mwortel: Taxidiscriminatie
Het zou heel makkelijk zijn om te zeggen: taxi’s rijden veel te hard en onbeschoft. Dat zou ik heel makkelijk hebben kunnen doen, maar dat doe ik niet. Alle keren dat ik in een taxi zat was dat namelijk bij hele aardige mannen en vrouwen, die konden praten en bellen en roken en lachen en wijzen en met de muziek meezingen en rijden tegelijkertijd. (Mannelijke taxichauffeurs zouden de cijfers van het multitasken in gevaar kunnen brengen.)
In een taxi zitten maakt gelukkig; dat een vreemde je door de stad rijdt, het liefst ’s nachts, wanneer het asfalt zacht lijkt in het zwakke licht; als iets waar je op in slaap zou kunnen vallen. Een taxi. Je stapt in, slaat de deur dicht, begint te rijden, ziet een stad of een landschap aan je voorbij glijden en stapt weer uit. Een stukje van je weg is met een vreemde gedeeld. Mooi is dat.
Maar toch. Het zijn levensgevaarlijke dingen toch, die taxi’s?Als kind wordt je gewaarschuwd voor mannen die je snoepjes aanbieden (waar komt dat in godsnaam vandaan? Ik ken niemand, maar dan ook echt niemand die ooit een snoepje heeft aangeboden gekregen van een man. Zelfs van hun eigen man niet.) en voor het verkeer. “Pas je op voor het verkeer?” Alles is verkeer, weet je. Richt je tot een beperkte groep. Er wordt ook niet tegen je gezegd: “Pas je op voor mannen?”– of je moeder moet een feminist zijn. Beperking werkt (zonder uitzondering) het best. “Pas je op voor Toyota’s en taxi’s?” Als dat vragen oproept bij de gewaarschuwde dan moet je dat maar gewoon negeren. Je kan moeilijk zeggen: “Omdat ze met een belachelijke rotvaart de omgeving onveilig maken”. Want zo’n zinnetje trekt hè? Zo’n zinnetje trekt.
Dit weekend is er in Amsterdam een jongen van zeventien doodgereden. Door een taxi. Dat is natuurlijk verschrikkelijk en hartverscheurend, dat staat buiten kijf, maar waarom staat er overal dat het een taxi was? Dat is discriminatie. Hoe zou jij wakker worden als je net iemand dood hebt gereden? Schuldig (understatement).
Schuldig voelen ze zich ook bij Toyota, nu er auto’s op de markt zijn waarvan de rem het niet doet; we zijn niet te stoppen. Meneer Eiji Toyada heeft zijn excuses aangeboden. Acht miljoen voertuigen worden wereldwijd teruggehaald, dat zijn alle auto’s van Nederland. Allemaal. Hypothetisch gezien. Stel je eens voor dat zoiets werkelijkheid zou zijn: Nederland, autoloos. Op wat voor plek ben je dan aangekomen? Eentje waarbij je alleen nog maar gewaarschuwd wordt voor mannen die je snoepjes aanbieden, terwijl er zoveel meer is.



