Maartje Wortel:
Liefdesbrief aan een onbekende
Hee, jij! Ja, ik heb het tegen jou. Heb je lekker geslapen? En mooi gedroomd? Waar droomde je dan over? Of ben je zo iemand die zijn dromen vergeet?
Ik bedacht me, vanmorgen toen ik wakker werd, dat ik je helemaal niet ken. Werd je wakker naast iemand? Of ben je alleen? Als je wakker werd naast iemand; heb je naar diegene gekeken, hoe de dag samen begon?
Het is niet leuk voor je dat, wanneer je alleen wakker werd, ik me nu volledig ga richten op degene die wakker werden naast iemand. Slechts één vraag rest er voor hen; vinden jullie elkaar nog leuk en mooi en interessant en aantrekkelijk? (dat zijn eigenlijk vier vragen in één, maar volgens mij is het antwoord op die vragen een domino-effect.)
Ik hoop het.
Gewenning is een ziekte, een tumor van verveling. Het schijnt zo te zijn dat baby’s zich, tot acht maanden, nog over van alles verwonderen. Heb je wel eens gezien hoe een baby zijn eigen hand bekijkt? Het is maar goed dat we dat afleren, want je zou er doodmoe van worden, maar kijk je zo nog wel eens op die manier naar íemand? Zoals je in je eerste levensjaar naar je eigen hand keek? Daar kan je je natuurlijk geen zak van herinneren. Met een beetje geluk is er een foto van, dat is het dan.
Waarom ben je met iemand? Toch niet gewoon, omdat er dan iemand is om van te houden? Waarom ben je met niemand? Vind je jezelf daar te leuk voor? Of te stom? Heb je alles gedaan en gezegd wat je wilde? En zo niet; waarom wacht je? Waar wacht je op?
De kunstenares Tacita Dean zat in het vliegtuig. Ze keek naar buiten, naar de wolken, de lucht. Ze dacht (vrij vertaald); „Als ik zakjes vul met lucht dan is het tastbaar, maar wanneer je naar de lucht grijpt, grijp je naar niets.”
Geloof je niet in dingen die je niet ziet? Wat probeer je vast te houden? Wat probeer je niet te verliezen?
Kijk je wel eens naar iets of iemand, een theaterstuk of een film of een jurk, een kop koffie, een dier, een boom, lees je wel eens een boek en dat dan de tranen over je wangen rollen? Dat het je echt raakt? Schrik je daar dan van? Of laat je het gewoon gebeuren?
De antwoorden zal ik waarschijnlijk nooit van je krijgen. Het is net als met de lucht; ik hoef geen bewijs; zolang ik weet dat jij bestaat!