Bij het radioprogramma Vroege Vogels ging het over de Hondsbossche Zeewering. Er werd gezegd: „Wie denkt dat het daar een saaie boel is, die heeft het mis.”
Deze uitspraak is bijzonder, omdat ze ervoor zorgt dat je precies het omgekeerde denkt van wat de bedoeling was. Stel dat je de Hondsbossche Zeewering zelf heel saai vindt. Dan denk je bij zo’n zin: „Dat maak ik zélf wel uit! Ik vind het daar nu eenmaal saai, punt uit.” Als je de Hondsbossche Zeewering daarentegen niet saai vindt, dan denk je: „Natúúrlijk is het daar niet saai! Waarom wordt dat gerucht zo hardnekkig in stand gehouden!” En als je, zoals ondergetekende, nog nooit over de Hondsbossche Zeewering hebt nagedacht, laat staan over het al dan niet saai-zijn ervan, dan denk je: „Ik heb geen idee waarover het hier gaat, maar een ding is zeker: het is daar saai.”
Dat is altijd zo bij uitspraken van het type ‘wie denkt dat… die heeft het mis’. Het heeft misschien te maken met het feit dat om deze uitspraak het aura van ‘jongerenwerker’ hangt. Jongerenwerkers hebben als taak om stomme dingen toch leuk te laten lijken voor kansarme randgroepjongeren aan de zelfkant van de maatschappij. Een wervende brochuretekst kan bijvoorbeeld luiden: ‘Wie denkt dat korfbal alleen leuk is voor bejaarden, die heeft het mis! Gemengd sporten is júíst heel vet!’ Als je dat als kansarme jongere leest, weet je natuurlijk niet hoe snel je een bushokje moet gaan vernielen.
De vraag is hoe je zoiets dan wel moet zeggen. Ontkennen dat iets saai is of stom, heeft al snel iets verdachts (rummikub? Nee, helemaaaaal niet saai!).
Waarschijnlijk is het het verstandigst om gewoon niet te benoemen of iets saai is of niet. Dus meteen zeggen: „Er wonen ongelooflijk veel soorten vogels bij de Hondsbossche Zeewering.” Dan kunnen de luisteraars zelf bepalen of dat saai is.
paulien cornelisse



