iemand; heb je naar diegene gekeken, hoe de dag samen begon?

Het is niet leuk voor je dat, wanneer je alleen wakker werd, ik me nu volledig ga richten op degene die wakker werden naast iemand. Slechts één vraag rest er voor hen; vinden jullie elkaar nog leuk en mooi en interessant en aantrekkelijk? (dat zijn eigenlijk vier vragen in één, maar volgens mij is het antwoord op die vragen een domino-effect.)

lees verder