mwortel: Blue Band in het blauwe uur
We hadden net een sigaret gerookt omdat iemand ons er eentje aanbood en ook omdat de lucht zo mooi blauw was.
We zaten in een bushokje, niet speciaal te wachten op iets. Terwijl ik rookte durfde ik niet naar de jongen met wie ik was te kijken; ik wist zeker dat ik er belachelijk uit zag. Soms, als ik heel dronken ben, rook ik (dankzij films en reclames) ook een sigaret. Het enige wat ik daarover te zeggen heb, is dat ik er mensen mee aan het lachen maak ten koste van mezelf. Dat zit in de familie.
Tot mijn grote opluchting komt aan alles een einde, zo ook aan het roken van de sigaret, wat een deel van mijn belachelijkheid zou opheffen.
We stonden op, bijna tegelijk. Synchroon opstaan is een van de mooiste dingen om te doen. Helemaal als het koud is. Helemaal als de lucht zo mooi blauw is. Helemaal als je weet dat er dingen zijn die de symbiose wreed kunnen verstoren. Zoals een toeterende auto, of de reclame op straat.
In het bushokje hing een poster: Met je neus in de (afbeelding van een knijpfles Blue Band roombotersmaak) vallen.
Ik dacht aan vroeger, wat in mijn geval nog niet eens zo heel lang geleden is, maar vroeger blijft vroeger. Vroeger blijft een tijd die voorbij is, daar wijzen posters in bushokjes je soms op.
„Wat voor types zouden die reclame bedacht hebben? En wie zal die rommel kopen?”, vroeg ik hardop, terwijl ik dacht: mijn eigen moeder staat hem vandaag nog te knijpen boven haar pan met hamburgers, de roombotersmaak.
Op één of andere manier had ik me niet prettig meer gevoeld in het bushokje. Het zou ook kunnen komen door het feit dat we op niets aan het wachten waren; er moet beweging zijn, een richting die aan je trekt.
We liepen verder, namen onze eigen lichamen mee een volstrekt willekeurige kant op, al liepen we nu minder zelfverzekerd. Alles was ineens zo smakeloos, roombotersmaak of niet. Net als sommige hele slechte liedjes, zijn bepaalde hele slechte reclames niet uit je hoofd te krijgen. Je begint er zelfs soms je dag mee.
Ken je die reclame van Schimpie nog? Dat was een teennagelschimmel die in de reclame een teennagel omhoog trok alsof hij een deur opende en op bezoek kwam (onder je nagel) met zijn vriendjes. (Een heel sociaal type, die Schimpie.) Applaus voor de mensen die deze reclames bedacht hebben; het toont de werkelijkheid (!?), en die krijg je nou eenmaal moeilijk uit je hoofd.



