Archief van berichten op 8 februari 2010

Soms lijkt het erop alsof we telkens dezelfde dingen moeten ontdekken. Nieuwe gezichten zijn geen garantie voor nieuwe koersen. Er moeten eerst ervaringen worden gedaan die anderen al hebben ondergaan, om tenslotte dezelfde conclusies te trekken. Pas dan liggen er kansen voor iets nieuws. In de politiek is het dan meestal al te laat.

Het Amerikaanse China-beleid is daar een goed voorbeeld van. De ‘nieuwe’ koers van Obama, die was gericht op de dialoog, was bepaald niet nieuw. Het is een koers die al sinds halverwege de jaren negentig door een goeddeel van de wereld wordt gebezigd, om telkens te ontdekken dat het weinig oplevert. Zo onderhandelt de Europese Unie al jaren achter gesloten deuren over mensenrechtenkwesties met China, zonder resultaat.

Daar is Washington inmiddels ook achter. Het heeft een jaar geduurd. China laat niet met zich onderhandelen, dat heeft het nooit gedaan. Vandaar de (niet zo) nieuwe koers van Obama – die van de confrontatie. En zo is het weer tijd voor Tibet en Taiwan. China wordt weer even benaderd als de dictatuur die het is.

Tegenstrijdige signalen waar autoritaire regimes meestal maar één antwoord op hebben: voet bij stuk houden.

Het is de zwakte van de democratische vingerwijzing die, net als bij de opvoeding, vrij wil laten binnen zekere grenzen. Maar het werkt niet bij iedereen. In de beleving van het autoritaire regime bewijst de zigzaggende democratie dat zij onbetrouwbaar is. Er is geen autocraat die het principe van vrijlaten binnen grenzen begrijpt. Hij gedijt alleen bij grenzen.

En zo zullen de autoritaire machthebbers de signalen van toenadering ook niet begrijpen. Dialoog is in China niet meer dan een westers begrip voor uitstel.

Inderdaad, net al bij het kind dat nooit luistert, zijn grenzen soms het enige middel. Niet dat het Westen als een ouder de wereld de les dient te lezen, maar consequent zijn is voorlopig de enige taal die China verstaat. De westerse democratie zal daar wel wat voor moeten doen – én laten.

En dat is lastig. Ouders kunnen daar over meepraten.

Floris-Jan van Luyn

Casus.

Supporters van de voetbalvereniging AZ hebben in oktober 2009 gedurende een wedstrijd met Ajax de Amsterdamse middenvelder Demy de Zeeuw uitgescholden voor kankerjood. De joodkant van het scheldwoord werd van meet af aan buiten beschouwing gelaten. In Het Parool stond destijds: ‘De Zeeuw werd uitgescholden voor kankerjood, terwijl zijn moeder kanker heeft’, en dat heb ik uitgeknipt omdat ik het zo’n memorabel zinnetje vond. Het ging dus puur om de kanker. De club veroordeelde de uitschelders tot een stadionverbod van negen maanden, maar was bereid de straf voorwaardelijk te maken als de overtreders een gesprek wilden voeren met kankerpatiënten. Dat experiment was bedacht in samenspraak met het Koningin Wilhelmina Fonds.

lees verder

Het zou heel makkelijk zijn om te zeggen: taxi’s rijden veel te hard en onbeschoft. Dat zou ik heel makkelijk hebben kunnen doen, maar dat doe ik niet. Alle keren dat ik in een taxi zat was dat namelijk bij hele aardige mannen en vrouwen, die konden praten en bellen en roken en lachen en wijzen en met de muziek meezingen en rijden tegelijkertijd. (Mannelijke taxichauffeurs zouden de cijfers van het multitasken in gevaar kunnen brengen.)

In een taxi zitten maakt gelukkig; dat een vreemde je door de stad rijdt, het liefst ’s nachts, wanneer het asfalt zacht lijkt in het zwakke licht; als iets waar je op in slaap zou kunnen vallen. Een taxi. Je stapt in, slaat de deur dicht, begint te rijden, ziet een stad of een landschap aan je voorbij glijden en stapt weer uit. Een stukje van je weg is met een vreemde gedeeld. Mooi is dat.

lees verder