Archief van berichten op 11 februari 2010

Bij het radioprogramma Vroege Vogels ging het over de Hondsbossche Zeewering. Er werd gezegd: „Wie denkt dat het daar een saaie boel is, die heeft het mis.”

Deze uitspraak is bijzonder, omdat ze ervoor zorgt dat je precies het omgekeerde denkt van wat de bedoeling was. Stel dat je de Hondsbossche Zeewering zelf heel saai vindt. Dan denk je bij zo’n zin: „Dat maak ik zélf wel uit! Ik vind het daar nu eenmaal saai, punt uit.” Als je de Hondsbossche Zeewering daarentegen niet saai vindt, dan denk je: „Natúúrlijk is het daar niet saai! Waarom wordt dat gerucht zo hardnekkig in stand gehouden!” En als je, zoals ondergetekende, nog nooit over de Hondsbossche Zeewering hebt nagedacht, laat staan over het al dan niet saai-zijn ervan, dan denk je: „Ik heb geen idee waarover het hier gaat, maar een ding is zeker: het is daar saai.”

Dat is altijd zo bij uitspraken van het type ‘wie denkt dat… die heeft het mis’. Het heeft misschien te maken met het feit dat om deze uitspraak het aura van ‘jongerenwerker’ hangt. Jongerenwerkers hebben als taak om stomme dingen toch leuk te laten lijken voor kansarme randgroepjongeren aan de zelfkant van de maatschappij. Een wervende brochuretekst kan bijvoorbeeld luiden: ‘Wie denkt dat korfbal alleen leuk is voor bejaarden, die heeft het mis! Gemengd sporten is júíst heel vet!’ Als je dat als kansarme jongere leest, weet je natuurlijk niet hoe snel je een bushokje moet gaan vernielen.

De vraag is hoe je zoiets dan wel moet zeggen. Ontkennen dat iets saai is of stom, heeft al snel iets verdachts (rummikub? Nee, helemaaaaal niet saai!).

Waarschijnlijk is het het verstandigst om gewoon niet te benoemen of iets saai is of niet. Dus meteen zeggen: „Er wonen ongelooflijk veel soorten vogels bij de Hondsbossche Zeewering.” Dan kunnen de luisteraars zelf bepalen of dat saai is.

paulien cornelisse

Het zijn lijkenstapels die we ons onmogelijk voor kunnen stellen: 1,2 miljoen Iraakse doden, vierduizend Amerikaanse doden. Wat betekent onze steun aan de Irakoorlog? Dat we hier medeplichtig aan zijn? Of is zo’n steunbetuiging een puur symbolische, onschuldige daad?

Zulke vragen had ik graag door de regering beantwoord gezien. Ook voor mijn eigen zieleheil, want of ik het wil of niet: die steun is ook namens mij gegeven.

J.M. Coetzee schrijft over de Irakoorlog in Dagboek van een slecht jaar (2007): ‘Gewetensvolle Amerikanen maar ook individuele westerlingen [moeten] manieren bedenken om hun eer te redden (…) niet met vuile handen voor de rechtbank van de geschiedenis te hoeven verschijnen.’

De poging van het kabinet om de eigen eer te redden bleek louter talig van aard te zijn. Wekenlang is er onderhandeld, om uiteindelijk met een tekst te komen die door de PvdA als ‘ruiterlijke erkenning van fouten’ kan worden gelezen en door het CDA als bevestiging dat ze niets fout hebben gedaan.

Voor zo’n tekst moet je uitwijken naar neutrale woorden: ‘Het kabinet accepteert de beschrijving van de feitelijke gang van zaken’. Accepteren is iets anders dan ermee instemmen of het erkennen. Je kunt makkelijk iets accepteren zonder het ermee eens te zijn.

Of: het kabinet meent ‘dat het beter was geweest wanneer de communicatie met de Kamer meer inzicht had geboden’ Beter. Wil dat zeggen: het was al goed, het kon alleen iets beter?

Het is dezelfde acrobatische figuur als het ‘adequater volkenrechtelijk mandaat’ dat nodig was. Was het dan al adequaat? Er bestaat toch ook geen ‘voldoendeër’?

De fundamentele tegenstellingen in het kabinet dwingen steeds weer tot dit soort verbale koorddanserij. We investeren in JSF-testtoestellen maar kopen ze niet.

Zulke constructies dienen geen ander doel dan de scheur in de coalitie dicht te plamuren. Het eigen imago is belangrijker dan de verantwoordelijkheid voor de buitenwereld, voor onze eer en voor onze vuile handen. Dat maakt een onaangenaam arrogante indruk.

Nee, dat moet allemaal veel adequater.

Christiaan Weijts

Dat het Songfestival een ordinaire aangelegenheid is, weten we al 55 jaar. Sommige homoseksuele vrienden met wie ik het onderwerp weleens aansnijd geloven dat de populariteit die het Europese liedjesgedoe in hun kring geniet, mede daaruit verklaard kan worden. Zij stellen elk jaar weer groter animo vast om op een zomermiddag met z’n allen in je blote kont door de Amsterdamse grachten te varen, en dat heeft tenslotte ook een paar ordinaire kanten.

„Maar die dingen hoeven toch niet allemaal ordinair te zijn?” opperde ik laatst. Waarop zij: „Ordinair is een voorwaarde. Je kunt straks in Oslo wel een lied van Schubert ten gehore brengen, maar dan heb je kunst, geen cult. „Wat heeft cult er nou mee te maken?”

lees verder

Dit is het einde. Er was een begin, elf januari, en nu, elf februari, stopt het.

Velen van jullie zullen zich, net als ik, nog wel een ander einde herinneren. Zestien oktober 2009. De laatste column van Aaf waarin ze schreef hoe ze naast haar sleutels ook haar relativeringsvermogen kwijtraakte.

Er is veel gebeurd in de tussentijd. Haïti, het Irak-gesteggel, de dood van J.D. Salinger en als het goed is, heeft Aaf haar relativeringsvermogen weer terug en ik hoop ook haar sleutels, want het is me toch een geklooi met een baby in de kou.

lees verder