Archief van berichten uit juni

De NOS is opgetogen: meer dan zes miljoen mensen besloten maandag de wedstrijd Nederland-Slowakije te bekijken. Meer dan zes miljoen mensen zagen drie doelpunten, omringd door reclames over de Beesies van Albert Heijn, makkelijk meebewegende Pamperbroekjes, fantastisch zittende Nike-schoenen en alles natuurlijk mede mogelijk gemaakt door Rexona. 30 seconden reclame rond de achtste finale kostten 100.000 euro. Ja, het was maandag weer een mooie dag voor de staatsomroep.

Het WK is een waar kijkcijferkanon. En de NOS schiet er grote gaten mee in zijn concurrentie. Een pathetisch berichtje meldt dat de voetbalshow VI Oranje van RTL afgelopen zondag een absoluut record van maar liefst 577.000 kijkers vestigde. Ter vergelijking: zelfs VS-Ghana trok meer dan 2 miljoen kijkers. Op de andere zender mag men vechten om de aandacht van een handjevol hardnekkige voetbalhaters.

Het is een terugkerend ritueel. Elke twee jaar vindt er weer een voetbaltoernooi of olympisch evenement plaats en stijgt het marktaandeel van de STER ten koste van RTL en, in mindere mate, van SBS. Oftewel, de mediabedrijven die het zonder belastinggeld moeten stellen verliezen de strijd van het ministerie van OCW.

Het is een heel makkelijke winst voor de staatsomroep. Op elke veiling van uitzendrechten, Champions League, Olympische Spelen of voetbalkampioenschappen, kan de NOS net iets langer blijven meebieden, net dat miljoentje meer uitgeven. Zij kunnen zich wél het risico veroorloven dat Nederland vroegtijdig wordt uitgeschakeld en de inkomsten tegenvallen. In tegenstelling tot zijn concurrenten gaat de NOS namelijk niet failliet, althans, niet zolang de overheid blijft geloven in de zogenaamd onmisbare meerwaarde die de NOS de kijker te bieden heeft.

Want het is die veronderstelde meerwaarde van onafhankelijkheid, verdieping, verbroedering en maatschappijbinding, die deze schaamteloze concurrentievervalsing zou moeten goedpraten. Maar de NOS heeft de schijn tegen: hun maatschappelijke functie is net iets te lucratief. Het levert net iets te veel miljoenen euro’s aan reclamegeld op. Deze wedstrijd wordt mede mogelijk gemaakt door Rexona. Idealen. Principes. Right.

Rosanne hertzberger

De dag-tweet in nrc next van gisteren kwam uit Sao Paulo en was dus in het Portugees gesteld. De vertaling luidde: ‘Grote zorgen! Verslaan we Chili, wacht Holland’.

Ik zal als eenvoudige broodschrijver weinig nalaten om bij de nieuwe hoofdredacteur van o.a. deze prachtige ochtendkrant in het gevlij te komen, maar er zijn grenzen. In negenennegentig van de honderd gevallen lees je een tweet met plaatsvervangende schaamte. Of het nou om de tuttige boodschappen gaat van Femke Halsema (‘even naar de kapper’), om de troosteloze van Maxime Verhagen (‘terug van de schoenmaker’), om de ijverige van Job Cohen (‘morgen naar de informateur’), om de grootsprakige van Alexander Pechtold (‘ik kom net terug in het midden van de Nederlandse politiek’) of om de uitzichtloze van Mark Rutte (‘geen idee waar ik nu weer naar toe moet’) – elke tweet is een stilistisch testimonium paupertatis. Politici krijgen zelden een fatsoenlijk kort Nederlands zinnetje uit hun pen, hun laptop of hun mond, dus voor een korte, niet onaardige, laat staan spirituele Hollandse halve alinea moeten ze helemaal boven hun macht reiken. En we zagen dat ook een Braziliaan tegen de opgave het onderspit delft. Waarom, waarom heeft iemand ze tot de taal van 2010 verheven, en gaan we daar in mee?

lees verder

‘Schandalig en ondemocratisch”, sprak Geert Wilders, toen de nieuwe informateur besloten had doodleuk zonder de PVV verder te formeren. Nu kan ik hier natuurlijk beginnen over het democratische gehalte van zijn eigen ‘partij’ (geen leden, geheime boekhouding); ik kan in herinnering roepen hoe Wilders zijn zetel in de Haagse gemeenteraad na drie maanden alweer inleverde (bedankt, 13.000 voorkeursstemmers); ik kan een lijstje opdreunen van coalitiepartners die de PVV-leider zélf uitsluit (alles links van het CDA) – maar de slotsom blijft: ook hypocrieten kunnen gelijk hebben. Waarom de PVV niet eens meer aan tafel wordt gevraagd, is mij een raadsel.

lees verder

Het was dit weekeinde Veteranendag in Den Haag. En terwijl de fly past de boomtoppen van Clingendael deed sidderen, moest ik denken aan Otto Abraham: de vader van mijn schoonvader die net geen veteraan was geworden.

Vorig weekeinde, op Vaderdag, stonden we met zijn allen aan zijn graf. Het was de eerste keer na zijn dood in het voorjaar van 1945 dat de zoon een tastbaar bewijs had gevonden van zijn gesneuvelde vader. Van zijn Duitse vader welteverstaan, want Otto was geboren en getogen in Pommeren.

Dat hij een baantje had weten te vinden in Berlijn, als chauffeur bij het Reichsluftfahrtministerium werd als een godswonder ervaren door de boerenouders van Otto. De foto’s uit die tijd tonen een lange, goed ogende man in chauffeurskostuum en kaplaarzen, één been trots op de trede van een sierlijke Mercedes-Benz. Het verhaal wil zelfs dat Otto Hermann Göring door de straten van Berlijn zou hebben gestuurd.

Het was duidelijk niet de tijd van de onschuld, en binnen de kortste keren werd Otto onder de wapenen geroepen. Zo belandde hij als vrachtwagenchauffeur onder Erwin Rommel in Afrika. De overlevering situeert hem nog ergens in Sicilië, maar over de tijd daarna tastte de familie in het duister. De jobstijding volgde in december 1945, in de vorm van een zorgvuldig bewaarde brief van enkele regels lang. Otto was gesneuveld.

De zoon groeide op zonder vader, verhuisde naar Nederland, en liet het verleden rusten. Totdat hij, wél een oude man geworden, ging neuzen in vergeten archieven. Het briefje dat zowaar tevoorschijn kwam, vermeldde alleen een plaatsnaam en een grafnummer.

En zo stonden wij, 65 jaar na zijn dood aan het oorlogsgraf van Otto Abraham, even over de grens bij Winterswijk in Burlo – derde rij, achtste graf. De graveurs van zijn zerk meldden alleen zijn dood, op 24 maart. Twee dagen daarvoor had een zwaar geallieerd bombardement plaatsgehad.

Niemand die bedenken kon waartoe zijn dood had bijgedragen. Maar de zoon had zijn vader weer terug. Tot stof geworden en in steen gehouwen.

Floris-Jan van Luyn

Weet u nog hoe Troelstra op 12 november 1918 in de Tweede Kamer de machtsovername opeiste?

Vast niet.

U was nog niet eens geboren, die toespraak duurde drie uur, u heeft geen politicologie gestudeerd, en u zou op uw tweeënnegentigste de bijzonderheden van de rede zijn vergeten.

Troelstra zei:

‘Wanneer gij mij de vraag stelt: wat is uw rechtsgrond, dan zeg ik: Volgens de laatste verkiezingen, ik geef dat toe, zijn wij op het oogenblik misschien nog een minderheid in het land; maar wanneer gij de vraag stelt: wat geeft u het recht desnoods te grijpen naar de macht, dan antwoord ik u: de rechtsgrond is onze noodzakelijkheid en onze onmisbaarheid’.

lees verder

Ze zaten met z’n tweeën nog wat na te praten, toen Cohen ineens een idee kreeg.

„Wat zou je ervan zeggen”, begon hij, „om Van der Staaij te vragen een kabinet te vormen dat wij vervolgens gezamenlijk gedogen?”

Uri greep onmiddellijk naar zijn pen, en vroeg:

„Hoe zei je?”

„Nou”, vatte Cohen zijn woorden samen, „SGP regeert, en de rest…”

„Nee, zo zei je het niet”, liet Rosenthal zijn Bic vallen. „Je moet het precies herhalen.”

lees verder

Als je verliefd wordt op iemand, let je meestal op een hoop uiteenlopende dingen: een welgevormde neusbrug, de tederheid waarmee iemand over een platgereden eend praat, hoe zelfverzekerd hij of zij inparkeert en het vergoelijken van de aanwezigheid van het boek Hoe word ik beroemd? in de kast. Vrijwel altijd wordt het belangrijkste aspect overgeslagen. Hetgeen waar het bij het welslagen van een relatie écht om gaat: slaapposities.

Natuurlijk zijn er mensen die kirren: ‘O, het maakt echt niet uit, al geef je ons een sushimatje, wij slapen er samen prima op’, maar die mensen vertrouw ik niet. Je moet je concentreren op de realiteit, en dat is deze: als de verkering goed gaat, slaap je wellicht de rest van je leven naast die persoon. Stel dat je 30 bent en 80 wordt, dan zijn dat nog 18.250 nachten. De helft van je tijd hier op aarde zal het nacht zijn, dus in feite besluit je op het moment dat je een relatie aangaat en in één bed gaat slapen, dat je de helft van je hele leven in één kleine ruimte zal spenderen met diegene, op een nog kleiner vierkant. Dan wil je toch weten wat hij of zij voor een ideeën heeft over slaapgewoontes?

lees verder

Tijdens een voor- of nabeschouwing, of in ieder geval een beschouwing, hield Jack van Gelder een minispreekbeurt over het Moses Mabhida stadion in Durban. Over Moses Mabhida, vooraanstaand ANC-politicus, zei Jack: „Hij was heel belangrijk voor hetgeen waar hij voor stond.”

Dat zegt natuurlijk ongeveer niets; we weten niet waar hij voor stond, maar hij was daar wel heel belangrijk voor. Voor dat ene, kom, wat was het ook alweer. Ja, datte, waar hij voor stond.

Beschouwingen rondom voetbal zijn sowieso uitermate geschikt voor het doen van nietszeggende mededelingen – te veel tijd om te praten, te weinig om echt te bespreken. Hans van Breukelen op Radio 1: „De sfeer in de groep is belangrijk voor hoe iedereen zich voelt.” Ja Hans, alleen is ‘hoe iedereen zich voelt’ zo ongeveer een definitie van ‘de sfeer in de groep’. Dus echt veel nieuws zeg je er niet mee.

Bij nietszeggende mededelingen blijkt het woord ‘belangrijk’ duidelijk in trek. Dat komt natuurlijk doordat dat woord zelf niet zo veel zegt. Het is positief noch negatief. Je hoort het interviewers vaak doen, een saai gesprek zonder conclusies afronden met: „Kortom, een belangrijke dag morgen!”

Wat ik niet vaak meer hoor (maar misschien verkeer ik in de verkeerde kringen), is ‘lekker belangrijk’. Een jaar of tien geleden konden stuurse pubers hun mond niet open doen, of er klonk een cynisch ‘lekker belangrijk’. Dus zo. Moeder: „Voor ik het vergeet, we gaan zondag wél nog even langs bij oma.” Puber: „Lekker belangrijk.” Of zo. Moeder: „Ik heb zo ontzettend veel plezier in die cursus keramiek, ik vind het echt fijn om eindelijk weer een soort hobby te hebben!” Puber: „Lekker belangrijk.”

De enige manier waarop ik ‘belangrijk’ heden ten dage nog in cynische zin hoor, is zo: „Iedereen liep daar natuurlijk heel belangrijk te doen.”

Belangrijk zijn is één ding. Dat mag over alles en iedereen gezegd worden. Maar belangrijk doen? Dat is dan weer een doodzonde. En dat zegt natuurlijk iets belangrijks over onze volksaard.

Paulien Cornelisse

„Slecht nieuws moet je verbergen onder ander groot nieuws, bijvoorbeeld een WK-finale.” Aldus sprak Jack de Vries ooit. Bij het CDA leeft zijn gedachtegoed voort. Demissionair minister Klink (Volksgezondheid, CDA) bewees deze week een voorbeeldig discipel te zijn. Dat ging zo:

Op het Binnenhof verdrongen cameraploegen en dagjesmensen zich voor de deur van de Eerste Kamer. (Ik kwam er ook een paar keer langs. Echt, het leek wel of er gratis koelboxen werden uitgedeeld.) Terwijl er niets anders te halen was dan volstrekt voorspelbaar stilzwijgen.

In de Tweede Kamer vierden nieuwkomers hun beëdiging. En de rest van onze natie was voetbal aan het kijken of zat in de zon. (Doordeweekse dagen, en in heel Den Haag geen enkele lege terrasstoel. Hoeven al die mensen niet te werken?)

En wat deed Ab Klink? Die lanceerde een bezuiniging op de zorg van 300 miljoen euro. Pil uit het pakket, net als krukken en looprekjes, en nog meer eigen bijdrage voor fysiotherapie en logopedie.

In normale tijden zou alleen die pil al dagenlang alle actualiteitenprogramma’s domineren, met huilmeisjes en seksreportages. Waar is dat jankende bijstandsmens nu de krukken uit het pakket gaan? Voetbal kijken. Net als Ab Klink zelf, maar die doet dat vanuit een skybox in Zuid-Afrika. Hij is tenslotte minister van Sport.

Sportief van Ab.

Demissionair raken, de helft van je kiezers verliezen, en dan die mooi getimede middelvinger, uitgestoken met dat uitgestreken, begripvolle huisartsengezicht.

300 miljoen. Dat is trouwens exact het bedrag dat ziekenhuizen kwijt zijn aan patiënten die niet komen opdagen. En toen een schoonfamilielid naar het ziekenhuis moest voor een ingreep, werd hij eerst een compleet weekend onnodig opgenomen voordat er een arts verscheen. Aan bedden blijkbaar geen gebrek.

Iedereen kent zulke voorbeelden, en weet dat er op de zorg gigantisch is te bezuinigen door de boel iets slimmer te organiseren. In normale tijden zou het land op z’n kop staan. Nu ligt het op z’n gat.

En het CDA zingt een zwanenzang in de geest van Jack.

Christiaan Weijts