Archief van berichten op 1 maart 2010

De pech van Vincent Chin was dat de opzichter van de Chryslerfabriek geen Chinees van een Japanner kon onderscheiden. De opzichter knuppelde hem bij het verlaten van een bar dood omdat het volgens hem aan „you little motherfuckers” te danken was dat hij zijn baan was kwijtgeraakt. Hij bedoelde de Japanse auto-industrie. Die bleek zo succesvol dat steeds meer Amerikanen voor een Japanner kozen. Dat was in 1982.

Ik moest denken aan de Detroitse moordzaak toen ik Toyota-topman Aiko Toyoda zag getuigen voor een Amerikaanse congrescommissie. Sinds de recall van acht miljoen auto’s van dat merk wegens technische mankementen is er een ware heksenjacht gaande in de Verenigde Staten. Zelfs de Amerikaanse minister van transport Ray LaHood heeft zijn landgenoten opgeroepen niet langer Toyota te rijden – een uitspraak die hij direct weer terugnam omdat hij „wat anders had bedoeld”.

Maar het Japanse fiasco, wat eigenlijk ook een Amerikaans fiasco is omdat Toyota 34.000 Amerikanen een baan gunt, laat goed zien hoe gemakkelijk de VS, voorvechter van de vrije markteconomie, bij crises terugschieten in nationalistische tendensen.

Akkoord: klungelende autoproducenten die voertuigen leveren die niet remmen, verdienen geen compassie. Maar hoe zat het eigenlijk met de ‘The Big Three’ in de VS zelf? Waar klonken de kritische stemmen bij het collectieve falen van General Motors, Chrysler en Ford? En kocht de VS niet al jaren Japanse auto’s vanwege de betere ontwerpen en zuinigheid?

Amerikaanse onderzoeksjournalisten hebben inmiddels bewezen dat het Japanse gevaar op de weg schromelijk is overdreven. Xenofobie ten tijde van crisis is Amerika niet vreemd. De ‘buy American’-leuzen klinken naar niets, omdat dezelfde Amerikanen die hun banen hebben verloren door concurrentie uit Azië, zich op hun beurt afhankelijk hebben gemaakt van de goedkope import uit hetzelfde continent.

De werkelijke oorzaak voor de Amerikaanse autocrisis ligt bij de producenten en de consumenten zelf. De eersten zijn uit kostenbesparing elders gaan produceren omdat de laatsten weigeren te betalen voor rechtvaardige arbeid.

Welke rem heeft nou eigenlijk niet gewerkt?

De afgelopen tijd zat ik in een rollercoaster van emoties. Een lach, een traan, een lach, een traan, en nog meer lachen en tranen. Zoveel emoties had ik nog nooit gevoeld.

Dat kwam natuurlijk door de Olympische Spelen.

Het lachen kwam door een Japanner die schaatsdanste als Charlie Chaplin, door een Olympische skiester die net zo goed kon skiën als ikzelf, en door curling. Curling, zo beweerde de commentator, is heel groot in Noord-Amerika. Nu heb ik redelijk veel tijd in Noord-Amerika doorgebracht, maar nooit zag ik daar een vrouw gehurkt achter een strijkbout over een ijsbaan rollen, ‘Hurrrrh, hurrrrh!’ roepend, waarna zij de strijkbout losliet en een stel andere vrouwen als bezetenen met kleine bezempjes het ijs schoonveegden zodat de strijkbout verder kon glijden.

lees verder

Een vreselijk vooruitzicht: langer dan drie maanden, tot aan de verkiezingen van 9 juni, zal op televisie en op de radio en in de krant elke zucht van de zwakzinnige populist worden uitgemeten alsof het om nieuws, wat heet? alsof het om belangrijk nieuws gaat.

Wil de PVV hoofddoekjes verbieden in gemeentelijke instellingen en andere gebouwen waaraan burgers een dubbeltje subsidie hebben bijgedragen? ‘Stop de pers!’, roepen ze weer bij NRC Handelsblad, en de voorpagina wordt ingeruimd voor het bericht dat het ‘juridisch zo goed als zeker niet uitvoerbaar is’. Zo goed als zeker! Het hoefde niet eens een paal boven water te zijn – als het maar snel de krant in kon, want PVV-nieuws is breaking news.

lees verder