Archief van berichten uit maart

Zondag, Eerste Paasdag. De Paus zit op zijn balkon en spreekt zijn ‘Urbi et Orbi’ uit, alsof er niets gebeurd is. De beschuldigingen lijken op Goddelijke wijze van hem af te zijn gegleden.

Ik probeer me telkens voor te stellen hoe dat in andere organisaties zou gaan.

Stel je voor dat Benno L., de vieze zwembadopa die vorig jaar in het nieuws was, in de jaren tachtig kinderen misbruikte. En stel dat dat uitlekt en hij wordt ontslagen. Een directeur van een ander zwembad is volledig op de hoogte van het pedofiele verleden van meneer L. maar besluit tóch om deze man weer zwemles te laten geven. Benno L. grijpt de kans om in zijn nieuwe functie weer tientallen kinderen te misbruiken.

Wat doen we dan met die zwembaddirecteur? Ontslaan we hem? Nee, we geven hem promotie. We maken hem voorzitter van de tuchtraad van de zwembond. Op die plek moet hij honderden zaken behandelen van ontucht met kinderen. En altijd besluit de zwembaddirecteur om de zaken binnenskamers op te lossen. Nooit wordt de politie erbij gehaald, want het imago van de zwembond moest koste wat kost beschermd worden. Anders zouden moeders hun kinderen toch nooit meer naar zwemles sturen?

Kardinaal Ratzinger was die zwembaddirecteur. Hij schreeuwde nooit moord en brand, trapte nooit een scène, maar liet de straf en de vergiffenis over aan de hemel. Daarmee is hij medeverantwoordelijk, niet alleen voor het doofpotbeleid, maar voor honderden gevallen van misbruik. Mede door zijn gebrek aan optreden werd het namelijk nooit echt gevaarlijk voor pedofiele priesters om bij acute geilheid even zo’n jongetje van zijn bed te lichten. Zelden werden ze betrapt. En als ze betrapt werden volgde een fluisterende berisping en een veilige aftocht. Ratzinger behoedde hen voor de schande die het leven als veroordeelde pedofiel met zich meebrengt.

En wat doen we dan met kardinaal Ratzinger? We maken hem paus. En op Eerste Paasdag luisteren we ademloos naar zijn zalvende woorden. De vraag of hij moet aftreden is irrelevant. Aan niemand is hij meer verantwoording schuldig. Alleen God zal over hem oordelen.

Eigenlijk reis ik altijd met de trein. Ik hou van weilanden kijken en heb gemerkt dat dit in de auto een stuk minder ontspannend is, te meer omdat ik tijdens het autorijden graag mijn blik maniakaal op de auto voor mij houd om zo de gewisse rampspoed die mij boven het hoofd hangt te bezweren (ik ben zo iemand die de auto uitstapt met stukjes stuur tussen haar tanden).

Dus toen de schoonmakers gingen staken merkte ik dat al snel. Plotseling zagen de stations eruit alsof ze gepartycrasht waren door vijfhonderd Spaanse krakers en Oscar het vuilnisbakkenmonster. Plastic bakjes, vuile servetjes en plassen milkshake besmeurden de perrons. Samen met heel Nederland besefte ik toen hoe schoon de stations normaal zijn, en hoe ondankbaar schoonmaken is: het valt pas op als het niet gebeurt.

lees verder

Aaf zal wel balen: is ze net van krant veranderd, verandert de krant spontaan met haar mee. De vernieuwde Volkskrant verschijnt sinds gisteren op tabloid, met extra veel kadertjes en een doelgroep die – als ik de reclamecampagne mag geloven – voldoet aan de omschrijving ‘vrolijke jonge vrouw van net geen dertig zonder kinderen op een fiets’.

What’s next?

Eerlijk is eerlijk, niet in alle opzichten lijkt de Volkskrant nu op deze krant. De meeste veranderingen zijn namelijk gekopieerd uit NRC Handelsblad. Op de voorpagina een column van Arnon Grunberg; een opiniepagina die opeens ‘Opinie & Debat’ heet; een aparte bijlage ‘Boeken’ die is losgeweekt uit het kunstkatern – wáár heb ik dat toch allemaal eerder gezien? Het zou me niks verbazen als de Volkskrant binnenkort ook een nieuwe slogan krijgt.

lees verder

In de rij voor de schouwburg voel ik aan mijn gebitje. Het is een spierwit plastic vampiergebitje en het kostte zeventig cent bij de feestwinkel. Als ik het in heb zie ik eruit als het Beest (die van Belle) en bovendien krijg ik dan mijn tanden niet meer op elkaar, zodat ik eruit zie als het Beest dat in een continue staat van oenige verwarring rondloopt. Ik denk niet dat de organisatie dit bedoelde toen ze de gasten opdroegen om in ‘sexy southern vampire style’ te komen. Maar goed, wat ze daar wel mee bedoelden is ook vrij schimmig.

lees verder

Even aarzelt Gana wanneer hij het Marlboro-sigaretje aanneemt. Het pakje waar het in zit is namelijk fake en Gana wantrouwt de zuiderburen, de Chinezen. ,,Je kunt er nooit helemaal zeker van zijn’’, zegt hij, terwijl hij het eerste trekje test op zijn tong.

Zo doen er wel meer in Mongolië. De argwaan jegens China is groot. De gevoelens tegenover de noorderbuur zijn trouwens niet veel beter. Maar de Russen spuiten tenminste geen gif in hun producten. Want daarvan is voormalig geheim agent Gana zeker: voor de Chinezen is het leven van een Mongool geen stuiver waard. Bewijzen heeft hij niet, maar elke Mongool weet dat het Binnen-Mongolië niet anders is vergaan voordat het van het moederland werd losgerukt.

Het is niet gemakkelijk om omsingeld te zijn door twee repressieve grootmachten. De één een hortende en stotende democratie, de ander een uitbundig kapitalistische dictatuur. En in de twintig jaar dat Mongolië nu democratisch en onafhankelijk is, is het vooral áfhankelijk geworden van ongevraagde hulp uit het buitenland. De bemoeienissen van Rusland en China zijn voorbij, maar daarvoor in de plaats zijn de troepen van de westerse hulpindustrie teruggekomen. Horden ngo’s, kerken, buitenlandse overheden en goedbedoelende individuen: allemaal hebben ze hun weg naar Mongolië gevonden.

Maar na twee decennia van aanmodderen zijn de Mongolen er hoe langer hoe meer van overtuigd dat ze het best zelf kunnen – of het nu terecht is of niet. En dus waart er een nieuw bewustzijn door het Mongoolse steppeland. De toon is bombastisch, het beleid nationalistisch. Aangewakkerd door het groeiend zelfvertrouwen van de gehate zuiderbuur en de tanende invloed van de Verenigde Staten. Visa van de missionarissenkudde worden niet meer verlengd, en in de krochten van de hoofdstad spuiten Mongoolse neonazi’s hakenkruizen op de muren om vervolgens zo af en toe een Chinees restaurant aan diggelen te slaan.

Nee, Mongolië laat zich niet langer ringeloren. Het is de onschuld voorbij: globaliserend, zelfbewust en altijd op zijn hoede – testend op de tong.

Floris-Jan van Luyn

Is Ayaan al weer terug? Ik had de indruk dat het weerzien met Nederland ditmaal in de media iets koeler werd gevierd dan bij vorige gelegenheden, dus ik hoop maar dat de verkoop van haar boek daar niet onder heeft geleden.

Ze had ook geen nieuwe boodschap. Als kampioene van de rechtstaat vreest ze nog steeds dat kinderen, voor de keuze gesteld tussen geloof in de grondwet en geloof in Sinterklaas, het laatste kiezen. Verder was er alleen het met Antoine Bodar doorgesproken plannetje om met spiegeltjes en kraaltjes de Nederlandse moskeeën te bezoeken, en er alle moslims te beschaven, precies zoals de katholieken in Afrika de negers onder handen namen ten tijde van het kolonialisme.

lees verder

Ik weet niet precies wanneer het gebeurd is, maar op een gegeven moment heeft iemand bedacht dat wij in Nederland elkaar ter begroeting drie zoenen geven. Deze persoon was overduidelijk geen mensenvriend. Vanaf dat moment is het begin van elke verjaardag een kwartier van kwelling. Je stapt binnen en treft daar een kring vol vage kennissen, semibekenden en vergeten familie, die allemaal als een stel stokstaartjes opkijken. Een moment overweeg je een lafhartig zwaaitje om je daarna snel met taart en meegegriste Schnapps in een kast te verstoppen, maar je weet dat iedereen je heeft gezien en dat de Billy-boekenkast in de huiskamer geen deurtjes heeft. Dus je gaat de hele kring langs, half gebukt, je hoofd onhandig zwaaiend.

lees verder

Foto Bob van der Vlist

Foto Bob van der Vlist


Renske de Greef is 1 meter 85. Of misschien zelfs nog wat langer, ze weet het niet precies. Dus treft het niet dat ikzelf net vandaag platte schoenen draag. Ik zeg er wat van terwijl we samen door de stad naar het park lopen. En terwijl ik dat doe besef ik: dit is dus wat iedereen altijd als eerste tegen haar zegt.

Gelukkig, ze lacht. Ze zegt dat ze laatst een tijdje zichzelf niet meer googlede. Altijd die commentaren: haar lengte, haar stem, haar issues. Ze begrijpt het wel: dat krijg je ervan als je op je achttiende columns over seks gaat schrijven. En als die columns twee jaar later ook nog eens worden gebundeld en dat boekje goed wordt verkocht.

Maar dat was toen. Intussen heeft ze ook twee romans geschreven. Die lovend ontvangen zijn. En dat is fijn, want sinds ze schrijft weet ze: dit wil ik eeuwig blijven doen. En ze weet ook: op een bepaalde manier gaat wat ze schrijft altijd over hetzelfde. Simpel gezegd is dat de spanning tussen gekte en houvast, tussen onderhuidse spanning en beschermende geborgenheid.

lees verder

Als je een stukje van Aaf leest, dan is er bijna altijd een moment waarop je denkt: „Ha! Dit woord had niemand gebruikt behalve Aaf.” Bij dit soort ‘ha!’-momenten is er sprake van het taalkundige fenomeen dat ‘Aafisme’ wordt genoemd. Soms betreft dat nieuwe woorden die je nog helemaal niet kende. Jaren geleden, zo rond de eeuwwisseling, heeft Aaf mij het woord ‘kookeiland’ geleerd. Ze vertelde dat een of andere pas afgestudeerde hi-po (ook zo’n woord van toen) daar op een feestje compulsief over had doorgeleuterd, de gehele avond. Vonden we triest. Maar sindsdien kan ik geen kookeiland zien (en ze bestaan nog steeds!) zonder aan Aaf te denken.

Andere Aafismen zijn woorden die je allang kende, maar die toch met Aaf geassocieerd zijn, omdat Aaf ze meer (of anders) dan andere mensen gebruikt. Een kleine inventarisatie:

Mal

Hoedjes zijn mal, een legging kan mal zijn, mensen zijn mal, dansjes zijn mal.

Hilarisch

Tuurlijk, iedereen zegt hilarisch. Maar ik denk dat Aaf aan het voorfront van de trend heeft gestaan. Dus is het nog steeds haar woord.

Duister

Dingen die te maken hebben met dood en verderf, en dingen in het geniep, die noemt Aaf duister.

Hermetisch

Als mensen vaag en onbegrijpelijk doen, dan noemt Aaf dat graag ‘hermetisch’, alsof het hermetische poëzie betreft.

Goeiig

We zouden dit het oer-Aafisme kunnen noemen. Ik kende goeiig altijd als een zogenaamd positief woord dat eigenlijk een belediging was (‘Tja, Johan… het is vooral een heel góéiige man’). Maar bij Aaf is goeiig zonder meer positief. Een internetforum kan goeiig zijn, mensen die dieren redden zijn goeiig, dieren zijn goeiig. Goeiig zijn alle dingen waar het hart van Aaf een beetje van smelt.

We kunnen ons afvragen waarom juist deze woorden Aafismen zijn. Is het een willekeurige verzameling? Ik denk het niet. Ik denk dat als juist deze woorden steeds weer opduiken, ze iets zeggen over de essentie van Aaf, over ‘Aaf-ness’. Het is een soort onbewust zelfportret. Aaf wil ons laten weten dat ze een malle, hilarische vrouw is, met een duistere, soms zelfs hermetische kant. Maar bovenal is ze erg goeiig, in de Aaf-betekenis dan.

In het kader van dit diepgravende wetenschappelijke artikel heb ik de laatste honderd columns van Aaf geanalyseerd op Aafismen. Zoals wel vaker met wetenschappelijk onderzoek is de hypothese interessanter dan de uitkomst. ‘Goeiig’ en ‘duister’ komen elk twee keer voor. ‘Mal’ en ‘hilarisch’ elk maar een keer. Hermetisch komt nul keer voor.

Toch weiger ik het begrip ‘Aafisme’ overboord te gooien. Dus houd ik het hierop: een Aafisme is wel echt iets, maar het is vooral een kwestie van gevoel. Als je een woord ziet waarbij je denkt: „Ha! Aaf!” dan is het een Aafisme. Anders niet.