De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Archief van berichten op 21 mei 2010
Je moet er voor de aardigheid eens op letten: de laatste dagen komen nog allerlei boeken, pamfletten en artikelen over Geert Wilders in de handel waaraan de auteurs (Jan Kuitenbrouwer, Ed van Thijn, Maarten van Rossum etc) vol goede moed moeten zijn begonnen toen Maurice de Hond nog 30 zetels en de premierprijs voor de PVV voorspelde. Hun analyse zou dus net op tijd zijn voor de nek-aan-nek-race tussen Balkenende en de regisseur van Fitna. Kassa!
Wat moeten we nou met al die geleerdheid over een dorpsgenie dat over drie weken z’n handjes zal dichtknijpen als hij – min Hero Brinkman – nog drie nieuwe lijfeigenen aan zijn fractie mag toevoegen?
Kinderhersenen werken op een vreemde manier. Het is geen punt om tijdens het spelen een gebaksvorkje te pakken en te roepen: „Dit is het magische zwaard van Toekantoekan, en het kan alle aliens in één klap doodvermoorden!”
Maar geef een kind een huisdier en de taak daar een naam voor te verzinnen, en alle fantasie verdampt op slag. Poezen kunnen plots alleen Kitty of Minoes heten, konijnen moeten het doen met Stamper of Witje en gevlekte cavia’s gaan voortaan door het leven als Vlekkie. Mijn konijn heette na een lang, diepgravend en peinzend overwegen Knabbel. Dat die naam vervolgens voornamelijk zou slaan op wat hij het liefst met mijn vingers wilde doen, kon ik toen nog niet vermoeden.



