Archief van berichten op 11 maart 2010

Eindelijk eens de hele Oscar-uitreiking kunnen zien. Met vooraf de rode loper en daarna alle speeches, live. In Nederland vond ik het altijd te veel moeite om op te blijven, maar hier was het een prachtige middag/vroege avond, die ik met allerhande snacks kon verlevendigen tot een klein feestje.

En omdat ik de volle vierenhalve uur met het evenement in contact stond, kon ik alle toespraakjes analyseren. Ik kwam tot de volgende conclusie: Amerikanen zijn in staat om op elk gewenst moment naar een ironievrije zone over te stappen. Ze maken wel grapjes waardoor het lijkt alsof ze het allemaal niet zo serieus nemen, maar dan beginnen ze patsboem ineens over ‘aan wie deze Oscar eigenlijk toebehoort’, en dat is hun moeder, alle mensen in uniform, iedereen in de zaal die de Oscar niet gewonnen heeft, alle ouders die zorgen voor kinderen die niet van henzelf zijn. Waarna tranen. En dan nog een grapje om ze weer keurig de ironievrije zone uit te krijgen.

Goed, die Oscars zijn natuurlijk het hoogtepunt van menig Hollywoodster z’n/d’r carrière, maar dan nog. Zou een Nederlandse filmster over een collega kunnen zeggen: „Ze is een fantastisch persoon, die zowel in de breedte als in de diepte heeft laten zien wat een gevoelig mens zij is, niet alleen voor de mensen om haar heen, maar voor de hele wereld”? We zouden diegene waarschijnlijk nog wel een paar maanden na lopen doen met z’n allen. Waarop de filmster dan zou zeggen: „Dit vind ik zó Nederlands. Als je je kop boven het maaiveld uitsteekt…”

Ook in Amerika zijn natuurlijk genoeg mensen die de sentimentaliteit tijdens de Oscars te ver vinden gaan. Maar toch zijn ook zulk soort onsentimentele mensen geneigd om tijdens een of ander lulgesprek ineens te verklaren: „I feel that I am really strong, as a woman, because I have a sense of purpose, because I have a hard life. Not hard like the people in Haiti, but still.”

Paulien Cornelisse

Al die tijd dat ze minister is, heb ik nooit begrepen waarom Gerda Verburg (CDA, Landbouw) ervoor kiest om door het leven te gaan met twee pigmentloze haarlokken op haar hoofd. Is het een van die raadselachtige ziekten die je oploopt als je te veel op bioindustrieterreinen komt? Een milde Wildersimitatie?

Nee, in de blessuretijd van haar ministerschap ontdek ik het: afleidingstactiek. Zodra ze in beeld is, luister je niet meer. Je staart alleen nog gebiologeerd naar die behaarde varkensstaartjes. Met die bliksemafleiders kreeg Verburg er vast al menig ruimingsbesluit doorheen.

Ook nu moet ik in de krant teruglezen wat ze op tv zei, ter verdediging van de Gerda, de eenmalige glossy van haar ministerie die de oppositie in alle staten bracht, omdat die 4 ton kostte. „Een koopje”, vindt Gerda, „twee kwartjes per huishouden”. Inderdaad een koopje. Overheidsbrochures produceren kost nu eenmaal geld, veel meer dan de bladen die je in stationskiosken koopt.

Toen ik net afgestudeerd was, schreef ik af en toe een freelancestukje voor het bureau dat ook voor de Gerda de ‘tekstproductie’ verzorgde, zoals voor veel overheidsorganen. Wat pompen al die ministeries er toch oerwouden aan nieuwsbrieven, personeelsperiodieken en relatiemagazines doorheen! Steevast kreeg ik er twee tot vier keer zo veel betaald als in de ‘vrije journalistiek’.

Goed, je mag geen enkele kritische vraag stellen en drie pr-mensen mogen je ‘tekst’ na het ‘produceren’ naar hartenlust bewerken, maar als twee A4’tjes tekstproductie je maandelijkse huur betalen, verkoop je je journalistieke ziel graag een paar uurtjes aan de duivel.

Dat de hele Tweede Kamer ineens schande roept om één jubileumglossy is wel een tikje opportunistisch. Waarom nooit geklaagd over het onderliggende probleem: dat de overheid te veel geld pompt in overbodige of inefficiënte communicatie. Niets over de 12 miljoen belastinggeld voor Postbus 51, of over die stapels overheidsdrukwerk die direct in papierbakken verdwijnen.

Nee, liever een spoeddebat over de Gerda. Dan kunnen ze hun pretkraan weer opendraaien, de lijsttrekkers. Hoeveel kost een spoeddebat de belastingbetaler eigenlijk?

Christiaan Weijts

Op straat raak ik de laatste paar dagen ontzettend afgeleid door Zeemanaffiches. Want dit keer staat er geen lachende, lichtelijk oranje vrouw in een bruine tuniek op, of een lachende, lichtelijk oranje vrouw in een 100 procent nylon parka, nee, dit keer staat er een lachende, lichtelijk oranje vrouw in een harembroek op. En daarbij staat de mededeling ‘Harembroek 3,99’.

Die mededeling bezorgt mij opgewonden tintelingen.

Dat komt zo.

Ik wil al een tijdje een harembroek. Maar de harembroek is net zoiets als de nerdbril, de gestreepte Sonia Rykiel trui-jurk, het korte laarsje met open teen, en sinds kort ook weer de goede oude tulband: vrouwen vinden hem leuk, en zelfs sexy, en mannen vinden hem een probaat anticonceptiemiddel. Of, misschien nog erger, dolkomisch.

lees verder