Archief van berichten op 8 maart 2010

Nee toch, niet wéér een artikel over de verkiezingen!

Wees gerust: ik begrijp dat gevoel, en wij zijn lang niet de enigen die nu al een stevige verkiezingsmoeheid te pakken hebben. Eerst de lange kabinetscrisis, daarna de val, toen de gemeenteraadsverkiezingen, en al die beroering was alleen nog maar een voorafje. Tot 9 juni krijgen we, of we willen of niet, kilo’s campagnekost opgeschept, gevolgd door het onverbiddelijk stroperige toetje van de formatie.

Raar vooruitzicht: dit hele voorjaar zal er geen enkele dag zijn waarop de koppen van Bos, Wilders, Balkenende, Halsema, Pechtold en Rutte niet opduiken. In theorie kun je de actualiteitenprogramma’s vermijden, maar dat zal weinig uithalen, want ze zitten niet alleen bij Pauw, Witteman, Clairy, Ferry, Knevel en Kockelman, maar ook, met hun blinkende gebitten, bij Albert, Gordon, Katja, Yolanthe, Beau en Lucille. Ze klampen je aan op de markt, ze spammen je Facebook-account en ze stalken je ’s nachts. Ik bedoel: vannacht droomde ik nog dat ik een broodje makreel stond te eten met Rita Verdonk.

Zie het onder ogen: er is geen ontkomen aan. Het enige wat we kunnen doen is een manier vinden om er mee om te gaan, ons mentaal te wapenen zodat we er niet aan kapot gaan. Daarom vandaag de stoomcursus Overleef De Campagne In Drie Stappen.

1 Doorzie wat er gebeurt

Alles begrijpen betekent alles vergeven, luidt een Frans gezegde. De belangrijkste stap op weg naar verzoening met die opdringerige, alomtegenwoordige lijsttrekkers is daarom hun beweegredenen te doorzien.

Zo is het handig om te weten dat hun campagnes allemaal om één thema draaien: het Beeld. Waarom stapte Agnes Kant vorige week op? Niet omdat haar partijgenoten haar niet steunden – die adoreerden haar – noch omdat ze incapabel was – zelfs tegenstanders prijzen haar vakmanschap – maar omdat, zoals ze verklaarde, „de slechte verkiezingsuitslag en lage peiling gekoppeld worden aan mijn optredens als boegbeeld van de SP.”

Kortom: omdat ‘het Beeld is ontstaan dat…’. Die frase gebruiken politici altijd even neutraal als ‘het regent’. Het ‘is ontstaan’. Niemand die er iets aan kon doen. Het onhebbelijke van het Beeld is dat het zich even lastig laat beïnvloeden als het Lot. En vergis je niet: het Beeld is machtiger dan het zwaard.

Iedere keer dat we een lijsttrekker in actie waarnemen, moeten we bedenken dat we getuige zijn van iemands machteloze worsteling met het Beeld.

Aangezien de media alle discussies en standpunten noodzakelijkerwijs inkorten, hebben politici van hun mediatrainers geleerd om geen ingewikkelde betogen te houden – daar is immers geen ruimte voor – maar om soundbites te produceren. Valt zo’n boodschap, het geraffineerdere zusje van de slogan, bij tv-makers in de smaak (‘straatterroristen’, ‘ik zou het bonnetje maar bewaren’, ‘groepen mensen zomaar wegzetten’, ‘zo dun als de Donald Duck’), dan zullen zij die op verschillende kanalen en tijdstippen blijven herhalen: een gunstig Beeld ‘doen ontstaan’. In de hoop op zo’n mediabeloning zullen lijsttrekkers elkaar steeds feller en grover aanvallen.

Toen VVD’er Gerrit Zalm in 2003 zijn bezwaren tegen de financiële plannen van de PvdA wilde uiten, gaven de media hem geen podium. Totdat hij zijn boodschap verpakte in de soundbite „Wouter Bos is een leugenaar”. Van links tot rechts was men geshockeerd door dat gescheld, dat Balkenende drie jaar later plagieerde, en dat inmiddels wekelijks is te horen in Den Haag.

Alles voor het Beeld. Al blijft dat niet zonder gevolgen. De stap tussen „de effecten van de voorgestelde wijziging in onder meer de hypotheekrenteaftrek zijn mijns inziens door de PvdA op een onjuiste manier berekend” en „Bos is een leugenaar” is groot, en wordt nog groter dankzij de microfonen van Schilham, Mingelen en Wester. Van het onderwerp (de financiën) verplaatste de focus zich naar vorm (‘leugenaar’) en imago’s.

Zoals bekend is ‘imago’ niet alleen Latijn voor beeld, maar ook voor spook, geestesverschijning. Om de campagne te overleven, moeten we inzien dat die spoken genereert. Het imagogevecht-via-de-megafoon drukt immers de inhoud en de realiteit (de ‘problemen’ waar het de politiek aanvankelijk om te doen zou zijn) naar de achtergrond. Dit voorjaar krijgen we dus gegarandeerd karikaturale beelden, uitgedacht door grote en minder grote denkers – spindoctors, campagnestrategen – voor wie het de dagelijkse baan is soundbites te ontwerpen, versterkt door de dynamiek van de media.

Dat is jammer, maar het wordt dragelijk (en afhankelijk van de lichtinval zelfs vermakelijk of aandoenlijk) als je het Beeld leert nemen voor wat het is: een lachspiegel van de samenleving, waar politici van alle kanten aan duwen en trekken in de vergeefse hoop het gewenste Beeld ‘neer te zetten’.

2 Ontspan, adem door de buik, praat erover

Dat een lachspiegel rare plaatjes toont, wil nog niet zeggen dat die allemaal totále nonsens zijn. Het is wel degelijk mogelijk om ze terug te vertalen naar bronnen in de werkelijkheid. Het vergt alleen wat inspanning.

Of liever gezegd: ontspanning. We moeten het versterkte hype-geluid eigenhandig dempen, de oorspronkelijke realiteit reconstrueren. De kans om dat succesvol te doen neemt toe naarmate je dit met meer mensen doet, net als bij het oplossen van puzzels.

De lente komt daarbij als geroepen, want dit is juist het seizoen waarin mensen ineens praatjes aanknopen op straat. Dan leer je tevens wat mensen werkelijk beweegt en dwarszit.

Volgens die methode meen ik zelf bijvoorbeeld ontdekt te hebben dat de fameuze Onderbuikgevoelens misschien niet zozeer uit onvrede over migranten voortkomen, als wel uit het feit dat mensen elke ochtend om half negen met honderden en honderden tegelijk op propvolle perrons of in files naar hun banen moeten, en pas bij de schemering weer terug mogen, omringd door dezelfde doodse, zombie-achtige massa.

3 Kijk alleen samenvattingen, of nog beter: lees ze

Met verkiezingscampagnes is het net als met de Tour de France. Heb je die eenmaal aan staan dan kom je er niet meer bij weg, omdat er elk moment spannende ontsnappingen en achtervolgingen lijken plaats te vinden. Maar zet je de tv uit, dan mis je de wielrenners geen seconde.

Onze politici rijden de komende drie maanden een Tour de France. Eens in de twee, drie dagen een samenvatting bekijken is ruim voldoende om op de hoogte te blijven. Rijdt Balkenende nog in het geel? Goh, Rita won de bolletjestrui, Wilders de tijdrit.

Nog beter is het om die samenvattingen te lezen. De enige kans op een lente zonder nachtmerries over lijsttrekkers is de tv zoveel mogelijk uit te zetten. Een zaterdagbijlage of opinieweekblad volstaat om bij te blijven zonder overvoerd te raken. Dan kan blijken dat het geschreven woord uitstekend werkt als verzachtend middel tegen het almachtige Beeld.

Goed, ik kom dus uit Den Haag, de tweede stad waar de partij die leurt met een anti-immigratiestandpunt, groot en machtig is geworden. Dat maakt mij, en velen met mij hier, ongemakkelijk. Want vluchten is wat we willen, maar geen optie omdat het laf is.

Na de beangstigde uitslag van de Europese verkiezingen pleitte ik al eens voor Floristan, maar dat bestaat alleen achter de 72 sloten van mijn voordeur, en ik moet af en toe ook boodschappen doen.

Op straat valt de wereld in tweeën uiteen: mensen die roepen dat het een schande is, en mensen die roepen dat het allemaal wel overwaait. PVV’ers kom ik onderweg naar de Appie Heijn en de Firat niet tegen, want ik woon op de grens van het zand en het veen – het in steen gehouwen onderscheid tussen rijk en arm Den Haag. En de peilingen hebben ons verteld dat je de echte Haagse PVV’er pas tegen het lijf loopt in de kak van het Benoordenhout en de drab van het Laakkwartier. Zeg maar ergens in de contreien van Kak-en-drab.

En dus is het buitenshuis een angstig gissen geworden naar de diepere intenties van de medeburger en daarmee naar de onzekere toekomst van de stad achter de duinen. Wat mogen we verwachten van de overwinnaars die worden geleid door een man die een verklaard ADO-fan is, de boel op stelten wil zetten in het gemeentebestuur, door vrienden Sietse Febo wordt genoemd en ‘het tromboneclubje’ dat het Residentie Orkest volgens hem is, het liefst meteen wil opheffen?

Volgens de mensen die er schande van spreken, staat ons louter ellende te wachten, heeft de democratie zijn langste tijd gehad en is het ieder voor zich. Volgens de overwaaiers leven wij in een spannend tijdsgewricht, beleeft de democratie haar ultieme test, en moeten de branieschoppers het maar eens voor het zeggen krijgen, vanuit de overtuiging dat hun onvermogen dan vanzelf wel aan het licht zal komen.

Het is verontrusting of onverschilligheid. En ondertussen drijven er twee werelden uiteen. Zo is het leven in Kak-en-drab.

Geef mij maar Floristan.

Floris-Jan van Luyn

Ik las dat Haagse podiagezelschappen toenadering gaan zoeken tot de acht kersverse leden die voor de PVV in de gemeenteraad zijn gekozen. Volgende week worden ze uitgenodigd voor een cultureel debat en dan krijgen ze meteen een boek mee dat Muziek in de stad heet, en waarin wordt uitgelegd dat cultuur niet alleen een positief effect heeft op het leefklimaat, maar ook op de economie.

Tja. Terwijl die Sietse Fritsma (‘alle kunstsubsidies halveren’) er niet eens in slaagde de grootste partij te worden! Het is toch bijna net zoiets als wanneer kunstenaars op 19 mei 1940 als eersten bij Seyss Inquart hadden aangeklopt, of ze niet samen een Kultuurkamer konden oprichten? Maar je kunt natuurlijk ook terugdenken aan Gerard Reve die op televisie altijd met nadruk de prijs van zijn nieuwe meesterwerk (‘overal in de erkende boekhandel’) noemde, en er bij zei: ‘Ik heb tenslotte een winkel’.

lees verder

Er zijn heel wat manieren om reclame te maken voor een nieuw boek, maar een van de beste is, denk ik, als Pieter Storms zegt dat hij de auteur ‘tot onder de knieën’ wil ‘doorzagen’ en het boek eigenhandig ‘uit de winkels gaat trekken’.

In de hoop dat ik Pieter Storms met zijn oude breekijzer in de boekhandel zou aantreffen, ging ik zaterdagmiddag dus op zoek naar Nina, de ongeautoriseerde biografie van Nina Brink, allang niet meer Mevrouw Worldonline, maar tegenwoordig vooral Mevrouw Storms. Het boek, geschreven door ex-Quote-redacteur Eric Smit, was in Amsterdam al halverwege de middag overal uitverkocht, want ik was natuurlijk niet de enige die tijdens de saaie weekendboodschappen uitkeek naar een Pieter Storms in actie.

lees verder