Archief van berichten op 29 maart 2010

Even aarzelt Gana wanneer hij het Marlboro-sigaretje aanneemt. Het pakje waar het in zit is namelijk fake en Gana wantrouwt de zuiderburen, de Chinezen. ,,Je kunt er nooit helemaal zeker van zijn’’, zegt hij, terwijl hij het eerste trekje test op zijn tong.

Zo doen er wel meer in Mongolië. De argwaan jegens China is groot. De gevoelens tegenover de noorderbuur zijn trouwens niet veel beter. Maar de Russen spuiten tenminste geen gif in hun producten. Want daarvan is voormalig geheim agent Gana zeker: voor de Chinezen is het leven van een Mongool geen stuiver waard. Bewijzen heeft hij niet, maar elke Mongool weet dat het Binnen-Mongolië niet anders is vergaan voordat het van het moederland werd losgerukt.

Het is niet gemakkelijk om omsingeld te zijn door twee repressieve grootmachten. De één een hortende en stotende democratie, de ander een uitbundig kapitalistische dictatuur. En in de twintig jaar dat Mongolië nu democratisch en onafhankelijk is, is het vooral áfhankelijk geworden van ongevraagde hulp uit het buitenland. De bemoeienissen van Rusland en China zijn voorbij, maar daarvoor in de plaats zijn de troepen van de westerse hulpindustrie teruggekomen. Horden ngo’s, kerken, buitenlandse overheden en goedbedoelende individuen: allemaal hebben ze hun weg naar Mongolië gevonden.

Maar na twee decennia van aanmodderen zijn de Mongolen er hoe langer hoe meer van overtuigd dat ze het best zelf kunnen – of het nu terecht is of niet. En dus waart er een nieuw bewustzijn door het Mongoolse steppeland. De toon is bombastisch, het beleid nationalistisch. Aangewakkerd door het groeiend zelfvertrouwen van de gehate zuiderbuur en de tanende invloed van de Verenigde Staten. Visa van de missionarissenkudde worden niet meer verlengd, en in de krochten van de hoofdstad spuiten Mongoolse neonazi’s hakenkruizen op de muren om vervolgens zo af en toe een Chinees restaurant aan diggelen te slaan.

Nee, Mongolië laat zich niet langer ringeloren. Het is de onschuld voorbij: globaliserend, zelfbewust en altijd op zijn hoede – testend op de tong.

Floris-Jan van Luyn

Is Ayaan al weer terug? Ik had de indruk dat het weerzien met Nederland ditmaal in de media iets koeler werd gevierd dan bij vorige gelegenheden, dus ik hoop maar dat de verkoop van haar boek daar niet onder heeft geleden.

Ze had ook geen nieuwe boodschap. Als kampioene van de rechtstaat vreest ze nog steeds dat kinderen, voor de keuze gesteld tussen geloof in de grondwet en geloof in Sinterklaas, het laatste kiezen. Verder was er alleen het met Antoine Bodar doorgesproken plannetje om met spiegeltjes en kraaltjes de Nederlandse moskeeën te bezoeken, en er alle moslims te beschaven, precies zoals de katholieken in Afrika de negers onder handen namen ten tijde van het kolonialisme.

lees verder

Ik weet niet precies wanneer het gebeurd is, maar op een gegeven moment heeft iemand bedacht dat wij in Nederland elkaar ter begroeting drie zoenen geven. Deze persoon was overduidelijk geen mensenvriend. Vanaf dat moment is het begin van elke verjaardag een kwartier van kwelling. Je stapt binnen en treft daar een kring vol vage kennissen, semibekenden en vergeten familie, die allemaal als een stel stokstaartjes opkijken. Een moment overweeg je een lafhartig zwaaitje om je daarna snel met taart en meegegriste Schnapps in een kast te verstoppen, maar je weet dat iedereen je heeft gezien en dat de Billy-boekenkast in de huiskamer geen deurtjes heeft. Dus je gaat de hele kring langs, half gebukt, je hoofd onhandig zwaaiend.

lees verder