Archief van berichten op 4 maart 2010

Oprah doet het vaak. Dat ze ineens een heel erg duidelijk statement maakt, langzaam pratend, liefst met het woord ‘I’ erin. „I want you all to read this book and discuss it.” Elk woord krijgt evenveel nadruk. Het klinkt alsof Oprahs leven ervan afhangt.

Dit soort zinnen wordt niet alleen door Oprah uitgesproken. Iedereen in Amerika bedient zich ervan. Misschien doen ze collectief Oprah na (dat is een mogelijkheid), of misschien bestond het al vóór Oprah. Als je een winkel binnenkomt, zegt de kassamedewerker bijvoorbeeld: „I need you to leave your bag here behind the counter.”

Of, toen ik sokken kocht en zei dat ik er geen tasje bij hoefde: „I support that decision.”

Soms doen de Amerikanen er ook een heel indringende blik bij, en slaan ze zó’n intense toon aan dat het lijkt alsof ze je stap voor stap gaan helpen bij het onschadelijk maken van een landmijn waar je per ongeluk op bent gestapt. Terwijl ze dan uiteindelijk iets futiels zeggen als: „I need you to spell your name for me.”

Eerst dacht ik dat het kwam omdat ik een buitenlander ben, zoals je in Nederland ook weleens een welwillend persoon tegen iemand met een hoofddoek hoort zeggen: „WILT U DAAR EEN PLASTIC ZAKJE BIJ? ZAKJE? ERBIJ? IK ERBIJ DOEN?” Ook als de behoofddoekte prima Nederlands verstaat.

Maar hier in Amerika is het toch anders, want ze maken de ultra-indringende statements ook onderling. Voor Nederlanders een beetje vreemd, dat commanderende en toch behoeftige „I need you to …” In Nederland zijn we toch meer van: „U mag hier even tekenen.”

Ik zie het ook nog niet zo snel gebeuren dat Nederlanders gaan zeggen: „Het is voor mij noodzakelijk dat u hier tekent.”

Gelukkig moeten de Amerikanen van zichzelf na zo’n serieus moment altijd compenseren, en gaan ze je stralend en uitvoerig bedanken voor het opvolgen van hun bevel.

paulien cornelisse

Dat je niet merkt dat het kabinet demissionair is, komt doordat het altijd al even missionair was als een afdruiprek. De paar wezenlijke besluiten díe zijn genomen, worden nu als ‘controversieel’ ongedaan gemaakt.

Zo zoetjes aan kunnen we dus vaststellen dat ons poldermodel z’n langste tijd gehad heeft. AOW-leeftijd, kilometerheffing, JSF: na lang polderen kwam er een consensusgrijs besluit over, en in de demissionaire periode poldert de Tweede Kamer dit weer uiteen tot gruis.

Een coalitieregering kan niet anders dan compromissen maken. Een compromis is een beslissing waar alle betrokkenen ongeveer even ontevreden mee zijn. In Balkenende IV luidde die beslissing doorgaans: dat stellen we uit.

Het poldermodel: als de één een rode deur wil, de ander een groene en de volgende een blauwe, dan verven we die deur grijs.

The Dutch miracle, zo stond het ooit in de buitenwereld bekend. Bij de komende formatie zal blijken dat het enige wonderbaarlijke eraan is dat we het niet allang hebben ingeruild voor een Angelsaksisch model met een beperkt arsenaal aan smaken (Labour versus Tory, Democraten versus Republikeinen).

Wat zou het zalig zijn als onze versnipperde partijtjes opgingen in, zeg, drie of vier grote clubs, waarvan er ééntje mag gaan regeren. Niet alleen heeft zo’n robuuste regering meer slagkracht dan een bijeengepunnikte lappendeken, ook krijgt de kiezer eindelijk waar voor z’n stem. Nu moet hij maar afwachten wat er van een verkiezingsprogramma overblijft na het polderen in Beetsterzwaag. Praktischer is het om vóóraf al uit drie of vier potentiële regeringen te kiezen (waarbij, bijvoorbeeld, D66, VVD en Verdonk opgaan in de Liberalen) die allemaal een verkiezingsprogramma schrijven dat meteen als Troonrede door kan, zonder een komma te wijzigen.

Met zo’n stelsel ben je ook in één klap af van dat gelazer van wie met wie wil, wie wie uitsluit en of een bepaalde coalitie ongeloofwaardig vinden ook uitsluiten is.

Helaas wil de tijdgeest het omgekeerde: versplintering troef. In nog geen zes maanden Beetsterzwaag kun je hier een coalitie van bakken. Ik voorzie Belgische Toestanden.

Christiaan Weijts

Mensen die verslavingsgevoelig zijn, kunnen deze column beter niet lezen.

Onlangs kreeg mijn vriend een iPhone. Dat zorgde voor allerlei spanningen in onze relatie. Hij had mij namelijk jarenlang afgeraden een iPhone te nemen, omdat het een ‘onhandig apparaat’ zou zijn, wat ik bovendien ‘onmiddellijk zou laten vallen’.

Nu zat hij zelf dag en nacht met dat onhandige apparaat in zijn knuistjes, dolgelukkig. Met mij praten was er niet meer bij, of het moesten korte zinnen zijn die steevast begonnen met de woorden: „Weet je waar óók een app voor is?”

lees verder