Archief van berichten op 22 februari 2010

Na het weekendvacuüm van lange zweterige nachten vol angstdromen over de nieuwe kansen van populistisch rechts – met dank aan twee van de slechtste politieke leiders die Nederland in lange tijd heeft gehad – zou je haast vergeten dat Afghanistan de druppel was. Alsof de toekomst van ons eigen moeras aan de Noordzee er beroerder uitziet dan de kaalslag van Afghanistan.

Maar zo is het niet. Speciaal voor de mensen die zo’n bewondering hebben voor de rug van Bos: de toekomst van Afghanistan ziet er bepaald beroerder uit. Daarom zitten we daar – voor zolang als het nog duurt, kort dus.

De vraag of de Afghanen zijn geholpen met onze aanwezigheid is al bij aanvang van de oorlog beantwoord: het doet niet ter zake. De oorlog heeft het land zoveel schade toegebracht dat vertrekken onder die omstandigheden nog onverantwoordelijker is dan blijven. Zo complex is het met oorlogen gesteld; er één beginnen is veel gemakkelijker dan er één eindigen.

Maar de publieke opinie, de Kamer en het kabinet hebben beslist; gesteund door het gemak je als klein land onverantwoordelijk te kunnen gedragen. De NAVO kan in Afghanistan ook zonder Nederland. Maar de oorlog waar wij zijn ingestapt blijft.

De Verenigde Staten hebben die luxe van onzichtbaarheid niet en zijn behalve ervaren aanjagers van oorlog ook het land dat bereid is te betalen voor de beslissingen dat het neemt. Vandaar dat politieke beloften over leven en dood niet onwrikbaar zijn in de VS. De „in steen gehouwen” toezegging van Obama, om ondanks de 30.000 extra manschappen die naar Afghanistan worden gestuurd, in juli 2011 met de terugtrekking te beginnen, is inmiddels door zijn minister van Defensie Gates beschreven als „iets wat niet abrupt zal gebeuren en over een langere periode zal plaatshebben”.

Want „wat op het spel staat, is niet simpelweg de geloofwaardigheid van de NAVO, maar de veiligheid van onze bondgenoten, en de gezamenlijke veiligheid van de wereld”, aldus Obama. Dat, zo weten we nu, zal de PvdA-minister en het klapvee in de achterban een zorg zijn.

Hoe lang is hij nu al weer onder ons?

Ik herinner me het eind van de vorige eeuw – Kok begon net met de puinhopen van Paars II, Jaap de Hoop Scheffer declameerde namens het CDA oppositieteksten die hij thuis uit z’n hoofd had geleerd – dat ik ineens uit het politieke middenveld van de Tweede Kamer een christelijk jongmens met een wat astrante uitstraling naar de interruptiemicrofoon zag lopen, om een brutale vraag aan Gerrit Zalm te stellen.

Dat was ‘m. Ik heb het me op dat moment niet gerealiseerd, maar achteraf weet ik wel zeker dat hij zich toen al geroepen voelde om het land op een dag sterker te maken, en fatsoenlijk, en vrij van wildplassers. Drie jaar later was Jaap de Hoop Scheffer na een ordinaire heibel met een partijvoorzitter die Marnix van Rij heette (voorbij, voorbij, oh en voorgoed voorbij) het bos in gestuurd, en men zocht een opvolger. Misschien wist de fractie niet zo gauw iemand anders.

lees verder