De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Archief van berichten uit april
Hij had zichzelf nog maar net ingekocht als president-commissaris van NRC Media (en daarmee van NRC Handelsblad en van de krant waarin u zojuist bent begonnen aan dit stukje) of Derk Sauer verzekerde in zijn nieuwjaarstoespraak dat hij niet van plan was bij hoofdredacteur Birgit Donker de deur plat te lopen. In heel journalistieklievend Nederland hoorde je de zucht van verlichting. God zij geloofd en geprezen, de krant was niet het bezit geworden van een ordinaire Hollandse Rupert Murdoch.
Ik houd eigenlijk niet van sport. Dit lijkt een bewering in de lijn van ‘ik houd niet van groenten’, oftewel: een heel belachelijke bewering. Want hoeveel groenten zijn er wel niet? Wat hebben sperziebonen en radijsjes nou met elkaar gemeen? Hoe kan je ze allemaal over één kam scheren? Stel je niet aan en eet gewoon eens wat groenten! In jezusnaam!
Maar goed, zoals ik al zei: dit lijkt zo’n bewering, maar is het uiteraard helemaal niet. Ik hou namelijk écht niet van sport. Van geen enkele. (Behalve als bewonderend naar schaken kijken telt.) Ik heb wel een hoop geprobeerd, omdat er jammer genoeg toch een maatschappelijke consensus lijkt te bestaan over het belang van sport (mensen kijken me medelijdend aan als ik zeg dat ik het liefst plat op de bank lig). En goed, ik ben ook wel gevoelig voor het visioen waarin ik afgetraind en stralend het zweet van mijn voorhoofd wis en een flesje helblauwe sportdrank opendraai dat ik dan echt verdiend heb. Vreemd genoeg draag ik dan een paars spandex-pakje en een zweetband, dus ik vermoed dat ik eerst terug moet reizen naar de jaren 80 om dit visioen te verwezenlijken.
„Ik zeg: doen!” is een reclameslogan die me al maanden bezighoudt. Natuurlijk vanwege dat ‘ik zeg’; waarom moet je vermelden dat je iets zegt, terwijl het zonneklaar is dat je iets aan het zeggen bent?
Ik zit ook met dat overkordate ‘doen!’ Doen is een werkwoord dat al jaren meer aandacht krijgt dan het verdient. Heeft dat iets met onze cultuur te maken? Waarschijnlijk wel. Iets met ‘niet lullen maar aanpakken’ ofzo. Ik kan me in ieder geval niet voorstellen dat er een slogan bedacht zou worden die zou luiden: „Ik zeg: denken!”
‘Doen’ heeft nog op andere fronten om zich heen gegrepen, de laatste tijd. Wat te denken van de volgende zin: „Doe maar even de vaatwasser inruimen.” Dat wordt op grote schaal gezegd.
Sterker nog: „Doe maar niet doen”, dat kan ook gewoon. Het klinkt alsof er gepraat wordt tegen een kind dat nog niet zo goed kan praten („Pas op, dat doet au!”).
En misschien is dat ook wel de oorsprong.
Maar ook onder volwassenen is het gebruik van ‘doen’ in combinatie met een ander werkwoord vrijwel bon ton geworden. Soms als grapje, om iemand kinderlijker te behandelen dan normaal („Ja, heel goed! Doe nu maar weer het mes neerleggen!”), maar vaak ook bloedserieus.
Er wordt wel gefluisterd dat het allemaal de schuld van de Brabanders is. Dat die het altijd al deden, en dat die heel hard over de grote rivieren hebben geschreeuwd: „Doe maar lekker ‘doen zeggen’ doen!” En dat er nu langzamerhand steeds meer mensen overstag gaan.
Gek genoeg is één gebruik van ‘doen’ aan het afkalven. Dat is het ‘doen’ in zinnen als deze: „Ik heb het hem doen beloven.” Normaler is tegenwoordig om in plaats van doen ‘laten’ te zeggen: „Ik heb het hem laten beloven.”
En daaruit vloeit de volgende taalwijsheid (en vooruit, ook lévenswijsheid) voort: Doen is altijd goed, behalve als je het kunt laten.
Hoe kies je een digitale camera? Ze hebben allemaal hetzelfde formaat, en kosten allemaal rond de tweehonderd euro. Om mezelf voor de gek te houden reduceerde ik het aantal keuzen. Eerst deed ik alsof de resolutie boven de 10 megapixels moest liggen, vervolgens alsof ik 7x optische zoom nodig had. Toen waren er nog maar twee merken over, die ik op esthetische gronden tegen elkaar afwoog.
Kiezers doen hetzelfde. Dat D66 en de PVV de grote winnaars van de Europese verkiezingen waren, kwam doordat de eerste ‘Ja’ zei tegen Europa, en de tweede ‘Nee’.
Je kunt het niemand kwalijk nemen dat de stortvloed aan informatie, partijstandpunten, slogans, debatten, en miljarden teveel worden, zoals al die specificaties van die tientallen cameramodellen mij chagrijnig stemden.
„En nu is het afgelopen!” is de begrijpelijke reflex. Je weet wel dat er meer smaken zijn, maar vanaf nu is het Ajax tegen Feynoord, NRC Handelsblad tegen de Volkskrant, Coca tegen Pepsi, Burger King tegen McDonalds, Camel tegen Marlboro…
Op zulke momenten is de televisie je grootste vriend. Die past hetzelfde trucje toe als ik in die elektronicahallen en komt tegemoet aan ons diepe verlangen naar twee keuzen.
Daarom horen we overal dat het nu een klassieke links-rechts-strijd is: PvdA versus VVD. Of liever: Cohen versus Rutte, want de weerzin tegen Balkenende is zo groot dat het ineens premiersverkiezingen zijn. Daarom discussiëren ze bij DWDD of Cohen in Nova z’n stoel niet beter een kwartslag kon draaien.
De paradox is dat in zo’n tweestrijd het nieuwe kabinet waarschijnlijk nu juist níet links, níet rechts wordt, maar… pimpelpaars, PvdA plus VVD.
Wat betekent een stem voor Rutte of Cohen? Een VVD met de PVV is totaal andere koek dan eentje met D66 of CDA. Alleen massale GroenLinks- en SP-stemmen garanderen een links kabinet-Cohen. Zoals die op CDA en PVV een rechts kabinet dichterbij brengen.
Het kabinet-Kroes, welteverstaan, want ik durf te wedden dat de VVD haar in de slotfase lanceert als de premierkandidaat die Cohen verslaat.
Christiaan Weijts
De anti-abortuslobby blijft toch de ongekroonde koning van de lugubere acties. Na het plan uit 2008 om ongevraagd honderden foetuspopjes door brievenbussen te duwen, kwam dezelfde organisatie nu met het persbericht: ‘Het Plein in Den Haag bezaaid met dode kinderen’.
Ah. Gezellig. ‘Meer dan 600.000 kinderen zijn uit de moederschoot gerukt’ ging het bericht verder. ‘Hun bloed schreeuwt om wraak.’ In kleine letters stond daaronder: ‘U bent hartelijk welkom om vanaf negen uur de modelletjes met ons uit te leggen over het Plein’, wat wel weer iets gemoedelijks had, alsof het een alternatieve Domino D-Day betrof. Al met al klonk het als een smaakvolle gebeurtenis die ik niet mocht missen.
De vragen waren heus niet zo moeilijk. En Twan Huys is een vriendelijke man. Toch leek Job Cohen niet op zijn gemak afgelopen maandag bij NOVA. Het was een stijf, ongeïnspireerd optreden, en bij gebrek aan kennis van zaken viel hij voortdurend terug op bekende frases over „het land dat ik voor me zie”, en „meetellen” en „niet buitensluiten” en „de boel bij elkaar houden”. Het was alsof iemand een cd met standaard PvdA-vaagheden in Cohen had gestopt. De shuffleknop stond aan.
Terwijl tijdens het PvdA-partijcongres, de dag ervoor, diezelfde vaagheden nog prima werkten. „Verstandig zijn, en niet roekeloos.” Job Cohen zei het wel drie keer in zijn speech, als een mantra met Cohen als baken van rust.
Cohen zegt bijvoorbeeld: „Bij mijn aanpak hoort net zo goed: grenzen stellen. Dat doen we thuis ook, in de opvoeding. Grenzen zijn ook noodzakelijk op straat, in de buurt, in bedrijven, in de omgang van landen met elkaar”. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Niemand weet wat het betekent, maar het klinkt verstandig en niet roekeloos. Op onnavolgbare wijze koppelt hij in één zin én de straat én de industrie én internationale betrekkingen aan elkaar. Nee, niemand kan zeggen dat er iets onbesproken bleef.
Hij vervolgt zijn betoog: „Zonder grenzen ontbreekt veiligheid. Alleen in een veilige samenleving kunnen mensen zich thuis voelen. En je thuis voelen, daar gaat het om, voor iedereen.” Ja! Het PvdA-congres is dolenthousiast. Je thuis voelen, voor iedereen! Dat zijn de woorden die de PvdA-kiezer zo graag hoort. Zowel nietszeggend als logisch. Je kan er alles en niks in horen. Het zijn woorden die niemand uitsluiten.
De meerderheid van de kiezers hunkert naar Job. Met Job hoeven ze niet meer naar politieke debatten te kijken, hoeven ze niet meer op te blijven voor kabinetsruzies. Laten we alle NOVA-interviews, debatten of andere programma’s waar inhoud of visie wordt gevraagd gewoon overslaan. Het is overduidelijk dat deze man van algemeenheden thuis hoort op het ministerie van algemene zaken. Rust. Ratio. Vrede. Kunnen we na acht jaar politieke heksenketel eindelijk weer verder met ons leven.
Rosanne Hertzberger
‘Hollanders’, zegt Louis Seynaeve in Het verdriet van België tegen zijn vriendin, ‘Hollanders verstaan geen kloten, Constance. Zij interesseren zich helemaal niet aan België.’
Maar het land ligt wel bij ons om de hoek, ze spreken er voor de helft een taal die op de onze lijkt, ze hebben een federale minister-president die in vergelijking met Balkenende nog heel wat lijkt omdat hij in drie jaar nog pas twee kabinetten heeft verklungeld, maar daar staat tegenover dat hij in die tijd al drie keer naar z’n koning terug moest omdat hij geen formatie rondkreeg, en dat hij het verschil niet kent tussen de Brabançonne en de Marseillaise. In het 1-uur-nieuws van de VRT vroegen ze aan de voorzitster van de Vlaamse socialisten of de geboren christen-democraat Leterme nog kans zal zien om Leterme II een doorstart te bezorgen. De voorzitster lachte vriendelijk, en zei: ‘Ach, Leterme. Daar is geen depanneren aan.’
Hoewel veel van mijn vrienden zweren bij de intieme, lieflijke sfeer van kleine filmhuizen en theatertjes, waar de grandeur van weleer nog hangt en zelfs de muizen chiquer trippelen, hou ik stiekem meer van enorme bioscoopcomplexen met minimaal vier verdiepingen. Anoniem, met veel roltrappen en fantasietapijt op de vloer: zo zie ik mijn bioscoop het liefst. Dus ga ik in Amsterdam altijd naar Pathé.
Vooral ’s avonds zijn de Pathé-bioscopen in Amsterdam vrij druk. Groepjes jongens en meisjes in leren jasjes met bontkraag slierten door de gangen met enorme bakken popcorn in hun hand en flesjes bier in hun zakken. Ze zijn assertief en aanwezig en kijken je altijd aan alsof je net expres hun glimmende en opgevoerde scooter om hebt geduwd. En bovendien zijn ze nooit stil in de zaal. Deze jongeren zijn de reden dat veel van mijn vrienden niet naar Pathé durven, uit angst vermoord te worden met Skittles omdat ze die dag een nauwsluitende mintgroene broek aan hebben getrokken. Soms bezwijken zij onder de groepsdruk en gaan toch mee, waar ze zich angstvallig achter elke bordkartonnen romantische komedieadvertentie met Jennifer Aniston proberen te verschuilen, en al hun bezittingen in de hand houden om ze bij het minste of geringste aan te kunnen bieden.
Toen ik twee weken terug naar de Mama van het Jaar-awards ging, kreeg ik een goodiebag. In deze goodiebag zat een flesje parfum in een geel kartonnen doosje. Het bleek Zwitsal-parfum te zijn. Ik was hogelijk verbaasd: ik wist niet dat er parfum voor baby’s bestond. Voor zover ik wist was pure babygeur het hoogst haalbare op geurgebied, en stonden mensen in de rij om een kersverse baby vast te houden en even flink diep te inhaleren. Mensen zeggen wel dat een baby op een oud mannetje kan lijken, misschien bestaan er ook baby’s die naar oude mannetjes ruiken? Ik geloofde eigenlijk van niet, en babyparfum leek mij net zo nuttig als babybergschoenen.



